Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Sabri Saad el Hamus: ‘Hier kan ik zijn wie ik wilde zijn’

Sabri Saad el Hamus (1957, Caïro) is een acteur met een missie. „Ik wil een tegengeluid laten horen”, zegt de acteur die in de toneelvoorstelling `De Arabier van Amsterdam’ een Arabische Jood speelt. Dezer dagen werd bekend dat hij de nieuwe artistiek leider wordt van Theatergroep De Nieuw Amsterdam. „Ik wil de groep met alle plezier leiden, maar vanaf de vloer. Ik ben geen kantoorman.”

 

,,Amsterdam was als een vrouw die zei: kom maar, kom maar.

 

Zo’n dertig jaar geleden, eind jaren zeventig, verruilde Sabri Saad el Hamus zijn geboorteland Egypte voor Nederland. „Voor een vakantie. Geen emigratie”, zegt de tengere acteur in een Amsterdams café nabij het theater van De Nieuw Amsterdam. „En het was liefde op het eerste gezicht. De eerste dag dat ik hier aankwam, voelde ik me meteen thuis. Alsof ik het allemaal al kende en eerder had meegemaakt. Amsterdam was als een vrouw die zei: kom maar, kom maar.

Ik ben een erotische vluchteling. Na drie maanden zou ik teruggaan, mijn studie economie afmaken, maar ik leerde de liefde kennen, ik ben hier ontmaagd en ben gebleven. Ik heb hier enkele vrouwen meegemaakt die verliefd waren op Egypte in mij, die zich een oud-Egyptische koningin waanden. Als Isis.”

 

,,Als je ervoor kiest hier te blijven moet je daar je best voor doen.”

 

Hij is, zegt hij, opgevoed en opgegroeid door Egypte, `mijn moeder’, maar heropgevoed door ‘mijn minnares, mijn vrouw, door Nederland’. „Ik woon ondertussen langer in Nederland dan ik in Egypte heb gewoond. Natuurlijk waren de eerste twintig jaren in Egypte de belangrijkste. Daar is de basis gelegd, die zou ik niet hebben willen missen. Maar als je ervoor kiest hier te blijven moet je daar je best voor doen.”

Passie

Sabri Saad el Hamus ging in 1983 naar de toneelschool in Arnhem. „Ik was er toen niet klaar voor, ik heb het niet af kunnen maken, maar ik wist wel: dit wil ik doen. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Het was mijn passie. En dat is het nog steeds. Stel je voor dat ik opeens iets anders zou moeten doen, dan raak ik in paniek.”

Sinds hij zijn draai gevonden heeft, heeft hij zich als een veelzijdige toneel-, tv- en filmacteur ontpopt. Hij speelde in opvallende producties bij Toneelgroep Amsterdam en De Trust. Hij was te zien in tv-series als `Pleidooi’, `Hertenkamp’, ‘Shouf Shouf de serie’, in de films `Het Schnitzelparadijs’, `Oesters van Namkee’, en “n Beetje verliefd’.

Abdelkader Benali schreef in 2001 voor hem de monoloog ‘Yasser’. Met zijn eigen theatergroep Maqam LaMaqul maakt hij al jaren politiek, geëngageerd theater, een genre dat lang uit de gratie was, maar intussen helemaal terug is van weggeweest. Met productiehuis Frascati maakt hij het vijfluik `Pax Islamica’ (de vrede van de islam), gebaseerd op de vijf zuilen van de islam: de geloofsbelijdenis (shahadah), de rituele gebeden (salaat), het geven van aalmoezen (zakaat), het vasten tijdens ramadan en de pelgrimstocht naar Mekka (hadj).

 

,,In het begin werd ik vaak gecast voor marginale rollen, voor een Surinamer of Indonesiër. Maar ik wilde meer.”

