Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Ted Noten, doener tegen de truttigheid

Zijn sieraden zijn niet makkelijk draagbaar. Wel apart, brutaal, speels en uitdagend, zoals te zien is in ‘Ted Noten: goud, zweet & parels’ van documentairemaakster Simone de Vries. De film laat een even bevlogen als nuchtere Hollandse ontwerper zien.

 

Ted Noten (Maastricht, 1956) was metselaar, verpleger en wereldreiziger voordat hij op zijn 26e edelsmeedkunst ging studeren. Hij brak door met zijn omstreden ‘The Princess’ (1995): een dode muis met een parelkettinkje om zijn nek in acrylaat (doorzichtig plastic). Dat ontstond uit rebelsheid omdat Noten geen trek had om als eindexamenopdracht op de Rietveld Academie een parelketting te maken, ‘dat saaiste en burgerlijkste icoon uit de geschiedenis van de sieraadkunst’. Het kleinood hangt nu in het huis vol kunstschatten van een bemiddelde dame in Chicago, die de halsketting niet draagt maar aan de wand heeft hangen. In de film reageert Noten ontroerd als hij met zijn ‘lieveling’ verenigd wordt.

Inmiddels is de ontwerper internationaal bekend om zijn recalcitrante werk, vooral dankzij zijn in acrylaat gegoten objecten, zoals zijn omstreden objecten van vergulde wapens in damestasjes en een halsketting met parels van ijs die tijdens het dragen smelten. Wereldwijd verkopen zijn ringen, tasjes, armbanden en kettingen goed.

Als potentiële kopers zich vergapen aan zijn werk kan Noten zich vrolijk maken over hun hebberigheid. ,,Hebzucht hoort bij sieraden. Dat fascineert me. Zelf wil ik amper iets echt hebben. Ik vind het eigenlijk een verwerpelijke eigenschap van de mens. Tegelijk moet ik het daarvan hebben,” zegt hij met haast bulderende lach. Hij speelt met die hebzucht. Zo nodigde hij in zijn project ‘Mister Gold’ museumbezoekers uit om met een grijpkraan een staafje goud van de bodem te vissen. ,,Je weet dat het je nooit zal lukken. Toch bleven de mensen het proberen.”

Noten is het type ruwe bolster, blanke pit, met een macho-imago dat hij graag mag cultiveren. Een buitenbeentje in een wereld van glitter en goud, dat zich niets aantrekt van modes en speelt met conventies. ,,Waarom moet het sieraad dagelijks draagbaar zijn? Wie heeft dat ooit verzonnen?” Hij wil liever ‘een katalysator’ zijn. ,,Ik probeer dingen op zijn kop te zetten. Tegen de truttigheid van sieraden.”

Verwondering. Dat is wat Noten drijft. Verwondering over ‘onze verschrikkelijk eenkennige, eenvoudige smaak’. ,,Het is de cultuur eigen. Je pronkt niet in Nederland. Ik voel me ook niet geroepen om dat te veranderen. Ik ga niet tegen die vrouw zeggen: koop eens een fatsoenlijke oorbel, want wat je draagt is niks, nee.”

Járen geleden werd hem gevraagd trouwringen te ontwerpen. Daar moest hij lang over nadenken, want ,,dat heb ik nooit begrepen. Mensen kiezen voor elkaar, gaan trouwen en dragen dan allemaal dezelfde ring”. Dwars als hij is, besloot hij twee pillen van goud te maken, waarin microscopisch klein de naam was gelaserd. In de film laat hij ze zien en geeft een kleine demonstratie: ,,In de kerk slik je hem door met een glaasje wodka. Later kun je hem uit je eigen poep vissen. Dát is pas overgave.” Het trouwlustige stel was diep beledigd.

Noten leren we in het boeiende filmportret kennen als een doener, een handige handelaar, die niet voor de weg van de minste weerstand kiest. Het succes maakt hem onrustig. ,,Als de erkenning er is, wordt de opstandigheid minder.” Hij wil reacties uitlokken, ook als dit betekent dat zijn werk wordt beschimpt. Aan het slot slaat de twijfel toe en gooit hij het roer om, ,,want als iedereen mijn werk mooi gaat vinden, is dat ook niks.”

 

Oktober, 2010

UA-37394075-1