Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Theun de Vries – Een groot verteller, geprezen en verguisd

De schrijver Theun de Vries (1907-2004) was een sociaal betrokken mens, een geëngageerd kunstenaar, een groot verteller, een idealist en een communist. Vooral dat laatste heeft zijn leven en werk in hoge mate bepaald. Zo werden zijn communistische sympathieën hem lange tijd nagedragen.

 

Schrijven deed Theun de Vries zijn leven lang. Hij debuteerde op zijn achttiende – met Friese sagen en poëzie – en bleef schrijven tot op hoge leeftijd: ,,Ik heb het voorrecht gehad om heel oud te worden zonder echte directe ouderdomskwalen.’’ Bij de viering van zijn negentigste verjaardag riep hij met kwajongensachtige bravoure uit: ,,Ik heb tot mijn tachtigste de liefde bedreven en tot mijn achtentachtigste boeken geschreven. Vorig jaar ben ik daarmee gestopt. Ik kan de concentratie en de discipline niet meer opbrengen.’’

Dat viel achteraf reuze mee. Want De Vries, die met afstand Nederlands productiefste schrijver was (zijn oeuvre telt meer dan 120 titels), kon het tóch niet laten. Na zijn negentigste verraste hij nog met de drie sprankelende historische romans ’Torrentius’ (over de 17-eeuwse schilder Jan van der Beeck alias Torrentius), ’Een bergreis’ (over de 17-eeuwse schilder Hercules Segher) en ’De wilde vrouwen van Pella’ (1999). Vooral in die laatste grote roman demonstreerde De Vries nog eens zijn grote kwaliteiten als verteller. In dat boek schetst hij de nadagen van de Atheense tragediedichter Euripides die aan het Macedonische hof inspiratie vindt voor een nieuw stuk.

 

,,Als je begint met ’Er was eens’ spitsen mensen hun oren. Ze willen een verhaal horen.’’

 

De cirkel was daarmee rond. Want in 1931 debuteerde Theun de Vries als prozaschrijver immers ook met een historische roman, met ’Rembrandt’, waarmee hij op excellente wijze een groot schildersleven én de Gouden Eeuw tot leven wekte. ,,Ik ben altijd een verteller geweest’’, zei hij eens. ,,En al is dat een tijd lang in Nederland niet zo gewaardeerd, ik geloof nog steeds dat het onderliggende principe van alle grote literatuur het sprookje is. Als je begint met: ’er was eens’, dan spitsen alle mensen hun oren. Ze willen een verhaal horen.’’

 

Een door ’schoonheidsverlangen bezielde’ zoon van een boterhandelaar

 

Theun de Vries werd op 26 april 1907 geboren in het Friese dorp Veenwouden. In 1920 verhuisde het gezin – zijn vader was boterhandelaar – naar Apeldoorn. Hier bezocht zoon Theun, hij was enig kind, het gymnasium. Hij ging voortijdig van school, werd journalist en nadien letterkundig redacteur van De Tribune/Volksdagblad. De door ’schoonheidsverlangen bezielde puber’ werd (literair) gevormd door dichters als Kloos en Gorter. De Vries, die op jonge leeftijd zijn doopsgezinde geloof verloor, sloot zich in de jaren dertig aan bij de ’antifascisten’: eerst de sociaal-democraten, daarna ’bekeerde’ hij zich tot het communisme. Hoezeer hij begaan was met het lot van de arbeiders blijkt onder meer uit zijn in Friesland gesitueerde trilogie ’Het geslacht Wiarda’, waarvan de ‘boerenroman’ ’Stiefmoeder aarde’ (1936) de bekendste is. Voor zijn stof hoefde hij niet ver van huis: ’zijn’ Friesland kende aan het eind van de 19de eeuw immers belangrijke sociale bewegingen, onder leiding van Domela Nieuwenhuis en later van Troelstra.

 

De Fries De Vries wilde vooral ‘een Nederlandse schrijver zijn’.

 

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij kennismaakte met ’echte Amsterdamse communistische arbeiders’. Hij trouwde met een ’oer-Nederlandse vrouw’, en werd in het westen des lands ’Noord-Hollander en in het bijzonder Amsterdammer’. De Vries wilde vooral ‘een Nederlandse schrijver zijn’. Het Fries en bijbehorende Friese aangelegenheden kregen voor hem een folkloristische kleur en verdwenen allengs naar de achtergrond, al greep hij op latere leeftijd nu en dan toch weer terug naar het Fries om er onder meer poëzie in te schrijven. Over zijn jeugd op het Friese platteland schreef hij later ook mooie vertellingen met in de hoofdrol zijn alter ego ’Wilt Tjaarda’ (1982, 2003).

