Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Strip maakt oorlogsleed verteerbaarder

Sinds een jaar of vijfentwintig bestaat er een nieuw soort stripverhaal: de journalistieke strip. Deze doet vooral verslag van oorlog, revolutie en volkerenmoord. Oorlogsstrips zijn al veel ouder, ze ontstonden ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, maar wereldwijd groeit intussen het aantal stripjournalisten dat een vorm van oorlogsverslaggeving bedrijft die meer recht wil doen aan de feiten.

 

In de documentaire ‘Strips gaan de strijd aan’ – te zien in de documentaireserie Close Up van de AVRO – geeft regisseur Mark Daniels het woord aan vooraanstaande stripjournalisten die aan de hand van hun verhalen laten zien hoe ze oorlog of onderdrukking verbeelden zonder zwart-witdenken, zonder de werkelijkheid te vervormen of met onoverwinnelijke superhelden te versimpelen.

 

GROOTSTE VOORDEEL IS DE TOEGANKELIJKHEID

In de film stippen ze aan wat een striptekenaar-reporter voorheeft op schrijvende, fotograferende of filmende journalisten. Volgens hen heeft hij meer vrijheid om een figuur neer te zetten in een bepaalde tijd en plaats aangezien een filmer of fotograaf veelal afhankelijk is van wat hij bij toeval voor de lens krijgt. Het verschil met een auteur of dagbladjournalist is kleiner, zeker als die beeldend kan schrijven. Maar het grootste voordeel noemen de makers de toegankelijkheid: hun werk betrekt niet-betrokkenen, of beter, het opent ogen die anders niet erg geïnteresseerd zouden zijn geweest in wat er gebeurt in Irak, Birma, Afghanistan, Egypte of Syrië.

 

Een van hun grote voorbeelden is ‘Maus’ van Art Spiegelman uit de jaren tachtig. Hierin verbeeldt Spiegelman de holocaust door de ogen van zijn vader. Het is een krachtige manier om in strips een persoonlijk verhaal te vertellen. De Amerikaanse journalist en striptekenaar Joe Sacco verstripte de oorlog in Bosnië in ‘Safe Area Gorazde, The war in eastern Bosnia’. Hij reisde ook door de bezette Palestijnse gebieden en maakte er een inmiddels bekroonde graphic novel van, vertaald als ‘Onder Palestijnen’.

 

STRIPJOURNALISTEN: STRIPS NIET ALLEEN VOOR KINDEREN

Volgens Sacco willen stripjournalisten ,,graag bewijzen dat strips niet alleen voor kinderen zijn. Het medium biedt mogelijkheden om dingen verteerbaarder te maken,” zegt hij in de documentaire.

 

,,Want wie gaat er nou een boek lezen over martelmethoden? Een strip over zo’n onderwerp pak je dan toch eerder op. De mens is visueel ingesteld. En het komt dan misschien net zo hard aan, het maakt het wel iets verteerbaarder. Je durft er toch wel naar te kijken. En als stripjournalist wil je de lezer binnenvoeren in zo’n lugubere wereld.”

 

Stripjournalisten, van wie sommigen voor kranten werken, kom je intussen overal tegen. De Frans-Iraanse Marjane Satrapi maakte ‘Persepolis’, dat speelt rond 1980 in de roerige jaren van de islamitische revolutie in Iran. De strip is getekend vanuit het perspectief van een kind. In de film zegt Satrapi:

 

,,Als je praat over een volk, een groep of verschijnsel, blijft het abstract. Wat is nou een volk? Dat zijn allerlei mensen, maar met één persoon kun je je identificeren.”

 

De Amerikaan Ted Rall ging als embedded verslaggever mee naar Afghanistan. ,,Bij het maken van ‘To Afghanistan and Back’ wilde ik de mensen laten zien wat daar echt gebeurde,” vertelt hij. Hij zat in een konvooi met vijfenveertig journalisten van wie er drie om het leven kwamen. Hij hield er een posttraumatische stressstoornis aan over. Hij tekende zijn ervaringen als een vorm van therapie omdat hij ,,er liever niet over praatte, ook omdat ik het niet kon uitleggen”.

 

Close Up-documentaire ‘Strips gaan de strijd aan’, AVRO.

 

Juli, 2011

UA-37394075-1