 

Inmiddels zijn `Zoeken naar Mohammed’ en `Mohammed en Omnya’ opgevoerd. Voor de laatste monoloog was hij kandidaat voor de Louis d’Or, de toneelprijs voor de beste mannelijke hoofdrol. „Dat ik de prijs niet won, beschouw ik niet als een verlies. Dirk Roofthooft heeft hem terecht gekregen. Daarbij, en dat stond ook in het juryrapport, beschouw ik de nominatie als een aanmoediging van het project. Ik wist dat ik iets goeds in handen had, ook al hakte iedereen er aanvankelijk op in.’’

Het lot is hem goedgezind geweest? „Absoluut. Omdat ik de juiste man ben op het juiste moment. Dat ging niet zonder slag of stoot. In het begin werd ik vaak gecast voor marginale rollen, voor een Surinamer of Indonesiër. Maar ik wilde meer.”

 

,,Ik wil het gevecht van het individu laten zien. Dat waren ook de missies van Charlie Chaplin, Buster Keaton en Shakespeare. Zo universeel als wat.”

 

In het theater maak ik gebruik van mijn achtergrond, van mijn ervaringen. Politiek? Ja, maar van binnenuit, het is niet dogmatisch. Ik wil het gevecht van het individu laten zien. Dat waren ook de missies van Charlie Chaplin, Buster Keaton en Shakespeare. Zo universeel als wat. `Mohammed en Omnya’ is een verhaal over een verloren liefde. Over onbegrip. Het speelt zich af in een islamitisch gezin, maar het had net zo goed in Japan kunnen spelen. Wat het anders maakt is dat het de toeschouwers een inkijk gunt in de ziel van een moslim. Hoe zit die in elkaar? Ik merk dat daar behoefte aan is.”

Wat voor moslim is hijzelf? „Er zijn zoveel versies van de islam als er moslims zijn. De keren dat ik mijn vader zag bidden, zijn op de vingers van een hand te tellen, maar hij was geen slechte moslim. Ik ben een Europese moslim. Ik ben een soefi. Het soefisme (mystieke stroming in de islam, red.) heeft me altijd getroffen. Dat alles uit liefde gebeurt en niet uit angst. Je laat je de alcohol niet verbieden. Je bidt omdat je dat leuk vindt, omdat je dat mooi vindt. Niet omdat je bang bent om in de hel te branden.”

 

,,Ik werk harder dan een Nederlandse acteur en ik werk ook harder dan ik zou hebben gedaan als ik in Egypte was gebleven.”

 

Het beeld van het eens als tolerant bekendstaande Nederland heeft hij de afgelopen jaren sterk zien kantelen. „Ik zou hier nu niet als nieuwkomer willen zijn. Indertijd vond ik Nederland zeer tolerant. Ik heb gezien hoe het allemaal veranderde. Ik had het voordeel dat ik mijn plek toen al verworven had.”

Is hij een modelallochtoon? „Ik ben competitiegericht, dat leer je wel, dat moet, anders word je eruit gesodemieterd. Ik werk harder dan een Nederlandse acteur en ik werk ook harder dan ik zou hebben gedaan als ik in Egypte was gebleven. Onder acterend Nederland is de concurrentie groot. Het komt voor dat een acteur die ik vertel over mijn ideeën gekscherend opmerkt: en moeten wij dat allemaal subsidiëren? Dat is als grap bedoeld, maar hoe diep kan een grap gaan? Sommigen zien me als excuusallochtoon. ‘Jij hebt veel meer werk dan ik, niet omdat jij beter bent dan ik, maar omdat jij een allochtoon bent.’ Dat wordt niet met zoveel woorden gezegd, het wordt wel gedacht. Ach, het zijn geen grote acteurs die zoiets zeggen. Als ik met echt grote acteurs werk is er sprake van gezonde concurrentie.”

 

,,Ik wil een tegengeluid laten horen en kan dat doen omdat ik die twee culturen van binnen en van buiten goed ken.”

 

,,Laatst kwam ik na een repetitie thuis en zag op tv hoe Geert Wilders in de Tweede Kamer tekeerging. Dat doet pijn. Het is alarmerend, maar op een goede manier. Ik bedoel, ik word erdoor bevestigd in de noodzaak van mijn aanwezigheid hier, in de noodzaak van mijn stukken. Ik wil een tegengeluid laten horen en kan dat doen omdat ik die twee culturen van binnen en van buiten goed ken.”

