Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Tomas Tranströmer: een ober die iedereen tegelijk bedient

Dat de Zweed Tomas Tranströmer in 2011 de Nobelprijs voor de literatuur kreeg, ’s werelds belangrijkste literaire onderscheiding, kwam als een verrassing.

Van de Zweedse Academie die de Nobelprijzen verdeelt, is bekend dat zij er nogal huiverig voor is om een landgenoot te lauweren.

En ook al prijkte Tranströmer sinds jaar en dag op de kandidatenlijstjes, de kans dat hij daadwerkelijk gelauwerd zou worden, was bescheiden. Dat hem de grote prijs toch werd toegekend, is te zien als een daad van een rechtvaardigheid. Tomas Tranströmer (Stockholm, 15 april 1931) is een groot dichter en dat wordt niet alleen al decennia onderkend in zijn eigen land, ook ver daarbuiten.

In Nederland is aanzienlijk veel van zijn werk vertaald. Dat is vooral te danken aan Bernlef (1937-2012), die de dichter indertijd ontdekte toen de nog jonge Nederlandse schrijver in Zweden woonde en werkte. Bernlef las zijn poëzie en was verkocht. Hij merkte daar eens over op: ,,Toen ik zijn werk begon te lezen, was het alsof de sleutel plotseling in het slot paste. Ik kwam binnen in een wereld die ik zowel kende als niet kende.” En tijdens een interview in 2008, naar aanleiding van het boekenweekgeschenk dat hij toen had geschreven, zei hij: ,,Die gedichten had ik eigenlijk zelf willen schrijven, maar omdat ze al bestonden, ben ik ze maar gaan vertalen.”

Veelbetekenend is de anekdote die Bernlef vertelde over een van zijn eerste ontmoetingen met de dichter. Tranströmer wees zijn gast op een knoestige eik met takken die alle kanten uitwezen. Hij zei: ‘Kijk! Net een ober die iedereen tegelijk wil bedienen.’ Het is zo’n beeld dat illustratief is voor de poëzie van Tranströmer. Zijn voorganger, de Russische dichter en Nobelprijswinnaar Joseph Brodsky (1940-1996), gaf ruiterlijk toe ooit beelden van de Zweed te hebben ‘geleend’ omdat hij ze zo onweerstaanbaar goed vond.

Tranströmer debuteerde met ’17 dikter’ in 1954. Daarna publiceerde hij met enige regelmaat gedichtenbundels. Tranströmer is behalve dichter een psycholoog, in welke hoedanigheid hij actief was in jeugdgevangenissen. In 1990 werd hij getroffen door een beroerte, kreeg problemen met zijn spraak en motoriek, en herstelde gedeeltelijk. Als dichter is hij baanbrekend geweest in de Zweedse poëzie die tot in de jaren vijftig sterk doordrongen was van traditionele natuurlyriek. Tranströmer keek verder en in die zin is hij een modernist, die in scherp geformuleerde metaforen en verrassende vergelijkingen schrijft over alledaagse dingen die je gemakkelijk over het hoofd ziet of waar je niet meteen bij stilstaat. Een gedicht over de muziek van Haydn staat naast een vers over het sterke concentraat van espresso.

Zijn poëzie is helder en tegelijk duister, toegankelijk en tegelijk gecompliceerd, maar nooit gezocht of geforceerd. Je ziet het vaak meteen voor je. De Zweed streeft ernaar om ‘het grote onbekende waar ik deel van/ uitmaak en dat zeker belangrijker is dan ikzelf’ in woorden te vangen. Daarin duikt niettemin ook het platteland vaak op, in trefzekere beeldspraak:

 

‘Op een dag, vanaf de steiger wasgoed spoelend

steeg de kou van de stroom door haar armen

haar lijf in’.

 

Dat Tranströmers poëzie tot de beste in de wereld behoort, blijkt uit de meer dan vijftig talen waarin zijn werk te lezen is. De poëzie is bekroond met tal van nationale en internationale prijzen. In Nederland, waar hij een geregelde gast was op poëziefestivals als Poetry International, is zijn door Bernlef vertaalde werk bijeengebracht in ‘Het wilde plein’, ‘De herinneringen zien mij’, ‘De treurgondel’ (De Bezige Bij) en ‘Alfabet op de rug gezien’ (Querido). Eeltsje Hettinga vertaalde werk van hem in het Fries.

 

Oktober, 2011

 

Allegro

 

Ik speel Haydn na een zwarte dag

en voel een simpele warmte in mijn handen.

 

De toetsen zijn willig. Milde hamers slaan.

De klank is groen, levendig en kalm.

 

De klank zegt dat de vrijheid bestaat

en dat iemand de keizer geen belasting betaalt.

 

Ik steek mijn handen diep in mijn haydnzakken

en doe als iemand die de wereld in alle rust aanschouwt.

 

Ik hijs de haydnvlag – dat betekent:

Wij geven ons niet over. Maar willen vrede.’

 

De muziek is een glazen huis op de helling

waar stenen rondvliegen, stenen rollen.

 

En de stenen rollen er dwars doorheen

maar iedere ruit blijft heel.

 

Tomas Tranströmer

 

Uit: ‘Het wilde plein. Gedichten 1948-1990’. De Bezige Bij

Vertaling: J. Bernlef

 

 

UA-37394075-1