Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Saskia de Coster: ‘Voor mij moet elke zin ademen’

Haar ster rijst snel. Tot voor kort gold Saskia de Coster (1976) nog als een literaire belofte. Inmiddels wordt ze omarmd als een van de beste jonge schrijvers van het Nederlandse taalgebied. Ook in haar derde roman ‘Eeuwige roman’ valt vooral de sprankelende stijl op. ,,Voor mij moet elke zin ademen.”

 

Zelfs Gerrit Komrij, als meesterkraker van literaire reputaties toch niet scheutig met complimenten, maakte een vorstelijke buiging voor de jonge Vlaamse auteur. Het kan, kortom, niet op met Saskia de Coster. Bij die constatering trekt ze haar frêle schouders op. ,,Ach”, zegt de Brusselse met een zoete, ironische glimlach, te gast in Hilversum voor enkele mediaoptredens. ,,Het hangt er vanaf uit welke hoek die complimenten komen, al is alle lof natuurlijk welkom. Maar goed, als een autoriteit als Komrij zoiets lovends schrijft kan ik daar alleen maar blij mee zijn. Ook al voel ik mij jong en klein bij zo’n grote meneer.”

Is ze niet bang dat ze zal bezwijken onder al die aandacht en lof? Het ontlokt haar opnieuw een milde, spottende glimlach. ,,Ik heb zelf het idee dat ik als schrijver iets op het spoor ben. Ik zie dit alles als een stimulans, een aanmoediging om verder te gaan. Het zijn strohalmpjes waaraan ik me kan vastklampen”, zegt de nuchtere Vlaamse schrijver (,,géén schrijfster alstublieft”), die afkomstig is uit Linden bij Leuven. ,,Een piepklein dorp bij een kleine stad in het grote België”, zegt ze gekscherend. ,,In de kunstmatige staat België. Ik woon nu in Brussel, dat is oorspronkelijk Vlaams maar intussen haast een staat op zich, verfranst ook. Als ik daar mijn mond opendoe, komt er boekenfrans uit. Dan zie je de mensen kijken. Hé, uit welke eeuw komt die! Ik probeer me daarom nu een beetje te bekwamen in slang of straattaal.”

Reuzin

Inmiddels heeft De Coster drie romans geschreven die alle blijk geven van een grote, grillige verbeeldingskracht. Ze debuteerde in 2002 met ‘Vrije val’, een vervreemdend verhaal over een reuzin en een graatmagere jongen op een schip, met de oceaan als hun gevangenis. De opvolger ‘Jeuk’ (2004) vertelt over kroonprins Carl en diens mismaakte bastaardbroer Boris die na een rattenplaag moeten zien te overleven. Een meeslepend zwart ‘sprookje’ met een gruwelijk slot. In haar jongste boek ‘Eeuwige roem’ draait het om Babs, een begaafde jonge vrouw, en Julie, een actrice die roem najaagt. Hun levens kruisen elkaar tijdelijk. Ze zijn als tweelingen en tegelijk elkaars tegenpolen. De mannen in hun leven zijn niet minder rusteloos, de een leidt de politieke beweging der Sterfelijken, de ander is een muzikant met losse handjes die alles opzij zet voor zijn ideaal: het maken van de Beste Plaat Aller Tijden.

‘Eeuwige roem’ is anders dan De Costers vorige boeken, een grote stap voorwaarts in haar ontwikkeling. ,,Dat wilde ik ook. Dit verhaal zit meer op de huid van de werkelijkheid. Ik wilde een soort levensgevoel oproepen, een dwarsdoorsnede van de samenleving geven. Babs en Julie zijn mogelijk dezelfde persoon, de een is het droombeeld van de ander. Ze zijn door het milieu waarin ze opgroeien anders. Door hun omgeving ontwikkelen ze zich totaal verschillend. Waarmee ik wil zeggen: als baby heb je onbeperkte mogelijkheden, het kan nog alle kanten op.”

Spiegel

De Coster werkt graag met het dubbelgangermotief. ,,Misschien lopen er op dit moment ergens op de wereld verschillende ikken van mezelf rond. Dat zou de idee van exclusiviteit ondermijnen. Ik vind dat buitengewoon boeiend. Dat werk ik in mijn boek uit. Het cliché wil dat de literatuur de werkelijkheid een spiegel voorhoudt. Ik wil iets anders. Ik wil de werkelijkheid opengooien. Ik wil een wereld creëren waarin wetten en regels gelden die je zelf bepaalt. Maar ze moeten wel kloppen. Neem de politiek van George W.Bush. Die heeft ook zo zijn eigen regels en wetten. Als hij ineens zou zeggen: we gaan weg uit Irak, het was allemaal idioot wat we hier hebben gedaan, we gaan er nu beuken planten, dan is hij niet meer geloofwaardig. Wat je ook van zijn politiek vindt, er zit wel een logica in.”

Wat De Costers boeken zo bijzonder maakt is de taal, waardoor je incidentele typografische en visuele fratsen (bladzijden met veel wit, een bladzij met steeds dichter op elkaar gedrukte letters, een serie vage foto’s) voor lief neemt. Elke zin ademt en lijkt met speels genoegen en achteloos gemak te zijn geschreven. Van een typisch Vlaams idioom is in dit taalfeest geen sprake (uitgezonderd een enkel woord als panikeren). Gaat het schrijven haar inderdaad zo gemakkelijk af? ,,Het is een kwelling, soms”, zegt ze met een zucht. ,,Het is heel arbeidsintensief. Ik heb heel veel scènes en stukken die niet relevant waren of ontspoorden eruit gegooid. Ik draai elk woord om. Ik wil ook geen voorgekauwde beelden gebruiken of beelden die je als een laagje over het verhaal giet. Voor mij moet elke zin ademen om zo de taal, de wereld die ik beschrijf tot leven te wekken.”

