Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Rutger Kopland leest: De nacht kwam uit de aarde

 

Een dichter zijn eigen werk horen voordragen, heeft zijn beperkingen. Veel ontgaat je, zeker bij poëzie die zich niet meteen prijsgeeft, regels, beelden, ze schieten te snel voorbij om ze rustig op je in te laten werken.

 

Gedichten zijn er, in de eerste plaats, om zelf te (her)lezen, om in stilte van te genieten. Dat kan niet wanneer de dichter tijdens een poëziefestival, een lezing in een bibliotheek of zoals tijdens de nationale gedichtendag, zijn gedicht zelf voorleest. De hakkelende of stamelende, fluisterende of stotterende of mompelende stem van de dichter kan zijn gedicht hopeloos verpesten, en het zijn niet de minsten die je op het hart zou willen drukken in het vervolg alleen hun gedicht te laten spreken.

Maar zo’n voordracht kan ook een belevenis zijn, zoals vroeger een optreden van Lucebert een gebeurtenis was, of dat van Gerrit Komrij en Hugo Claus. Zo’n voordracht voegt iets toe, je hoort hoe en waar de dichter accenten legt. Dankzij de stem van de dichter kan een gedicht, dat voordien raadselachtig of ondoorgrondelijk was, ineens kristalhelder zijn.

Rutger Kopland (1934-2012) was ook zo iemand. Kopland was een trouwe gast op poëziefestivals zoals Poetry International en de Nacht van de Poëzie. Zijn stem is vastgelegd op cd, in navolging van talloos andere grote dichters als Lucebert, Leo Vroman, Judith Herzberg en Hugo Claus, zodat niet alleen hun werk maar ook hun stemmen bewaard blijven. Koplands voordrachten van eigen werk worden op ‘Geluid uit het Noorden’ afgewisseld met bijpassende, melancholische solo’s van saxofonist Martin Vervoort, een bevriende collega-psychiater van R.H.van de Hoofdakker, zoals Kopland bij de burgerlijke stand stond geregistreerd.

De cd bevat een bescheiden bloemlezing uit het rijke oeuvre van Kopland. Deze gedichten vol alledaagse gebeurtenissen en herinneringen, zijn liefde voor de natuur (appelboom, poes, paard) zijn getoonzet in lichte ironie en weemoed. Zijn stem heeft iets geruststellends, iets vertrouwelijks ook, hij is prettig om naar te luisteren. Kopland leest net zo onnadrukkelijk, fluisterzacht en vanzelfsprekend als zijn poëzie zelf is. Uiteraard leest de dichter klassiekers als het prachtige ‘Onder de appelboom’:

 

ik ging zitten en ik zat

te kijken hoe de buurman

in zijn tuin nog aan het spitten

was, de nacht kwam uit de aarde’

 

Het sterke ‘Wie zal de vriend zijn’:

 

Wie zal de appelboom laten verkommeren,

de stoel voorgoed laten staan in de regen? Iemand toch

zal toe moeten zien dat alles voorbij gaat.’

 

Verder het ontroerende ‘Geen gezicht, geen handen’, zijn op Nijhoff geïnspireerde ode aan de moeder in ‘De moeder het water’) en het onvermijdelijke ‘Jonge sla’, dat op papier intussen zijn magische glans verloren heeft, maar hier fris klinkt:

 

Alles kan ik verdragen,

het verdorren van bonen,

stervende bloemen, het hoekje

aardappelen kan ik met droge ogen

zien rooien, daar ben ik

werkelijk hard in.

 

Maar jonge sla in september,

net geplant, slap nog,

in vochtige bedjes, nee.’

 

Een huiveringwekkend mooi gedicht als ‘Zij heeft haar handen’ (‘het gesprek ligt stil, er ligt een verhaal in/ haar schoot waaruit de woorden zijn verdwenen’) leest Kopland zo achteloos voor dat je bijna vergeet welke menselijke tragedie Kopland hier in een bestek van acht regels laat passeren. Een mooi slepend gedicht als ‘Drentse A’ ontbreekt, maar daar tegenover staan enkele gedichten die niet eerder werden gebundeld.

Oneindig veel problemen’ laat Kopland horen zoals hij de laatste jaren dicht, ‘moeilijker’ en filosofischer, over essentiële levensvragen, over zijn en niet-zijn, in de traditie van Gerrit Kouwenaar:

 

Want alle gebeurtenissen zijn uitzonderingen op

al die regels volgens welke ze niet gebeuren.

Het is dus beter het woord probleem niet te gebruiken

want de problemen die er zijn en er niet zijn

zijn dezelfde.’

 

Rutger Kopland en Martin Tervoort: ‘Geluiden uit het Noorden. Rutger Kopland leest voor uit eigen werk’, cd plus tekstboekje, uitgeverij G.A. van Oorschot

 

Januari, 2002 

UA-37394075-1