,,Het is een voorrecht om dat te kunnen doen. Dat is wat mij hier van meet af aantrok. Hier kan ik zijn wie ik wilde zijn. Tot mijn laatste ademstoot wil ik ervoor vechten dat Amsterdam tolerant blijft en zal blijven. Ik heb altijd gedacht dat ik in Egypte wilde worden begraven, maar het wordt Amsterdam, aan de Amstel. Ook al houd ik van Egypte, Nederland, Amsterdam, dát is mijn leven.”

 

Voorstelling: `De Arabier van Amsterdam’ door Theatergroep De Nieuw Amsterdam. Tekst Justus van Oel, naar Shakespeare (‘De koopman van Venetië’); idee Sabri Saad el Namus. Regie Aram Adriaanse. Met Sabri Saad el Namus, Mirjam Stolwijk, Hein van der Heijden, Peggy-Jane de Schepper en Raymi Sambo.

 

`We zijn wel gelijk,

maar niet hetzelfde’

 

Sabri Saad el Hamus liep al jaren rond met het idee om op basis van Shakespeares `De koopman van Venetië’ `De Arabier van Amsterdam’ te maken. `De koopman van Venetië’ is een omstreden stuk over wraak en vreemdelingenhaat. Wegens zijn antisemitische karakter wordt het sinds de Tweede Wereldoorlog weinig opgevoerd omdat er een onsympathieke, naar ‘christelijk bloed’ hongerende jood wordt opgevoerd die het stereotype joodse beroep van woekeraar uitoefent.

Het stuk valt of staat met de interpretatie. Justus van Oel maakte speciaal voor Theatergroep De Nieuw Amsterdam een bewerking van het stuk. Hierin leent de Arabische Jood Rafi (gespeeld door Saad el Hamus), eigenaar van een Amsterdams falafelimperium, geld aan de zakenman Antonio. „Dat brengt iedereen in verwarring, want kunnen Arabieren ook joods zijn? Ja dus”, licht Saad el Hamus toe.

Het stuk draait om de vraag: wie bepaalt wat rechtvaardig is? Het is tegelijk een aanklacht tegen het wij/zij-denken. „Dat wij/zij-denken is sterker dan ooit, en ik ben daar niet tegen”, zegt Saad el Hamus. „Ik ben niet tegen polariseren. Ik ben wel tegen zwart-wit denken, van wij zijn goed en zij zijn slecht. Hoezo, wij zijn goed en zij zijn slecht? Het idee dat moslims anders zijn, mag blijven. Want ze zijn anders, ze moeten ook anders blijven, dat is goed. Er is een mooie zin van U2, van Bono. We are one but not the same. We zijn één, we zijn gelijk, maar niet hetzelfde.”

,,De Arabieren van nu zijn de Joden van toen. Misschien is het nog niet zo extreem, maar je kan die vergelijking trekken, helaas. Laten we met zijn allen van de geschiedenis leren. Niet dat ik er optimistisch over ben. De angst in de westerse wereld voor de moslims is groot, vergelijkbaar met die voor de Joden indertijd. Als het zo doorgaat zou het er van kunnen komen. Geen gaskamers, geen concentratiekampen, maar een vorm waarin de Arabieren van nu apart worden gehouden, geïsoleerd. De Arabische wereld heeft het ook aan zichzelf te wijten, natuurlijk, en de angst begrijp ik ook wel.”

,,De tijd heeft geleerd dat slachtoffers daders kunnen worden. Zoals Israël van slachtoffer dader is geworden. De tijd heeft ons geleerd dat Arabieren wraak willen nemen. Ze vliegen met een vliegtuig de Twin Towers binnen. Zijn zij daar gelukkig mee? Nee, niemand. Maar waarom doet iemand zoiets? Hoe komt iemand tot zijn daad? Dat moet je onder ogen willen zien.’’

 

Oktober, 2007

UA-37394075-1