Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Vasili Grossman, hoop op de rand van de afgrond

Jarenlang rustte er een vloek op ‘Leven & Lot’ (1960), het monumentale levenswerk van de Russische schrijver Vasili Grossman (1905-1964). Na een halve eeuw is er eindelijk een Nederlandse vertaling van deze moderne klassieker, waarin het leven in een totalitair systeem en de slag bij Stalingrad gedetailleerd worden beschreven.

 

Leven & Lot’: grote roman in de traditie

van Tolstoj’s ‘Oorlog en vrede’

 

Vasili Grossman schreef met ‘Leven & Lot’ een grote roman in de traditie van Tolstoj’s ‘Oorlog en vrede’. De vergelijking lijkt gewaagd, maar de schrijver moet bij het schrijven van zijn epos zijn grote voorbeeld dikwijls voor ogen hebben gehad. Er zijn veel overeenkomsten, zoals de raamvertelling en de talrijke personages, maar de verschillen zijn groter. Schrijft Tolstoj in de klassieke romanvorm over de Napoleontische oorlogen (en nog zo veel meer), bij Grossman is de moderne oorlog een duivelse moordmachine die alleen maar verliezers kent. ,,Het leven was verschrikkelijk. Ergens diep in hun ogen flitste het trieste inzicht op dat de kracht die hen in die kuil gejaagd had, hen met hun kop in de modder had gedrukt, ook na de oorlog zowel de winnaars als de verliezers zou blijven onderdrukken.’’

Grossman was een kritisch humanist, verwant aan Primo Levi, die de mens zag als de personificatie van het kwaad. Voor Grossman telde niet ‘het grote idee’, maar het welzijn van het individu, dat in de twintigste eeuw vermalen werd tussen ideologieën en staatsterreur. Of dat nu kwam van extreem rechts of van extreem links, Grossman zag geen verschil. De gevolgen waren even catastrofaal. ‘Leven & Lot’ is dan ook geen analyse van een totalitair systeem of een allesverwoestende oorlog, maar laat zien wat het effect hiervan is op het individu.

Grossman volgt in zijn roman, die in stijl en denken modern aandoet, in korte hoofdstukken een immense stoet personages, hun familie en vrienden. Hij concentreert zich daarbij onder anderen op natuurkundige Viktor Strum en zijn neurotische echtgenote Ljoedmila, die treurt om haar gestorven zoon, de oude bolsjewiek Mostovskoj, die ook in Duits krijgsgevangenschap de rug recht houdt, tankcommandant Novikov en partijbons Nikolaj Krymov, bij wie de schellen van de ogen vallen als hij ten onder gaat aan het politieke ideaal waarin hij zelf blind geloofde.

En terwijl de mensen aan het thuisfront de slaven zijn van een ontmenselijkt totalitair systeem, de Joodse burgers worden uitgemoord, kijken de soldaten aan het front de dood in de ogen. Een confrontatie die de kameraden paradoxaal genoeg bevrijdt van hun ideologische ketenen: ,,Waarom kregen ze pas weer een beetje vrijheid nu de vijand aan de Wolga stond, nu ze allemaal leden onder de militaire nederlagen en de dreigende slavernij onder de gehate Duitsers?’

Grossman bewaart overzicht en zoomt daarnaast in op afzonderlijke levens. Dat levert een caleidoscopisch beeld op van de slag om Stalingrad en het hardvochtige, dagelijkse bestaan erachter. De Rus, die van joodse herkomst was, maar net als het personage Strum, zijn alter ego, ‘er nooit over nagedacht had dat hij Joods was’, kon bij het schrijven royaal putten uit zijn eigen (journalistieke) ervaringen. Hij maakte als oorlogscorrespondent naam met zijn reportages over het belegerde Stalingrad, hij bezocht concentratiekamp Treblinka en maakte in 1945 de val van Berlijn mee.

Levenswijze bespiegelingen en erudiete uitweidingen over elk mogelijk onderwerp worden afgewisseld met scènes aan het front, levensschetsen van gewone sovjetburgers tot degenen die aan de touwtjes trekken – beurtelings onderkoeld en adembenemend, ijzingwekkend en ontluisterend, ontroerend en weergaloos mooi. Als stilist neigt Grossman meer naar de sobere, lucide verfijning van Tsjechov dan naar het realisme van Tolstoj. Grossman schrijft net als Tsjechov zijn personages met groot mededogen de afgrond in.

Een van de hoogtepunten is de aangrijpende lange brief die een Joodse moeder in het getto schrijft aan haar zoon. Voor deze vrouw stond Grossmans eigen moeder model, die omkwam bij de massa-executie bij zijn geboorteplaats Berditsjev op 15 september 1941, en aan wie de zoon zijn boek opdroeg: ,,Nergens blijkt zoveel hoop te bestaan als in het getto. En de bron van die hoop is steeds dezelfde: een instinct tot leven dat zich zonder enige logica verzet tegen het verschrikkelijke feit dat we allemaal zullen omkomen zonder een spoor na te laten.’’

 

Vasili Grossman: ‘Leven & lot’. Oorspronkelijke titel: ‘Žizn’ i sud’ba’. Vertaald uit het Russisch door Froukje Slofstra, met nawoord en notenapparaat. Uitgeverij Balans, 960 blz, Gebonden met stofomslag en leeslint.

 

De schrijver en zijn

gearresteerde boek

 

Vasili Grossman trok tien jaar uit voor het schrijven van zijn levenswerk. Toen het eenmaal voltooid was, dacht hij net als daarvoor zijn werk probleemloos te kunnen publiceren. De censuur was niet veranderd, Grossman wel. Liep hij als schrijver aanvankelijk in de pas met het Sovjetsysteem, gaandeweg ontpopte hij zich als een vrije geest die zich niet meer liet beteugelen.

Dat zijn grote roman – die in omvang Tolstoj’s ‘Oorlog en vrede’ benadert – werd geweigerd omdat het staatsgevaarlijk zou zijn, kwam bij Grossman hard aan. Zijn boek werd door de KGB ‘gearresteerd’, hijzelf bleef ‘vrij man’. Een jaar later schreef hij een lange brief aan Chroesjtsjov, die na Stalin voor een ‘adempauze’ zorgde. In die smeekbede gaat de desperate Grossman door het stof als een vader wiens kind is afgenomen. Hij schrijft: ,,Ik weet dat mijn boek onvolmaakt is en dat het zich niet kan meten met de werken van de grote schrijvers van het verleden. Maar het gaat hier niet om mijn gebrek aan talent. Het gaat om het recht de waarheid te schrijven, een waarheid die in de loop van lange, moeilijke levensjaren is gerijpt.’’

Grossman stierf in 1964 als een gebroken man. Toen zijn boek in 1980 verscheen, werd het als een meesterwerk ontvangen. Maar het maakte – doordat intussen een vloed aan publicaties over de Sovjetunie was verschenen – niet meer de verpletterende indruk die het waarschijnlijk begin jaren zestig zou hebben gemaakt.

Achteraf blijkt dat Grossmans naïviteit een beetje gespeeld was. Het leek er aanvankelijk op dat zijn manuscript was vernietigd. De Rus was echter slim genoeg om kopieën te maken. De kopie waarop de – late – soepele Nederlandse vertaling van Froukje Slofstra is gebaseerd dook in 1988 verrassenderwijs op bij de weduwe van Grossmans studievriend. Het manuscript, dat de schrijver nog van de laatste correcties had voorzien, had al die jaren bij haar thuis in een boodschappennetje aan de kapstok gehangen.

 

Oktober, 2008

UA-37394075-1