Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Tjitske Jansen en de martelgang van moeilijke jeugd

Tjitske Jansen was de verrassende winnaar van de Anna Bijns Prijs 2009. Ze kreeg onderscheiding voor haar gedichtenbundel ‘Koerikoeloem’, waarin ze de martelgang van een moeilijke jeugd beschrijft.

 

De Anna Bijns Prijs, genoemd naar de vermaarde middeleeuwse dichteres, is in 1985 speciaal in het leven geroepen voor de vrouwelijke stem in de letteren, ofwel kwalitatief hoogstaande Nederlandstalige literatuur van vrouwen. De prijs van tienduizend euro en de Anna Bijns Trofee wordt om het jaar uitgereikt, afwisselend aan een proza- of poëziepublicatie.

Het is met Tjitske Jansen (1971, Barneveld) snel gegaan. ‘Koerikoeloem’ is pas haar tweede officiële gedichtenbundel, maar in die korte tijd heeft ze een aanzienlijke reputatie verworven. Haar veelbesproken bundels bereiken oplages waarop de meeste van haar collega-dichters jaloers zouden zijn. Inmiddels wordt ze met haar ‘verstaanbare’ poëzie in één adem genoemd met gevestigde namen als Ingmar Heytze, Sjoerd Kuyper, Jean Pierre Rawie, Menno Wigman en Rogi Wieg. Haar werk wordt in brede kring gewaardeerd en is populair bij lezers. Maar het wordt ook ‘te gemakkelijk’ genoemd en verguisd door toonaangevende poëziecritici als Ilja Leonard Pfeijffer, de flamboyante dichter met de wilde manen, die haar debuut indertijd afdeed als kitscherige ‘lekkerewijvenpoëzie’.

Tjitske Jansen is een opvallende verschijning in de Nederlandse poëzie. Ze is goedlachs en spraakzaam, maar ook snel geëmotioneerd. Ze is wars van opsmuk, ijdel vertoon en cynisme, koestert de ernst en de onschuld zonder zweverig te worden. Veelzeggend is dat bij haar thuis aan de deur het bordje Just have a good heart hangt. Ze draagt geregeld voor uit eigen werk op (literatuur)festivals en trekt tijdens optredens de aandacht met haar lange bruine haar, ranke gestalte en zacht-dwingende stem: ,,Ik ben nog altijd beter in op het podium staan dan in echt leven.”

Haar bekroonde bundel ‘Koerikoeloem’ is een fonetische variant van curriculum (vitae, levensloop). Het boek bestaat uit een lang gedicht, opgebouwd uit miniaturen, poëtische prozaschetsen en anekdotes. Het beschrijft Jansens moeilijke jeugd en haar leven als jonge vrouw. Ze woonde vanaf haar twaalfde bij pleeggezinnen, soms een paar weken, soms een paar jaar. Ze deed na haar vwo een studie beeldende kunst en theater aan de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem, die ze cum laude afsloot. Voordat ze publiceerde – dichten deed ze altijd al – pakte ze van alles aan om aan de kost te komen, variërend van administratief medewerkster tot marktkoopvrouw, serveerster en keukenhulp.

In ‘Koerikoeloem’ volgt de lezer het moeizame levenspad van de hoofdpersoon langs school, vader, broer, pleeggezinnen, geliefden en psychiater. Bezwerend en op onderkoelde toon wordt de schaduwzijde van een bestaan belicht, en de zoektocht naar liefde en houvast. Dat gebeurt in een sobere, bedrieglijk achteloze taal: ‘Er was een zomer waarin de zon zich op mij achterliet’.

Voor Jansen was het schrijven aan ‘Koerikoeloem’ een vorm van therapie. ,,Schrijven kan je bevrijden van iets dat je in zijn greep houdt en troosten bij een bepaald gevoel van paniek,” zei ze. Gezien haar verleden noemde de dichteres het zelf een wonder dat ze is geworden wie ze is. ,,Het is vreemd dat ik zacht ben gebleven. Met mijn achtergrond zou het logischer zijn geweest dat ik in een crimineel circuit terecht zou zijn gekomen.”

 

Oktober, 2009

 

UA-37394075-1