Piepklein

Ze schrijft haar leven lang al. ,,Het zal wel een of andere genetische afwijking zijn. In de kleuterklas maakte ik zelf woorden, knutselde een eigen taal. Toen ik piepklein was dacht ik al: ik ga schrijven, ik ga de waarheid zeggen, ik kan alles doorzien, dat moet ik aan de wereld meedelen. Maar hoe dan hè, dat was nog de vraag.”

Dat ze Germaanse talen en literatuurwetenschappen studeerde, lijkt een logische keuze. Of toch niet? Zelf vindt ze dat ze daarmee nodeloos veel tijd heeft vermorst. ,,Ja, dom hè? Het is de enige tijd dat ik niet geschreven heb. Ik heb daardoor het gevoel dat ik mijn tijd verprutst heb en dat ik dat nu allemaal moet inhalen.”

,,Als ik schrijf ben ik helemaal geïsoleerd, sluit ik mijzelf op. Ik probeer heel streng voor mezelf te zijn. God zit dan met me mee te kijken. Niet dat ik zo gelovig ben, vroeger was ik katholiek, nu niet meer. Het is mijn privé God’’, zegt ze in een mengeling van ernst en scherts.. ,,Een altijd begeleidende camera die mij overstijgt en ertegen kan om beschimpt te worden.”

Veldwerk

Korte tijd werkte ze bij het Clauscentrum in Antwerpen, een periode waarop ze met weinig plezier terugkijkt. ,,Ik had een paper geschreven over Hugo Claus. Er was een incompetente prof die mij een job aanbood en mij overal voor wilde inschakelen. Hij wilde de biografie van Claus schrijven. Ik kon dan veldwerk verrichten, mocht bijvoorbeeld een stokoude bakkerin interviewen die Claus ooit een brood verkocht had. (Ze zucht, glimlacht smadelijk.) Het was geen succes, ik ben er dan ook vanaf getrapt.”

Op de vraag wat ze van Claus’ werk vindt, trekt een frons over haar voorhoofd. ,,Het is haat-liefde”, zegt ze aarzelend. ,,Ik voel grote bewondering, maar soms is hij echt belachelijk. Hij heeft op de route veel geschreven, maar sommige dingen had hij niet móeten schrijven.” Vanwege diens kwakkelende gezondheid is het vrijwel uitgesloten dat er nog nieuw werk van Claus zal verschijnen. ,,Zijn generatie is aan het sneuvelen. De tijd van terugblikken is nu gekomen, van mijmeren over de tijd dat ze in Parijs zaten en zo.”

Saskia de Coster is inmiddels voltijdschrijver. Behalve romanschrijver is ze actief als videokunstenaar, ze schrijft voor het theater (ontregelend, technologisch theater dat je een 3D-wereld binnenloodst) en schreef onlangs een oratorium dat in september in Leuven wordt opgevoerd. Bovendien treedt ze geregeld op. ,,Je schrijft immers niet om op een zolderkamertje te verstoffen. Ik heb een scenario geschreven dat ze nu in Jordanië opnemen, maar daar heb ik niet zo’n prettig gevoel bij. Liever geef ik mezelf de schuld als het niet goed is. Ik zou bijvoorbeeld graag een film willen maken, waarbij ik alles in eigen hand houd, als een kleine dictator.”

Eilandje

Vlaanderen is rijk aan jong schrijftalent. Ervaart ze dat zelf ook zo? ,,Met schrijvers die ikzelf apprecieer voel ik een zekere band, zoals met Annelies Verbeke en Peter Terrin. Verder zit iedereen hier op zijn eilandje. We komen elkaar af en toe tegen en doen dan alsof we elkaars boeken hebben gelezen. Ik heb dat nu ook echt gedaan. Als ik dan afga op de thematiek, merk ik dat we met hetzelfde bezig zijn, met sterfelijkheid, een licht absurdisme. Dat schept een band. Ik denk dat wij in Vlaanderen altijd zo’n beetje overal achterna gehinkt hebben. Dom en overijverig zijn we geweest. Lange tijd is de Vlaamse literatuur in de tijd blijven hangen; dan moest er in een roman weer zo nodig een Vlaams dorp met een worstenfabriek in kaart worden gebracht. Het is een melancholie die mij vreemd is. Vroeger had de literatuur met Hendrik Conscience (van ‘De leeuw van Vlaanderen’) een didactische functie, men moest de Vlaming Vlaams leren. Dat is nu wel gesleten, denk ik. Wat ons, jonge Vlaamse schrijvers, bindt is misschien de weigering om ons ergens in te passen. We gaan onze eigen weg en proberen in een soort omtrekkende beweging te laten zien hoe de wereld eruitziet.”

 

Saskia de Coster: ‘Eeuwige roem’, roman. Uitgeverij Prometheus, 232 blz. De romans ‘Vrije val’ en ‘Jeuk’ zijn uitgegeven door Bert Bakker/Standaard Uitgeverij.

 

Mei, 2006 

UA-37394075-1