Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

V.S.Naipaul – Tussen maniakken van ergste soort

,,De roman is een circusact”, orakelde de Britse schrijver V.S.Naipaul (1932, Trinidad) eens in een interview. ,,Hij zal wegkwijnen.” Volgens de Nobelprijswinnaar van 2001 moeten schrijvers daarom het verzonnen verhaal inruilen voor non-fictie, waaronder journalistieke reportages, om elke zweem van verdichting of fantasie uit te bannen.

 

Het zijn wonderlijke uitspraken van de excentrieke knorrepot Naipaul. Vooral als je bedenkt dat juist Naipaul in zijn romans, zoals met ‘Een kiem van betovering’, aantoont dat het genre springlevend is. Hoe gedegen je actuele kwesties ook in non-fictie probeert te vatten, ze kunnen niet of hoogst zelden op tegen de wijze waarop de ‘werkelijkheid’ in een roman gevangen kan worden. Kijk naar Rushdies roman ‘Shalimar de clown’, die tegelijk met Naipauls roman verscheen en eenzelfde thematiek behandelt. In non-fictie zou het hem nooit gelukt zijn om zo diep in de wereld van de moslimterrorist door te dringen.

Het is trouwens niet voor het eerst dat Naipaul de roman naar het reservaat van de literatuurgeschiedenis verwijst. Bij verschijning van zijn roman ‘Een half leven’ deed hij hetzelfde, en ‘Een kiem van betovering’ is er min of meer het vervolg op.

 

‘Het is het enige waar ik heel mijn leven aan heb gewerkt, me nergens thuis voelen en toch op mijn plaats lijken’, peinst de hoofdpersoon.

 

In beide boeken is Willie Chandran de hoofdpersoon. Hij is een gemankeerde, onthechte Indiase man, inmiddels in de veertig. Of hij nu in Afrika, Berlijn, India of Londen verblijft, hij blijft een buitenstaander. In dat opzicht heeft hij veel trekjes van zijn geestelijke vader meegekregen: ‘Het is het enige waar ik heel mijn leven aan heb gewerkt, me nergens thuis voelen en toch op mijn plaats lijken’, peinst de hoofdpersoon halverwege ‘Een kiem van betovering’.

Willie Chandran verlaat na een lang verblijf in Afrika zijn Portugese vrouw en keert terug naar Europa, naar zijn zuster in Berlijn. Dankzij haar krijgt zijn leven een politieke wending. Zij brengt hem op het spoor van een Indiase guerrillabeweging die de lagere kasten in het binnenland wil bevrijden. Hij raakt verstrikt in de netten van revolutionairen wier ideologie alles afwijst wat het leven enige jeu geeft. In meer dan één opzicht lijkt Naipauls boek dus op Rushdies ‘Shalimar de clown’, dat in dezelfde tijd speelt in het door India geannexeerde Kasjmir.

Naipauls hoofdpersoon wordt tegen wil en dank meegezogen in een maalstroom van geweld en gekte. Hij realiseert zich dat hij zich bevindt ‘tussen maniakken van het ergste soort’. Uiteindelijk belandt hij in de gevangenis. Met enig geluk keert hij jaren later terug naar Engeland, waar hij een koninkrijk ‘in verval’ aantreft en hem nieuwe desillusies staan te wachten.

 

Naipaul laat overtuigend zien dat voor wie zich compromitteert met politieke of religieuze extremisten er niet of nauwelijks een weg terug is.

 

‘Een kiem van betovering’ is een ‘typische’ Naipaul. Het is even dwingend als quasi-achteloos en onderkoeld geschreven, soms tegen het lome en saaie aan. Het boek draait niet alléén om de worstelingen van de hoofdpersoon met zijn identiteit. Het geeft een inkijkje in de banale, harde realiteit van alledag. Naipaul maakt de Indiase noch de Britse samenleving er mooier op dan zij is. Integendeel. Bovendien laat hij overtuigend zien dat voor wie zich compromitteert met politieke of religieuze extremisten er niet of nauwelijks een weg terug is.

Zo logenstraft de schrijver Naipaul met literaire middelen de woorden van de publieke figuur Naipaul. In een essay of non-fictieboek had hij de worstelingen van de dolende en zoekende mens nooit zo indringend kunnen oproepen. Bij Willie Chandran vallen uiteindelijk de schellen van de ogen: ‘Het is verkeerd een ideaalbeeld van de wereld te hebben. Dat is waar de ellende begint.’

 

V.S.Naipaul: ‘Een kiem van betovering’ (‘Magic seeds’), roman. Vertaald door Servaas Goddijn. Uitgeverij Atlas, 254 blz.

 

Augustus, 2005

UA-37394075-1