Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Schoorsteenpiet

Kan ik je een puntje speculaasappeltaart offreren?’

Heb je iets te vieren?’

Wat denk je. De sinterklaastijd komt eraan.’

Ik heb het idee dat Sinterklaas al het hele jaar in het land is.’

Met die discussie over de schoorsteenpieten houd ik me niet bezig. Ik ben pietmoe. Dus begin er ook maar niet over.’

Ik begrijp veel mensen niet, want áls ik een jeugdtrauma zou hebben, is dat de schuld van die enge Piet.’

Kom op zeg. Zo’n onschuldig kinderfeest. Zo’n traditie moet je koesteren. Daar zouden wij juist trots op moeten zijn.’

Ik weet zo net niet of je trots kunt zijn op een traditie waar andere landen vol ongeloof en onbegrip naar kijken en waarvan een VN-mensenrechtencommissie zegt dat zij racistische kenmerken in zich draagt. Erg beschaafd en modern komt dat niet over. Van gidsland zijn we in een paar decennia een naar binnen gekeerd volkje geworden.’

Ik heb alleen maar warme herinneringen aan het sinterklaasfeest.’

Als kind haatte ik die man. Voor Sinterklaas had ik ontzag, voor Zwarte Piet was ik doodsbang, en niet alleen rond 5 december. Niet omdat hij zwart was. Ik kan me niet herinneren dat ik daar ooit een punt van maakte. Ik zag het niet of was me er niet van bewust. Ik was bang voor hem omdat hij akelige geluiden maakte, hij praatte met een vreemde, onheilspellende stem, hij sprong en hij danste op momenten dat er niks te dansen of te springen viel. Menig kind barstte in huilen uit als hij te dichtbij kwam. Het ergste was dat die man je er elk moment ongenadig met de roe van langs kon geven of in de zak stoppen. Ons werd verteld dat hij pas in Spanje de zak opende en je daar op water en brood zette. Het hele jaar door werd trouwens met zwarte Piet en zijn zak gedreigd als je stout of ongehoorzaam was. Ja, als kind had ik de pest aan die gast.’

Maar dat hield je uiteraard wel voor je. Wil je echt geen stukje?’

Des te onbegrijpelijker dat er horden zijn die hem door dik en dun blijven steunen, alsof je een crimineel verdedigt, alsof je van iemand een selfie maakt of een handtekening vraagt terwijl je weet dat hij niet deugt.’

Wat zul je razend op je ouwelui geweest zijn toen je eenmaal van je geloof viel.’

Helemaal niet. Geen moment. Ik verweet mijn ouders niks. Ze wisten toen niet beter.’

Zoals het in de jaren zestig was, is het allang niet meer. Langzaam is het feest van uiterlijk veranderd. Sinterklaas is een wijze, zachtmoedige oude baas. Zijn pieten zijn nu grappige werknemers.’

Toen ik gortig was – West-Fries voor wie niet meer in het sinterklaasverhaal gelooft – was piet in mijn ogen al een sneue figuur. Dus je begrijpt dat ik weinig begrip kan opbrengen voor wie over deze achterhaalde figuur praat als over een vriendelijke reus of een goochelaar op een kinderfeest.’

Toch kan ik me niet voorstellen dat je het niet fijn vond om cadeautjes te krijgen. Het is anders heel lekkere speculaasappeltaart.’

Zeker, het was een spannende tijd in ons grote gezin. Soms ronduit geestig. Ik herinner me een zwarte piet die op een gure winteravond op de deur van onze huiskamer stond te bonzen. De deur piepte open, wij hielden de adem in. Er kwam een zwarte handschoen uit een pofmouw tevoorschijn die een handje pepernoten naar binnen wierp. Wij stortten ons op het strooigoed. De deur woei open en daar stond ineens zwarte piet, een nogal weelderig, voluptueus type. Wij verstijfden van schrik, de rode pietenmond ging open, er volgden enkele onsamenhangende klanken. Plotseling schoot het bovengebit van de knecht de kamer in.’

En toen?’

Niets. Mijn moeder raapte het gebit op, stopte het in de zak van haar schort en haastte zich de deur te sluiten. Ze bleef daar als een cipier staan tot ze zeker wist dat Piet vertrokken was. Opvallend was wel dat de buurvrouw van enkele huizen verderop dagenlang met een tandeloze mond rondliep. Maar goed, als kind wil je die link niet leggen.’

Met je eigen kinderen vierde je anders gewoon elk jaar sinterklaasfeest.’

Dat waren fantastische weken. Het feest prikkelde hun fantasie. Zwarte Piet was van boeman in een grappige onnozelaar veranderd. Mijn kinderen maakten er theater van. De een verkleedde zich als de goedheilig man, de ander was piet, met of zonder een veeg schmink, dat maakte niet uit.’

Dus je bent fan van de traditie.’

Tradities komen, tradities gaan, zoals beroepen komen en gaan. De kolenboer zit nu op kantoor. De schoorsteenveger onderhoudt je cv-ketel. De modderbaggeraar is belastinginspecteur. Dat is niet zozeer vooruitgang, dat is de tijd van nu.’

Velen zien dat anders. Sinterklaas is van ons, je moet het feest niet vermoorden. Piet moet je geleidelijk aan veranderen. Wil je echt geen puntje?’

Kinderen hebben een ongebreidelde fantasie. Je zou wensen dat volwassenen een beetje van die verbeelding bewaard hadden. Ik herinner me een onderwijzeres voor een klas kinderen. Zij vertelde een spannend verhaal en terwijl de kinderen aan haar lippen hingen, kleedde zij zich om tot Sinterklaas. Toen het verhaal uit was, wisten de kinderen niet beter dan dat Sinterklaas voor de klas stond.’

Dus jij vindt de schoorsteenpiet nog niet ver genoeg gaan?’

Zijn er nog huizen met ouderwetse schoorstenen?’

Je kunt niet op alle slakken zout leggen. Roetvegen is een begin. Welk puntje wil je?’

Je hebt gelijk. Er valt altijd wel iets te vieren. Doe mij maar het grootste stuk.’

(7 november 2016)

UA-37394075-1