Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

The Band: je kon de muziek ruiken

‘Een pan soep.’ Zo omschreef Robbie Robertson ooit weinig eerbiedig de mix van genres die zijn groep The Band haar bijzondere geluid gaf. De groep verwierf bekendheid als begeleidingsband van Bob Dylan, maar werd zelf legendarisch met een eigenzinnige mengeling van soul, folk, cajun, gospel, blues en country & western.

 

De groep overtrof zichzelf met haar gelijknamige album ‘The Band’ (1969), ook wel ‘The Brown Album’ genoemd met zijn modderbruine elpeehoes en morsige groepsportret. De documentaire in de serie Classic Albums laat zien hoe The Band met de even bescheiden als onbescheiden naam in die jaren een onvervangbare plaats in de Amerikaanse pophistorie veroverde. De muzikanten zelf halen herinneringen op aan die goede oude tijd.

Daarbij blijven de schaduwkanten van de roem buiten beschouwing, want nadat de vijf muzikanten volop van het succes hadden geproefd, ging het fluks bergafwaarts door drugs, drank, vrouwen. Onderling was er ook bonje. Gitarist en zanger Robbie Robertson, de beste songschrijver van het gezelschap, spekte zijn bankrekening, terwijl de met zijn gezondheid worstelende drummer-zanger Levon Helm (1940-2012) tot kort voor zijn dood moest blijven optreden om zijn ziektekosten te kunnen betalen.

Maar dat was later, veel later. In zijn hoogtijdagen keerde The Band terug naar de roots van de Amerikaanse muziek. Terug naar het ‘platteland’. De muzikanten kenden ‘Sgt. Pepper’s’. En van wat er elders speelde in de popmuziek vingen ze wel eens wat op, maar ze trokken hun eigen plan, als eilanders geïsoleerd van de rest van de wereld.

Volgens de Canadese groep, met Helm als enige Amerikaan, was de VS in de tijd van hippies en flowerpower vervreemd geraakt van zijn eigen muziek. ,,Amerikanen voelden zich vreemdelingen terwijl ze er middenin zaten”, zegt Helm die in dit muzikale eerbetoon zichtbaar geniet van de oude opnamen. ,,Wij wilden de goede oude tijd terughalen en proeven. Het inhalen van de oogst, de feesten, het goede Amerikaanse leven.”

Voor Robertson zat dat vooral in de sfeer, in de kleuren en geuren die hij zich uit zijn jeugd herinnert. Hij trok als puber eind jaren vijftig met de bus door de staat Arkansas. Hij zag hoe de oogst werd binnengehaald en bewonderde de arbeiders op het land. ,,Je kon de muziek ruiken.” Dat gevoel beschreef hij later in zijn ‘King Harvest (has surely come)’, een nummer over boerenarbeiders.

The Band was geen groep met een of twee leidersfiguren, maar een collectief van vijf individualisten. Voortreffelijke multi-instrumentalisten die ook nog eens goed konden zingen. Robertson, beïnvloed door Dylans poëtische gaven maar muzikaal een kind van Nashville, vertelt hoe hij ‘The night they drove old dixie down’ schreef. Een nummer over de Amerikaanse Burgeroorlog waarmee nadien Joan Baez een wereldhit had. Omdat de baby sliep schreef hij het nummer al fluisterend achter de piano waarvan hij de toetsen zachtjes beroerde.

De virtuoos Garth Hudson mompelt wat voor zich uit en we zien hem ook als een goedmoedige muppet over zijn toetsen gebogen zitten, zijn watervlugge vingers als lenige mollige wormen. De inmiddels ook overleden bassist Rick Danko haalt op zijn erf herinneringen op. Ook wordt even stilgestaan bij leadzanger Richard Manuel, die tijdens een soort reünietournee op 4 maart 1986 zelfmoord pleegde in een hotelkamer in Florida.

De gesprekken met de muzikanten op leeftijd worden afgewisseld met archiefbeelden van de jonge gasten in de bloei van hun leven. Extraatjes vormen de aanwezigheid van Eric Clapton (die ooit op het punt stond zich aan te sluiten bij The Band) en de getuigenis van de in 2001 overleden ex-Beatle George Harrison.

 

Maart, 2012 

UA-37394075-1