Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Van Muiswinkel & Van Vleuten: ‘Cabaretiers moeten hun snavel houden’

Het succesvolle cabaretduo Van Muiswinkel & Van Vleuten trekt anderhalf jaar langs de theaters met ‘Prediker & Hooglied’. Hierin wordt Nederland onder het vergrootglas gelegd. Niemand wordt ontzien, ook het eigen metier niet: ,,Cabaretiers zorgen voor een geestelijk klimaat dat even verfrissend is als een zwavelmijn in Polen.’’

 

Prediker & Hooglied’ is een kleine, intieme voorstelling over twee vrienden van middelbare leeftijd die elkaar in een zonbestoven stadspark nabij een muziekkoepel treffen. Rode draad vormt de uitnodiging voor een optreden in een Nederlandse enclave in Australië. ,,Die is ontleend aan de werkelijkheid’’, zegt Erik van Muiswinkel in de artiestenfoyer van de Stadsschouwburg Velsen te IJmuiden, het vaste premièretheater van het populaire cabaretduo. ,,Cabaretiers worden namelijk bestookt met uitnodigingen van dat slag.’’

 

Diederik van Vleuten: ,,Laatst kregen we twee verzoeken, een om op te treden voor de Nederlandse kolonie in Dubai, de ander voor die in Shanghai.’’ Van Muiswinkel: ,,Stel dat je daarop ingaat en een uur over Nederland zou moeten volmaken? Wat laat je dan zien? Die vraag stellen we in ons nieuwe programma.’’ Van Vleuten: ,,Het is de kapstok waaraan wij onze grieven hangen.’’

 

TOBBEN, SCHRIJVEN, UITPROBEREN

 

Hun vorige programma ‘Antiquariaat Oblomov’ ervoeren ze zelf als een voorlopig hoogtepunt in een jarenlange samenwerking die vijf succesvolle en artistiek hoogstaande programma’s omspant. ‘Antiquariaat Oblomov’ achten ze zelf nauwelijks te overtreffen. Van Vleuten: ,,In dat programma kwam voor ons gevoel alles samen wat we in de jaren ervoor hadden opgebouwd. Een jaar geleden sloten we die tournee af. Tussen toen en nu zitten twaalf maanden van tobben, schrijven en proberen. We hebben er erg voor gewaakt om er niet een herhaling of flauwe echo van te maken.’’

 

Speelde Van Vleuten voorheen vaak de idealist en Van Muiswinkel de pragmaticus, inmiddels zijn ze in alle opzichten aan elkaar gewaagd. Van Muiswinkel: ,,Vanaf onze eerste voorstelling ‘Mannen van de wereld’ was er sprake van een zekere rolverdeling: de tobberige cultuurpessimist tegenover de schnabbelende flierefluiter. Daar zijn we gaandeweg vanaf gestapt. In de nieuwe voorstelling zit die helemaal niet meer. We wisselen nu voortdurend van rol. De ene keer barst Diederik uit in een tirade, de andere keer is het mijn beurt om te fulmineren. Dan is de een in een pessimistische of optimistische bui, dan de ander. We houden elkaar volledig in evenwicht.’’

 

VLAMMENDE TIRADES TEGEN DE TIJDGEEST

 

In ‘Prediker & Hooglied’ worden komische scènes en imitaties afgewisseld met vlammende tirades tegen de tijdgeest en intelligente twistgesprekken op het scherp van de snede. Aan de hand van een minimusical wordt een tijdsprong gemaakt van Theo van Gogh, de broer en mecenas van Vincent van Gogh, naar de vermoorde cineast en columnist met dezelfde naam.

 

Er valt veel te lachen. De heren mikken echter niet op de gemakkelijke lach maar graven dieper. Hilarisch is Van Vleutens parodie op de Hollandse Australiër met zijn knauwende accent.

