Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Tomas Ross: ‘De Oranjes lusten me niet’

In zijn misdaadroman ‘De nachtwaker’ duikt Tomas Ross wederom in een heikele koningskwestie. Zijn verhaal begint in de oogstrelende Cuypersbibliotheek van het Rijksmuseum. Hoe ver kun je gaan? ,,Geen smaad, geen laster.” En: ,,Ik wil graag dat mensen geloven wat ik schrijf.”

 

‘De nachtwaker’ (ondertitel: ‘het koningscomplot’) komt voort uit een opdracht van het Rijksmuseum, dat na de ingrijpende verbouwing op 13 april 2013 werd heropend door koningin Beatrix. Het museum vroeg Ross in verband hiermee om een spannend boek. ,,Iedereen doet sinds Dan Brown iets met schilderijen. Het Rijks heeft een schitterende bibliotheek, een door god gegeven locatie en weinig mensen weten dat het museum zo’n prachtige boeken- en prentenverzameling heeft. Ik dacht, daar ga ik iets mee doen.”

 

,,Ik moest me een beetje inleven in die juffrouw, wat die allemaal doet en hoe. De meisjes hier (op de uitgeverij) en ook mijn vrouw moesten bij het lezen van het manuscript soms ontzettend lachen.”

 

In ‘De nachtwaker’ doet Tomas Ross waar hij goed in is: historische feiten naar zijn hand zetten en er een dramatische, spannende interpretatie aangeven. De vijfendertigjarige Emma de Jongste stuit in maart 2013 bij de herinrichting van de Cuypersbibliotheek bij toeval op een cahier met twee oude pentekeningen. Als ze navraag doet bij een oude kunsthandelaar wordt die vermoord. Emma wordt verdacht en moet vluchten. ,,Het was lastig om als hoofdpersoon een meisje van 35 te nemen”, vertelt Tomas Ross (1944), pseudoniem van Willem Hogendoorn, in het kantoor van zijn uitgeverij De Bezige Bij. ,,Ik heb een dochter van die leeftijd. Ik moest me een beetje inleven in die juffrouw, wat die allemaal doet en hoe. De meisjes hier (op de uitgeverij) en ook mijn vrouw moesten bij het lezen van het manuscript soms ontzettend lachen. Dat dóet een vrouw niet. Enfin, het is ook leuk om te doen.”

 

,,Soms zit ik vast in een hoofdstuk. Ga ik even terug naar 1879 en 1887.”

 

Als gebruikelijk hanteert Ross verschillende vertelperspectieven waarin hij in een soepele stijl de lezer langs een keur van hoofd- en bijfiguren voert. De plot is complex en toch helder. Hij springt moeiteloos door de tijd. Het ene moment zitten we in 2013, het volgende in 1887, 1904 of 1924, aan het hof of tussen kunstenaars en anarchisten. ,,De leukste vertelperspectieven voor mij zijn Emma en Wilhelmina of zo’n Klaas van Os, een anarchist. De historische perioden. Soms zit ik vast in een hoofdstuk. Ga ik even terug naar 1879 en 1887. Laat ik die jongens inbreken op de Keizersgracht. Ben je even ergens anders. Daarna ben ik weer in staat om over te schakelen naar de Emma van 2013. Alsof je twee boeken door elkaar schrijft.”

Intriges

Veelschrijver Tomas Ross (1944) heeft in de afgelopen dertig jaar veel spraakmakende (politieke) kwesties onder vuur genomen, met een voorkeur voor intriges rond het koningshuis. Naast romancier is hij scenarioschrijver, onder meer van tv-series ‘Wij Alexander’, ‘Bernhard, schavuit van Oranje’ en ‘Beatrix, Oranje onder vuur’.

 

,,Interessant zijn de echte schelmen, de bon vivants. En met Máxima en haar vader haal je iets on-Nederlands binnen. Vind ik prachtig om te mogen doen.”

 

Hij schrijft over alles, maar niet over grote financiële schandalen. ,,Nee, die kan ik niet, ik kan geen vastgoedfraude doen, dat is niets voor mij, maar al die andere kwesties wel. Er zit heel vaak oorlog in. Heel vaak zit prins Bernard daarin verweven, een perfecte on-Nederlandse figuur om honderd jaar geschiedenis te vertellen. Verder is Nederland een suf land. Er gebeurt wel veel achter de schermen. Interessant zijn de echte schelmen, de bon vivants. En met Máxima en haar vader haal je iets on-Nederlands binnen. Vind ik prachtig om te mogen doen. En dit nieuwe boek, over de afstamming, ja, dat zit al heel lang in mijn hoofd.”

 

,,Prins Alexander zou nooit geschikt zijn geweest als koning. Wel heel slim, maar homoseksueel, zenuwziek, schizofreen, dat kon natuurlijk niet.”

