Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Vernieuwd Stedelijk Museum: ‘Karel, maak ’t niet te bont’

Na acht jaar verbouwing, vertraging en een miljoenenoverschrijding is in september 2012 het vernieuwde Stedelijk Museum in Amsterdam geopend. Euforisch waren daarvoor al de reacties van wie de futuristische nieuwe vleugel bij het oude museumgebouw heeft mogen bezoeken.

 

De nieuwe entree onder de uitstekende luifel is namelijk imposant. En ronduit spectaculair is de brede trap met afmetingen van 22 bij 55 meter die naar de nieuwe, ondergrondse zaal leidt. En dan moet de kunst nog komen.

Decennialang was het Stedelijk Museum in de hoofdstad het kloppend hart van de moderne kunst. Ook internationaal was het ooit toonaangevend, maar daar kwam gaandeweg de klad in. Die opkomst en neergang wordt voorbeeldig uitgelicht in de documentaire ‘De hartslag van het Stedelijk’ van Roel van Dalen en Gemma van Zeventer. Daarin schetsen kunstcritici Anna Tilroe, Jhim Lamoree en Hans den Hartog Jager de ontwikkelingen van het naoorlogse Stedelijk als museum voor hedendaagse kunst in samenhang met de zes directeuren die daarvoor verantwoordelijk waren en zijn: Willem Sandberg, Edy de Wilde, Wim Beeren, Rudi Fuchs, Gijs van Tuyl en Ann Goldstein. In een nog overweldigend leeg en oogverblindend wit museum krijgen werken van Karel Appel, Willem de Kooning, Jeff Koons, Georg Baselitz en Martin Kippenberger alle ruimte om het beleid van de eerste vijf bij te schijnen.

De kunstcritici voeren de kijker als ideale gidsen, ondersteund door de kunst en archiefbeelden, door de naoorlogse geschiedenis van het museum. Met nu en dan een kleurrijke anekdote, zoals die over Appel, die van Sandberg carte blanche kreeg voor een hallucinerend werk (‘De Appelbar’) in de museumkantine. Omdat er veel weerstand bestond tegen de toen revolutionaire kunst van Appel legde de directeur ’s morgens bij het ontbijt een briefje voor de schilder neer waarin hij schreef: ‘Karel, maak je het niet té bont?’ Waarop Appel er uiteraard nog een schepje bovenop deed.

Het was dezelfde Sandberg die in de jaren veertig en vijftig de luiken openzette naar de buitenwereld. Hij geloofde dat de kunst de samenleving ‘opnieuw beschaving zou bijbrengen na de barbaarsheid van de oorlog’, zoals Tilroe het verwoordt. Zijn opvolger De Wilde koos voor het hogere, voor een museum als tempel van licht. Beeren liet in zijn visie zien hoe kunst en samenleving elkaar beïnvloeden, onder meer door de aankoop van de mierzoete ‘antikunst’ van Jeff Koons (‘Ushering in banality’). Koons kunst was na de val in 1989 van De Muur, hét symbool van de teloorgang van de grote ideologieën, inderdaad een ‘voorbode’ van de banaliteit, van de latere pretcultuur waarin alles maar leuk moet zijn.

Opvallend is dat de critici lovend zijn over Sandberg, De Wilde en Beeren, maar aanzienlijk zuiniger over het beleid van Fuchs. Diens directoraat leidde er volgens hen toe dat de blik van het museum steeds meer naar binnen gericht raakte, waardoor het Stedelijk internationaal aan gewicht inboette. De tragiek van zijn opvolger Gijs van Tuyl was dat hij museumdirecteur zonder gebouw was en de helft van zijn tijd moest wijden aan het werven van fondsen. Daarbij komt dat gaandeweg het machtsevenwicht in de kunstwereld verschoof van musea naar de particuliere markt en de hedendaagse kunstwereld volkomen versplinterd raakte. Daardoor is het zelfs voor wie de ontwikkelingen op de voet volgt nauwelijks nog bij te benen.

Ann Goldstein, sinds 2010 museumdirecteur, staat dan ook voor een zware opgave. Al heeft het nieuwe Stedelijk in potentie alles in zich om weer een wereldspeler te worden. ,,Goldstein staat ervoor zoals Hercules ervoor stond”, zegt Lamoree. ,,Maar het is de vraag of zij zich tot zo’n krachtpatser zal weten te ontwikkelen.”

 

18 september, 2012

 

 

UA-37394075-1