 

,,Iedereen herkent die aanstellerij.’’ Hetzelfde geldt voor de door Van Muiswinkel gespeelde spastische cabaretfan. Een even voortreffelijke als valse metafoor voor een cabaretpubliek dat alles slikt wat hun wordt voorgeschoteld? Van Vleuten: ,,Die man komt naast me zitten op het bankje in het park. Hij zegt: Ik ben dol op cabaret. En dan zeg ik heel venijnig: Ja, van uw soort mensen moeten we het hebben. Het is natuurlijk lariekoek, want er zitten volstrekt normale mensen in de zaal. Maar het past feilloos in het programma.’’

 

Het is hoe dan ook een zeer herkenbare figuur. Van Muiswinkel: ,,We komen nogal eens wat mensen tegen die echt alles leuk blijken te vinden. En daar zitten tot onze verbazing goeie vrienden en familieleden bij. Dat kan niet, denken wij dan. Je kunt niet én Hans Liberg leuk vinden én ons. Dat bestáát niet. Nu ja, dat bestaat dus wél. Als mensen dat zeggen, geloof ik ze. Toch begrijp ik het niet.’’ Van Vleuten: ,,Zo min dat je voor je boekenkast gaat staan en beweert dat je alles daarin even mooi vindt. Je hebt toch je voorkeuren?’’ Van Muiswinkel: ,,Je gaat mij niet vertellen dat als je met genoegen Toergenjev leest ook een Kluun verslindt.’’

 

 

OUDTESTAMENTISCHE BIJBELBOEKEN

 

 

Vanwaar de titel ‘Prediker & Hooglied’, naar de oudtestamentische Bijbelboeken? Van Muiswinkel: ,,Wij vonden het een mooie, poëtische titel. We wilden aanvankelijk twee advocaten opvoeren, John Prediker en Rob Hooglied. Daar hebben we een week lang plezier van gehad. Gaandeweg maakte de voorstelling een draai. De titel konden we niettemin probleemloos handhaven. Bij ‘Prediker & Hooglied’ kun je van alles bedenken en mensen, heb ik gemerkt, komen zelf met allerlei verrassende interpretaties.’’

 

Van Muiswinkel is een meester in het neerzetten van typetjes, zoals hij op tv en in het theater bij herhaling heeft bewezen met verbluffende imitaties van Marcel van Dam, Gerard Reve, Anton Geesink, Willem van Hanegem en oud-PSV-voorzitter Harry van Raaij. In ‘Prediker & Hooglied’ wordt niet of nauwelijks van dat beproefde recept gebruik gemaakt. Van Muiswinkel:

 

,,We voeren nog wel rare figuren op, maar niet meer uit de bekende oude doos. Aanvankelijk hadden we er nog een paar persiflages in zitten, maar op zeker moment hebben we gezegd: nee, dat moeten we niet meer doen. We hebben het gelukkig niet meer nodig. Het is ook een keer mooi geweest. Ik doe één minuutje de Australische krokodillenman (de onlangs verongelukte Steve Irwin, red.) die ik pas geleden in het satirische tv-programma Koefnoen persifleerde. Maar ik heb niet het gevoel dat de mensen zich afvragen waar de typetjes blijven. Helemaal niet.’’

 

KATTEN AAN COLLEGA’S

 

Er worden nogal wat katten uitgedeeld aan collega-cabaretiers. ,,Ach, een beetje maar’’, zegt Van Muiswinkel laconiek. Van Vleuten, geagiteerd: ,,Nederland wordt overspoeld met cabaret. Daar zeggen we wat over in ons programma. We geven eerlijk toe, we hebben zelf ook in al die programma’s gezeten. Maar het moet ook een keertje klaar zijn. Je kunt geen tv-programma aanzetten of er zit wel een cabaretier aan tafel om zijn snavel over van alles en nog wat open te trekken.’’