 

De in ‘De nachtwaker’ ontvreemde pentekeningen horen bij een viertal dat in opdracht van prins Alexander, de derde zoon van koning Willem III en koningin Sophie, is gemaakt om zijn vader koning Willem III te wreken. Ze hebben alles te maken met de erfopvolging en met Emma (van Waldeck-Pyrmont) die in 1879 als bruid en redster van de dynastie door Willem III naar Paleis Noordeinde werd gehaald. En ook met de mysterieuze Nachtwaker, die het voortbestaan van de Oranjes bedreigt. ,,We weten dat Willem III een zwaar verwaarloosde syfilis had. Alexander zou nooit geschikt zijn geweest als koning. Wel heel slim, maar homoseksueel, zenuwziek, schizofreen, dat kon natuurlijk niet. Toen kwam die oude man met Emma. Ik wist ook niet dat er toen zo negatief over haar werd geschreven. De kranten stonden er bol van, harder dan vandaag hoor, al stonden er op majesteitsschennis zware straffen.”

De Nachtwaker – hij heette Sigismund de Ranitz – vormt de rode draad in het verhaal over de afstamming. ,,Emma woonde op paleis Noordeinde, Willem zat weer vaak op Het Loo. Ze was een ontzettend ambitieuze jonge vrouw. De Ranitz was eigenlijk adjudant van Willem, maar zat in Den Haag met zijn gezin. Hij had als bijnaam De Nachtwaker. Over Emma en hem verschenen allerlei verhalen in de kranten, ook in de anarchistische bladen, dat de nachtwaker ’s nachts zijn vrouw gedag kuste en dan nog een vrolijk gesprekje met hare majesteit ging voeren. Geweldig toch?”

 

,,De stamboom van de Oranjes stopt eigenlijk al in de zeventiende eeuw met Willem III de stadhouder.”

 

Ross, zelf lid van het Republikeins Genootschap, stipt in zijn roman de twijfels over de erfopvolging aan, en in het verlengde daarvan koningin Beatrix’ weigering vorig jaar om als enig regerend vorstin haar DNA te laten onderzoeken. ,,Voor zover ik weet heeft de Britse koningin Elisabeth het laten doen, de Zweedse koning Gustav, de Spaanse koning Juan Carlos, allemaal in het kader van het genealogisch onderzoek naar de monarchie in Europa. Ze willen zeker zijn van hun zaak. Waarom doet Beatrix dat dan niet? De stamboom van de Oranjes stopt eigenlijk al in de zeventiende eeuw met Willem III de stadhouder.”

Erfelijkheid

Hier laat de vlugge prater die Ross is, even een pauze vallen. Dan zegt hij, voor zich uit mijmerend: ,,Stel je voor dat ik echt zou kunnen bewijzen dat Beatrix gewoon mevrouw van Amsberg van Lippe-Biesterfeld is en verder niks? Dan valt de basis voor het koningschap, erfelijkheid, weg. Maar het zou het volk niks uitmaken, toch? En zij zal het vervelend vinden als het uitkomt, maar je krijgt ze niet weg. En wij, republikeinen? Ach, het is een leuk clubje, maar er gebeurt niks.”

 

,,Lezers zeggen: we weten bij u nooit waar de waarheid ophoudt en waar je begint met liegen. Ik beschouw dat als compliment.”

 

Tomas Ross wordt wel de ‘godfather van de Nederlandse faction’ genoemd. Dat is zijn specialiteit, een boek dat deels op feiten, deels op fictie berust, in navolging van het genre dat mede door Truman Capote (‘In cold blood’) groot werd gemaakt. Hij doet grondig voorwerk. En Ross, ook historicus en journalist, houdt ervan om de beschreven tijd scherp neer te zetten. ,,Als je schrijft: ‘Het was koud op 15 maart’, denk je wie bekommert zich daarom? Maar je hebt altijd lezers die het controleren. ‘U vergist zich helemaal, meneer! Prins Bernard kon nooit op 1 maart 1942 in een jeep zijn gestapt, want die was er nog niet, die komt pas twee maanden later.’ Heb je alles nog zo goed uitgezocht, zijn er altijd die het beter weten.”

,,Hoe zag een politieagent er rond 1880 uit? Ik heb heel lang zitten tobben over het licht op zijn fiets. Ik heb een stokoude blinde buurman van 96, die nog van zíjn vader, politieagent in Den Haag, verhalen en oude foto’s heeft. Hem heb ik het boek voorgelezen. Hij zei: ‘Nee, ze hadden geen carbidlamp. En wat? Nee! Ze droegen géén laarzen! In 1886? Hoge schoenen! Beenkappen! Wat heb je nog meer? Had hij geen sabel? Hij had een sabel, in een zwarte schede’.”

,,Je kan ook gewoon zeggen: hij had een lantaarn aan zijn fiets hangen. Maar ik vind dat leuk. Het maakt een verhaal authentieker. En ik wil graag dat mensen geloven wat ik schrijf. Dat is me ook wel eens verweten. Lezers die zeiden: we weten bij u nooit waar de waarheid ophoudt en waar je begint met liegen. Ik beschouw dat meer als compliment. Wat ik heb verzonnen is blijkbaar zo plausibel gemaakt dat je denkt, zou dat waar zijn?”

