Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Schrijversportretten van Siegfried Woldhek: Nootebooms kop als een landkaart

Harry Mulisch zit als een god te dobbelen. Het opgeblazen gezicht van A.F.Th. van der Heijden schiet als een donderwolk onder het plaveisel vandaan terwijl zijn romans hem als straatklinkers om de oren vliegen. Gerard Reve wordt gewiegd door de Heilige Maagd terwijl de Meedogenloze Jongen naakt en vroom voor beiden neerknielt.

 

De borsten van Manon Uphoff worden door de smoezelige handen van een macho als sappige vruchten uitgeperst. Adriaan Roland Holst, de ‘prins der dichters’, ziet in een winter aan zee op het strand zijn eigen gezicht in de wolken weerspiegeld. En Jan Wolkers poseert met woeste grijze haardos piemelnaakt en met een viriele uitdrukking op het grimmige gezicht als een oudtestamentische aartsvader.

 

Het is een kleine greep uit de ’Knetterende letteren’ van Siegfried Woldhek (1951), die eind 2002 de driejaarlijkse G.H.’s Gravesandeprijs ontving voor zijn ’bijzondere literaire verdiensten’. Het boek bevat een royale keuze uit de grote hoeveelheid – zo’n zeshonderd – schrijversportretten die de satirisch tekenaar in ruim een kwart eeuw heeft gemaakt.

In die periode heeft Woldhek de Nederlandse literatuur op onovertroffen en niet verwisselbare wijze verbeeld met krachtige karikaturen die sterk tot de verbeelding spreken. Het zijn veelal groteske en grove uitvergrotingen die toch een verbluffende gelijkenis met de geportretteerden vertonen.

 

De zondagskinderen Remco Campert en Jan Mulder luieren in een hangmat.

 

De manier waarop Woldhek een auteur afbeeldt, is daarbij onlosmakelijk verbonden met zijn visie op diens werk. Woldhek ontdoet de schrijver van zijn vermomming en zet de geportretteerde daarbij ’lelijk te kijk’, zoals collega-tekenaar Peter van Straaten het in zijn voorwoord uitdrukt. Neem het portret van de moralistische Kader Abdolah die streng zijn vingertje heft naar Adriaan van Dis. Of dat van het olijke columnistenduo CaMu: de zondagskinderen Remco Campert en Jan Mulder in een hangmat.

 

De babykrullen van Maarten ’t Hart

 

Vervreemdend is de prent van globetrotter Cees Nooteboom met een kop als een landkaart. Weergaloos is die van Maarten ’t Hart met babykrullen die in de klas omringd door geërgerde klasgenoten voortdurend zijn vinger opsteekt. Onbarmhartig is de akelig grijnzende Martin Bril.

Gemak

Maar telkens frappeert het ogenschijnlijke gemak waarmee Woldhek een auteur en diens werk in enkele krachtige pennen- of verfstreken weet te vangen. En dat geldt niet alleen voor de oude meesters Erasmus, Multatuli, Elsschot, Bordewijk, Vestdijk, Boon, Carmiggelt, Lucebert en Hermans, maar ook voor hedendaagse schrijvers als Mulisch, Wolkers, Hugo Claus, Hella Haasse, Gerrit Komrij, J.J.Voskuil, Jeroen Brouwers, Doeschka Meijsing en Joost Zwagerman, van wie sommigen meermaals door Woldhek zijn geportretteerd.

 

Nabokov baadt in een zwerm vlinders.

 

Het boek geeft daarmee een mooie dwarsdoorsnede van de moderne Nederlandse literatuur. Wie nooit door Woldhek is ’vereeuwigd’ doet eigenlijk niet mee. Waarbij opvalt dat de vrouwelijke schrijvers er, althans in dit boek, enigszins bekaaid vanaf komen. De tekeningen van schrijfsters zijn ook niet altijd even geslaagd, al zijn er uitzonderingen, zoals de fraaie portretten van Margriet de Moor en Connie Palmen, en natuurlijk die van Uphoff.

 

Op het verwrongen smoel van Céline staan de gruwelen van de reis naar het einde van de nacht.

 

Woldhek, die ook politieke prenten maakt en dieren en sporters tekent, heeft door de jaren heen niet alleen Nederlands(talig)e schrijvers geportretteerd, ook grote meesters uit het buitenland. Zo baadt Vladimir Nabokov bij Woldhek in een zwerm vlinders (in elk boek van de Amerikaanse Rus, bekend van ’Lolita’, fladdert wel een vlinder rond), staan op het verwrongen gezicht van de Franse aartskankeraar Louis-Ferdinand Céline de gruwelen van de reis naar het einde van de nacht, en zweven voor het gelaat van Marcel Proust de madeleinekoekjes die hem in zijn romancyclus ’Op zoek naar de verloren tijd’ naar het rijk van zijn herinneringen voeren.

Siegfried Woldhek: ’Knetterende letteren’. Ruim tweehonderd schrijversportretten. Met een voorwoord van Wim de Bie en Peter van Straaten. Uitgeverij Thomas Rap, 210 blz.

 

Juni, 2003

UA-37394075-1