 

Het cabaretduo onderscheidt zich door zijn muzikaliteit en taalgevoel. Ook in ‘Prediker & Hooglied’ komen weer fraaie vondsten voorbij. Van Vleuten:

,,Ik zeg ergens: Cabaretiers zorgen voor een geestelijk klimaat dat even verfrissend is als een zwavelmijn in Polen. Dergelijke zinnen zijn zo geconstrueerd dat als je ze anders uitspreekt, woordjes weglaat of verhaspelt, de grap niet werkt. Het is fijn om te zeggen: De vrijheid van meningsuiting wordt opgesoupeerd door het termietenleger van beroepshumoristen. Je kunt ook zeggen: ‘Iedereen kakelt maar door elkaar en je kan niks meer zeggen.’ Maar dat is toch anders. Het moeten onontkoombare zinnen zijn, ze moeten aankomen.’’

 

Van Muiswinkel:

 

,,Wat denk je van deze: Je kunt van de hertog van Alva en Seyss-Inquart zeggen wat je wilt, maar ze hebben het hier wel een tijdje stil gekregen. Hoe verder de democratie zich ontwikkelt, hoe meer mensen meepraten en hoe drukker het wordt, hoe meer je in je fantasie verlangt naar iemand die eens zegt: en nu allemaal eens je bek houden, we gaan het voortaan zus of zo doen. Dat is een groot, griezelig verlangen in de mens. Dat verlangen naar rust, zekerheid en dus een sterke man die ons allemaal even vertelt hoe het moet. Dat verklaart de populariteit van iemand als Thatcher en van Fortuyn.’’

 

ROUWRANDJE EN EEN KRONKEL

 

De toon wordt gaandeweg de voorstelling vileiner. Het slot krijgt zelfs een rouwrandje als Van Vleuten in een persiflage op een cursiefje (Kronkel) van Simon Carmiggelt een zwart toekomstbeeld van Nederland schetst. Van Muiswinkel: ,,Die Kronkel hangt aan het eind als een donderwolk boven de voorstelling. In de eerste try-outs sloeg die bij het publiek een beetje dood. Nu wordt er enorm om gelachen.’’

 

Hebben de meeste cabaretiers hun volle theaterzalen niet mede of vooral te danken aan de televisie? Van Vleuten: ,,Erik en ik zijn al een tijdje bezig. Erik zit al meer dan twintig jaar in het vak, ik iets korter. In die periode hebben we op eigen kracht toch wel iets opgebouwd. Maar het is waar, het verschil tussen een zaalbezetting van tachtig procent en honderd procent heeft zeker te maken met Studio Spaan en Kopspijkers. Dat is gewoon zo. Maar dat is niet erg. In het theater krijgen de mensen echt wat anders van ons te zien. En het leuke is, ze blijven komen, want ‘Antiquariaat Oblomov’ was geen gemakkelijk programma.’’

 

Bovendien is het theateraanbod immens, het vak hard. Van Muiswinkel: ,,Het is een grote, zware markt. Op alle fronten, of je nou televisie doet of snoep verkoopt, je moet gewoon aan de weg timmeren. Gesubsidieerde toneelgezelschappen leren ook steeds beter hoe het werkt. Tien jaar geleden maakte je als acteur geen tv-commercials. Nu zijn ze absoluut niet meer besmet.’’

 

De beide cabaretiers zijn behalve collega’s die ‘hetzelfde soort universum delen’ al jaren met elkaar bevriend. Van Vleuten: ,,Niet dat we voortdurend bij elkaar op de koffie komen, dat niet. Ik woon samen met Bianca, van Plien & Bianca. Die twee bellen elkaar voortdurend. Dat doen wij niet.’’ Van Muiswinkel, woonachtig in Heemstede: ,,In Amsterdam woonden we vlak naast elkaar, dan zie je mekaar sowieso vaker. Tegenwoordig lopen we de deur niet bij elkaar plat. Tijdens een theatertournee zien we elkaar wel vaker dan onze vrouwen.’’ Van Vleuten, tegenwoordig wonend in Grootschermer: ,,We hebben allebei onze gezinnen. Ik krijg van vrienden wel eens te horen dat ze me zo weinig zien. Een terecht verwijt, maar ik weet gewoon niet waar ik de tijd vandaan zou moeten halen.’’

 

Voorstelling ‘Prediker & Hooglied’ door Van Muiswinkel & Van Vleuten. Regie: Kees Prins.  

December, 2006

UA-37394075-1