Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Van Kooten en De Bie: ‘Ze hadden altíjd wat te zeggen’

Een aantal van hun vondsten is gemeengoed geworden, zoals ‘Geen gezeik, iedereen rijk’ en ‘Samen voor ons eigen’. Daarnaast hebben Kees van Kooten en Wim de Bie een keur aan typetjes bedacht die nog altijd tot de verbeelding spreken.

 

In de door de VPRO uitgezonden documentaire ‘Van Kooten en De Bie sloegen weer toe!’ van Coen Verbraak kijken de krasse knarren terug op pakweg dertig jaar hoogstaande televisiesatire. De komieken praten uitvoerig over hun leven en werken, royaal aangevuld met sketches van weleer.

 

HET MOEST EEN MYSTERIE BLIJVEN

En dat is bijzonder omdat Van Kooten en De Bie lange tijd de boot afhielden. ,,Ze huldigden het standpunt dat het allemaal een mysterie moest blijven. Daar komt bij dat ze nooit eerder iets hadden gemaakt waarover ze zelf niet de regie hadden”, zegt (reis)journalist en programmamaker Coen Verbraak, die in 2010 de Zilveren Nipkowschijf kreeg voor ‘Kijken in de ziel’, een serie tv-interviews met vooraanstaande Nederlandse psychiaters.

 

Uiteindelijk hapten ze toch toe, tot grote vreugde van de maker. ,,Het was tijd, vonden ze zelf, dat het verhaal een keer verteld wordt. Het zou ontzettend zonde zijn als dat niet meer kon.” Verbraaks documentaire geeft een overzicht van het omvangrijke televisiewerk dat Koot & Bie van 1969 tot 1998 op televisie maakten, vanaf 1974 met een eigen programma. Het eerste deel van het drieluik schetst hun jeugd. Deel twee gaat in op hun werkwijze, deel drie op de late jaren. Verbraak begon een jaar geleden met zijn drieluik, in november was de laatste draaidag.

 

,,Ik werkte er niet voortdurend aan. Maar ik merkte wel dat het een groot beslag op me legde. Ik werd er ’s nachts ook wel eens wakker van. Dat had, denk ik, ook te maken met het gevoel dat er iets van me verwacht werd. Koot & Bie zijn nationaal erfgoed. En als jij de erebaan krijgt om dat te vertellen, moet je het ook wel goed doen.”

 

De Klisjeemannetjes, Koos Koets, de Vieze Man, zwerver Dirk, wethouder Hekking van Juinen, De Tegenpartij van de vrije jongens Jacobse en Van Es, vakbondsleider Aad van der Naad, Oost-Europakenner dr Remco Clavan, professor Akkermans, de gebroeders Gé en Arie Temmes, De Bie’s oud-leraar Duits Otto den Beste, Carla en Frank van Putten, Walter de Rochebrune, Robbie Kerkhof, meneer Foppe en betweter Cor van der Laak. Menigeen van boven de vijfendertig ziet ze meteen voor zich, de typetjes die altijd voor meer stonden dan je op het eerste gezicht dacht.

 

Coen Verbraak ervoer het dan ook als bijzonder om met de bedenkers daarvan te werken, omdat hij zelf opgroeide in de hoogtijdagen van de virtuoze satirici:

 

,,Ik ben bewonderaar en fan. Ik kom van een generatie die altijd als vanzelf keek. Je ging typetjes nadoen of gebruikte uitspraken van ze. Wat ook aansprak was de manier waarop ze naar de wereld keken.”

 

Verbraak was vooraf wel bang dat de ontmoeting zou tegenvallen:

 

,,Je kunt je helden beter niet ontmoeten, wordt wel gezegd, en al helemaal geen film over ze maken. In het echt vallen ze vaak ontzettend tegen. Maar dat is bij mij helemaal niet gebeurd. Het was bovendien zeer de moeite waard om hun repertoire terug te zien. Sommigen dingen zijn misschien te lang naar de huidige maatstaven. Toch viel het nooit tegen. Dat komt, denk ik, doordat ze zo sterk vanuit de taal werkten.”

 

De taal was hun motor en dat leverde juweeltjes en neologismen op als positivo, krasse knarren, regelneef, oudere jongere en doemdenken, vondsten waarvan je nauwelijks nog weet dat Van Kooten en De Bie er de bedenkers van waren. Zijn er tegenwoordig satirici die in hun voetsporen kunnen treden?

 

,,Nee, die zijn er niet echt. Neem nou Draadstaal/Neonletters of Koefnoen, dat is knap gemaakt. Bij de satirici van nu zie je goede typering, de stemmetjes zijn perfect gedaan, maar dan vraag je je wel af: wat wil je nu precies zeggen? Bij Koot en Bie ging het helemaal niet om de typering, het ging om de humor en om wat ze wilden zeggen. Hun kracht was dat ze altíjd wat te zeggen hadden.”

 

De kleinschalige manier waarop Koot en Bie werkten, frappeerde Verbraak nog het meest.

 

,,Ze gingen gewoon de straat op, met achterin de auto een bord met Juinen erop. Dat plantten ze dan ergens in een weiland en dat was Juinen. Na een kwartier waren ze weer weg, want ze hadden gewoon een goede scène geschreven. Ze draaiden ook gewoon thuis en bij en met vrienden en bekenden. De hulp in de huishouding bij de Van Kootens heeft ook gewoon meegespeeld, net als de oppas van Kim en Kasper.”

 

‘Van Kooten en De Bie sloegen weer toe’, documentaire van Coen Verbraak in drie delen, VPRO.

 

Februari, 2012

UA-37394075-1