Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Shakespeares duizelingwekkende maskerade

Iedere gek kan over Shakespeare schrijven en dat hebben er dan ook heel wat gedaan, schreef jaren geleden een Engelse literatuurprofessor.

Inderdaad zijn er boekenkasten volgeschreven over de grootste toneelschrijver van alle tijden, de man die het belangrijkste literaire oeuvre van de afgelopen duizend jaar bijeenschreef.

De Amerikaan Stephen Greenblatt (1943) heeft daar het zijne aan toegevoegd. Een biografie, maar niet zomaar één, hij schreef een prachtig boek over het genie uit Stratford-upon-Avon, waarin de mens William (Will) warempel even tevoorschijn komt achter het mysterie dat Shakespeare altijd is gebleven. Het is een boek dat een verbazingwekkend (succes)verhaal vertelt.

Iedereen kent Shakespeare, zoals iedereen Johan Cruijff kent. Zelfs degene die nog nooit een stuk van hem heeft gezien (of gelezen), kent zijn naam. En anders wel de personages die hij schiep en – op velerlei manieren – een eigen leven gingen leiden. Wie kent ze niet, Hamlet en Ophelia, Richard III, Macbeth en King Lear, Romeo en Julia, Falstaff en Prospero, Othello en Desdemona, Puck en Rosalind?

En toch weten we nauwelijks wie hij écht was, William Shakespeare (1564-1616). Wie ging er werkelijk schuilging achter de schepper van al die meesterlijke koningsdrama’s, komedies en liefdestragedies? Achter al die 37 toneelstukken, 154 sonnetten, twee lange verhalende gedichten, een paar korte, waarin het bruist en gist van het leven? Dat (toneel)werk is tragisch en komisch. Chaotisch en ordelijk. Wanhopig en hoopvol. Verheven en banaal. Bloeddorstig en hartverwarmend. Het is toneel dat in Shakespeares tijd zowel de erudiet als de analfabeet aantrok, dat het publiek deed lachen en huilen, waarin de dichter van politiek poëzie maakte en net zo makkelijk schreef over de intieme levens van vorsten als over die van bedelaars. Stukken die na vier eeuwen wereldwijd nog altijd weten te ontroeren en te amuseren en tot nadenken stemmen.

Zoals ook Shakespeare zelf nog om de haverklap tot controverses leidt: sinds jaar en dag is er een strijd tussen de zogenoemde Stratfordians, die onvoorwaardelijk van Shakespeares auteurschap overtuigd zijn, en de anti-Stratfordians, die beweren dat Shakespeare helemaal niet de schrijver van de werken kan zijn geweest, en nu en dan ketelmuziek maken met nieuwe, zelden overtuigende ‘bewijzen’.

Hoe het zij, Shakespeares werk bezit een universele verbeeldingskracht, die van alle tijden is. De interpretaties van zijn werk zijn eindeloos. Zijn werk kan en wordt op eindeloos veel manieren gespeeld – elke dag wordt wel ergens ter wereld een stuk van Shakespeare gespeeld. Hoe valt een prestatie van zo’n omvang te verklaren?

Het is een vraag die Greenblatt zich ook stelt in zijn boek ‘William en de wereld’, Oftewel: hoe werd Shakespeare Shakespeare? Met als eerste vraag: wie was hij nu precies? Ja, droge feiten over de historische Shakespeare zijn er te over. Maar daaruit wilde maar geen dichter van vlees en bloed verschijnen, laat staan een persoonlijkheid. Zelfs hoe hij eruitzag weten we nauwelijks. Er zijn slechts twee beeltenissen van hem overgeleverd: een gravure van Droeshout en het borstbeeld in de kerk van Stratford-on-Avon, de geboorteplaats van de schrijver. Het is geen romanticus die ons hierop aankijkt, met zijn kale kop, hooggewelfde voorhoofd, ronde ogen met wallen eronder, flink ronde kin en dunne snor. Dit is eerder het prototype van een afstandelijke handelaar of argwanende burgerman.

Greenblatt, geroemd als een van de beste en scherpzinnigste Shakespeare-deskundigen ter wereld, heeft nu een nieuwe poging gewaagd. De Harvard-professor probeert in zijn boek te ontrafelen hoe een gewone jongen uit de provincie, zonder universitaire opleiding of een kruiwagen, zich kon ontpoppen als de grootste toneelschrijver aller tijden werd? Is hij daarin geslaagd?

Greenblatt voert de lezer mee door het leven van een natuurtalent dat en beroemd genie werd. Hij werd geboren in Stratford-upon-Avon, een stadje waar jaarlijks miljoenen toeristen neerstrijken om de geur van het genie Shakespeare op te snuiven. Of dat lukt is vers twee, de dichter is daar in elk geval alomtegenwoordig, elk café en koffiehuis verwijst in naam naar zijn werken.

We volgen op de voet hoe William, zoon van een mislukte handschoenenmaker, zich bekwaamde in het toneelschrijversvak. Hoe hij in 1585 Stratford verliet, een gezin stichtte, en in de keiharde theaterwereld van Londen zijn ster snel rees. Als toneelschrijver én acteur: ,,Shakespeare kon op het toneel de man zijn die hij volgens zijn ouders en naar zijn eigen gevoel was.” Hij voer er wel bij en omstreeks 1597 had hij het grootste huis van zijn geboortestad gekocht. Na 1611, toen hij fortuin en aanzien had vergaard, trok hij zich terug in Stratford, bezocht geregeld Londen om zich te onderhouden met toneelspelers en dichters. Hij stierf op 23 april (het feest van St. George, de beschermheilige van Engeland) 1616. Tijdens zijn leven was zijn werk slechts mondjesmaat in druk verschenen. Pas in 1623 werd een volledige folio-editie van zijn werken gepubliceerd.

Bij Greenblatt komen we veel te weten over de dichter zelf. Veel meer in elk geval dan in vorige biografieën waaruit Shakespeare veelal tevoorschijn kwam als een saaie, kleurloze figuur. Bij Greenblatt is de dichter een vitale man met, dat spreekt, een ongebreidelde verbeelding. We lezen dat Shakespeare een liefhebbende, berekenende echtgenoot was, die genoot van het leven en treurde om de dood van zijn vader en zijn elfjarige zoontje. Bovendien weet hij ons nieuwe inzichten te verschaffen over de toneelstukken, die veel, zij het verstolen, vertellen over de schrijver en zijn leven.

Dankzij dat werk, dat zo herkenbaar en tegelijk vreemd is, komen we ook een en ander over Shakespeare zelf te weten, Greenblatt toont dit in overvloed aan. Hij weet Shakespeare dichterbij te brengen. De dichter wordt een mens van vlees en bloed, geen mysterieuze schepper van een immens oeuvre. En toch.

Shakespeare voert niet alleen in zijn duizelingwekkende werk een maskerade op, hij verschuilt zich graag achter maskers. Greenblatt rukt steeds een masker af, maar daarachter stuit hij als in het droste-effect weer op een volgend masker. En zo lukt het Greenblatt uiteindelijk evenmin om het mysterie Shakespeare te ontraadselen. Ook al weet hij veel dichterbij de dichter te komen dan zijn voorgangers, de grote toneelschrijver weet hem steeds weer te ontglippen. De biografie wordt er evenwel niet minder weergalozer door.

 

Stephen Greenblatt: ‘William en de Wereld. Hoe Shakespeare Shakespeare werd’. Vertaling Marijke Koch en Albert Witteveen. Uitgeverij De Bezige Bij. 414 pag.

 

Oktober, 2004

 

UA-37394075-1