Kistje

Als een rode draad in ‘De nachtwaker’ loopt, net als in ‘Wij Alexander’, het kistje met waardevolle familiedocumenten waarvan wordt beweerd dat ze een tijdbom onder de troon zouden zijn. Ross kan er smakelijk over vertellen. ,,Dat kistje is authentiek. De spaarzame Wilhelmina gaf duizend gulden aan de man die het kistje van haar halfbroer in zijn bezit had. Dat was toen een hoop geld.”

 

,,Ik lees alles voor aan mijn vrouw en als die zegt, het is op het randje, denk ik, misschien is dat wel zo.”

 

De wijze waarop Ross zich in heikele kwesties rond de monarchie vastbijt is de Oranjes geregeld een doorn in het oog. Het weerhoudt hem er niet van om op de ingeslagen weg door te gaan. ,,Ik moet wel een beetje gaan oppassen. Zegt mijn vrouw ook altijd. Ik moet het volgende boek maar eens niet over het koningshuis doen, toch?” Hoe ver kun je gaan? ,,Geen smaad, geen laster. Ik lees alles voor aan mijn vrouw en als die zegt, het is op het randje, denk ik, misschien is dat wel zo. Maar met dit boek is dat helemaal niet zo.”

,,Ik heb nu zo’n beetje alle verhalen van deze Oranjes gehad. Ik heb Mabel in ‘Onze vrouw in Tipoli’ gehad, Máxima in ‘Het meisje uit Buenos Aires’, over haar vader natuurlijk. Ik heb voor de VPRO net wel een hoorspel gemaakt. Wilhelmina in Londen. De narigheid daarvan is dat als je er met mensen over praat sommigen nauwelijks nog weten wie Wilhelmina was. Moet je ook gaan uitleggen wie Willem Drees was. Mijn boeken moeten langzamerhand voorzien worden van voetnoten.”

 

,,Nee, ik zal geen lintje krijgen. Die heb ik nog van mijn vader (de verzetsman P.G.Hogendoorn), dus die kan ik nog altijd opspelden.”

 

Hij is, op zijn zachtst gezegd, niet erg geliefd bij de Oranjes. ,,De presentatie zouden we doen op 13 april. Maar, en dat heb ik wel meer gehoord, Beatrix is er niet erg op gesteld als ik daar ben. Zoals het me ook was afgeraden om met mijn vrouw naar de première te gaan van de musical ‘Soldaat van Oranje’. Hetzelfde gebeurde laatst met het boekenbal toen het gerucht ging dat Beatrix daarbij zou zijn. En ik ga natuurlijk geen mot maken en zeggen, als de koningin komt, wil ik ook komen. Nee, ik zal geen lintje krijgen. Die heb ik nog van mijn vader (de verzetsman P.G.Hogendoorn), dus die kan ik nog altijd opspelden.”

 

,,De misdaadroman is oppervlakkiger geworden. Dat komt door de dames.”

 

Tomas Ross won driemaal De Gouden Strop. Hij nam pakweg dertig jaar geleden zelf het initiatief voor deze prijs voor het beste misdaadboek van het jaar om het genre meer cachet te geven. Is hij in zijn opzet geslaagd? ,,Helaas. De misdaadroman is oppervlakkiger geworden. Dat komt door de dames. Ze kunnen wel goed schrijven hoor. En veel lezers zijn tegenwoordig vrouwen. Maar het zijn vrij gemakkelijke boeken, geschreven op hun eigen soortgenoten, vrouwen van 40, Vinex-wijk, verliefd op een andere man, allerlei narigheid. Ik heb niet te klagen over de verkoop van mijn boeken, maar mijn doelgroep vormen de toch wat beter opgeleide, iets oudere mannen, vanaf veertig, ook wel wat vrouwen. Maar die mannen raken we steeds meer kwijt, die kopen bijna geen boeken meer. Het is nu voorbehouden aan vrouwen.”

Seksscène

Hij verkoopt als misdaadauteur behoorlijk. ,,Het is wisselend. Heel goed liep mijn boek ‘De zesde mei’, over Fortuyn. Gemiddeld verkoop ik dertig- tot veertigduizend, dat is heel veel, als je weet dat er van de gemiddelde misdaadroman in Nederland tweeduizend worden verkocht. De misdaadromans zijn meer vliegtuigboeken geworden. Wel spannend, maar je hoeft niet na te denken. Ik ben nogal eens wijdlopig, veel geschiedenis. Je moet je hoofd er wel bij houden. Ik wil niet op de knieën gaan. Zoals Roald Dahl zei: lezers moeten op hun tenen gaan staan, maar ik ga niet op mijn knieën.

,,Tegenwoordig zit er ook veel meer seks in misdaadromans. In mijn boek zit één seksscène. Ik zat m’n stokoude blinde oude buurman voor te lezen. Vroeg ie: wanneer gaat ze nu neuken? Ik zei verbaasd: wanneer gaat ze nu neuken? Wat is dat nou voor een vraag voor een man van 96? Nou, zei hij, dat verwacht ik wel van je.”

 

Tomas Ross: ‘De nachtwaker – het koningscomplot’, uitgeverij De Bezige Bij/Cargo, 320 blz.

 

Maart, 2013

Een verkorte versie verscheen in de kranten van De Persdienst.

 

UA-37394075-1