Verzet

In de oorlog zat hij in het verzet met onder anderen Van Randwijk, Nijhoff en Hoornik. Hij werd opgepakt en opgesloten in het concentratiekamp bij Amersfoort, waaruit hij dankzij hulp uit de illegaliteit wist te ontsnappen. Lange tijd werd hij daarna nog geplaagd door een kampsyndroom. Zijn bekendste boek, ’Het meisje met het rode haar’, speelt in de oorlogsjaren. Het boek over de Haarlemse verzetsstrijdster Hannie Schaft verscheen in 1956. Het was het jaar van de Russische inval in Hongarije, toen De Vries zich niet meer kon verenigen met de Sovjetpolitiek. Bredere bekendheid kreeg ’Het meisje met het rode haar’ overigens pas in 1981, toen het door Ben Verbong werd verfilmd, met Renée Soutendijk in de hoofdrol. Over die verfilming was De Vries wel te spreken, hoewel hij vond dat Hannie Schaft te veel als een terroriste werd afgeschilderd en niet als onderdeel van een communistische verzetsgroep.

Een ander, zwaar politiek gekleurd boek is ’Februari’ (1962). Het is een – niet geheel ten onrechte – in de vergetelheid geraakt driedelig epos van 1300 bladzijden over de februaristaking in 1941 tegen de jodenvervolgingen, waarin welhaast elke communist zalig wordt verklaard. De Vries zag zich dit zelf later ook in, zoals hij achteraf ook spijt had van zijn al te positieve kijk op Lenin.

 

In 1982 verscheen een mijlpaal: ’Ketters’, een historische studie en tegelijk boeiende vertelling over ’veertien eeuwen ketterij, volksbeweging en kettergericht’. En op zijn tachtigste verjaardag verscheen een boek dat De Vries zijn favoriet noemde: de lijvige historische roman ’Baron’ over een jonge toneelspeler die leerling wordt van de grote Franse toneelschrijver Molière en zich ontwikkelt tot een van de grootste acteurs van de 17e eeuw. Het is een van de vele boeken waarin De Vries getuigt van zijn fascinatie voor kunstenaars (Spinoza, Jeroen Bosch, Puccini, Van Gogh, Haydn).

Miskenning

Theun de Vries ontving al in 1963 de P.C. Hooftprijs. Desondanks heeft hij zich lang miskend gevoeld. In dit verband is het veelzeggend dat het Letterkundig Museum in Den Haag pas vorig jaar, op zijn zesennegentigste, een tentoonstelling aan zijn leven en werk wijdde. Dat gevoel van miskenning had velerlei oorzaken. De Vries was een eenling. Hij stond te boek als een ’ouderwetse’ verteller, een kwalificatie die lang in een kwade reuk stond. Hij was vanwege zijn veelzijdigheid bovendien een ongrijpbare auteur: behalve romans en verhalen schreef hij poëzie, historische verhandelingen, kritieken, essays, monografieën, biografieën (onder andere van Oldenbarneveldt en Schimmelpenninck), toneelstukken en hoorspelen. Nooit heeft hij tot een bepaalde stroming behoord, al had hij wel contact met andere ‘kunstbroeders’. Zo correspondeerde hij met schrijvers van naam als Marsman, Nijhoff en Vestdijk. Met de laatste was hij bovendien bevriend, totdat politieke meningsverschillen een wig tussen beiden dreven.

 

,,De Sovjet-Unie was niet het paradijs van de arbeiders. Integendeel. Het was een grote, kille bureaucratie met veel leugenachtigheid.’’

 

De Vries verwierf lof en roem, tegelijk was hij lange tijd omstreden. Vanwege zijn lidmaatschap van de CPN (Communistische Partij Nederland) werd hij tijdens de Koude Oorlog uit de literaire gemeenschap gestoten. Niettemin bleef hij, ondanks zijn groeiende kritiek, lang de beginselen van het communisme trouw. Hij maakte reizen naar de toenmalige Sovjet-Unie, maar allengs werd de desillusie groter. ,,Het was’’, constateerde hij, ,,niet het paradijs van de arbeiders. Integendeel. Het was een grote, kille bureaucratie met veel leugenachtigheid.’’

In 1971 brak hij met de CPN. Zijn communistische sympathieën werden hem evenwel lang nagedragen. ,,In de Koude Oorlog’’, zei hij, ,,stond ik eens op de boekenmarkt in de Bijenkorf. Komt er een elegante dame naar mijn stalletje toe en vraagt: ’Meneer, bent u Theun de Vries?’ ’Ja,’ zei ik. Toen spuugde ze me in mijn gezicht. Ik was namelijk communist.’’

 

,,Misschien is deze tijd van onzekerheden een voorbereiding op een ommezwaai.”

 

Spijt van zijn politieke stellingnamen heeft hij niet gehad, al was hij eerlijk genoeg om achteraf zijn fouten en mislukkingen toe te geven. Over het huidige tijdsgewricht was Theun de Vries somber gestemd. Hij miste politieke bevlogenheid en zag met lede ogen aan hoe het land ’verloedert’. Pessimisme was hem evenwel vreemd. Want het ,,mensdom moet en gaat vooruit. Misschien is deze tijd van onzekerheden een voorbereiding op een ommezwaai. Niet dat dát dan het einde van het lied zou zijn. De geschiedenis gaat – gedragen door de mensen zelf – altijd voort.’’

 

Januari, 2004

 

 

UA-37394075-1