Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Vladimir Nabokov, de kruising van een paradijsvogel met een condor

Wereldberoemd is Vladimir Nabokov (1899-1977). Maar veel beroemder nog is zijn ‘Lolita’, de roman die hij in 1955 publiceerde. En ofschoon het boek nog niet eens zou oud is, in zekere kringen omstreden was en nog altijd is, lijkt het of Lolita, dat inhalige nimfijntje, altijd heeft bestaan. Want wie kent haar niet, ‘Lolita, mijn levenslicht, mijn lendevuur. Mijn zonde, mijn ziel’?

 

Zelfs mensen die nog nooit van Nabokov hebben gehoord of nimmer een letter van haar geestelijke vader hebben gelezen, kennen haar, zoals iedereen Don Quichote kent maar weinigen de naam van zijn schepper Cervantes. Als naam is Lolita een begrip, met daarbij steevast de gedachte aan een speelse dame of een ondeugend krengetje.

 

De roman is klassiek, ‘Lolita’ is veruit Nabokovs befaamdste boek. Dankzij dit scabreuze meesterwerk, deze biecht van Humbert Humbert, een veertigjarige verliteratuurde, leugenachtige, romantische en hopeloos geobsedeerde dwaas die om het twaalfjarige, vroegrijpe nimfijntje tot de zijne te maken eerst haar moeder huwt, dankzij het overdonderende succes van dit, aanvankelijk in de VS streng verboden boek waarvoor hij maar moeizaam een uitgever kon vinden, kon Nabokov van zijn pen leven. Hij hoefde niet meer te vegeteren op zijn hoogleraarschap en zijn vertalingen (Poesjkin, Dostojevski en andere Russische meesters).

 

Maar Nabokov, die geldt als een van de belangrijkste twintigste-eeuwse schrijvers, is allerminst de schrijver van slechts een meesterwerk. De briljante stilist heeft zoveel meer geschreven, boeken die met gemak kunnen wedijveren met ‘Lolita’ zonder nochtans het stempel klassiek te hebben verworven. Elk volgend boek, zo nam hij zich voor, moest nog beter, nog vernuftiger zijn.

Met alleen stilistisch vuurwerk nam hij geen genoegen, het boek moest technisch perfect zijn, het moest de lezer topamusant bieden en daarnaast moest hij ook nog meegesleept worden naar de donkerste krochten van de menselijke geest. Nabokov was immers zijn hele leven lang gefascineerd door lichamelijke en geestelijke afwijkingen. Hij wilde zichzelf overtreffen, hij wilde niet alleen de lezer maar vooral ook zichzelf verrassen.

 

EEN BLOEDMOOIE BESCHRIJVING VAN EENENVEERTIG LEVENSJAREN

 

‘Geheugen, spreek’, een bloedmooie beschrijving van de eerste eenenveertig jaar van zijn leven, is een onovertroffen hoogtepunt in het oeuvre van Vladimir Vladimirovitsj Nabokov. De oudste zoon van welgestelde ouders, bezitters van een landgoed in de buurt van Sint-Petersburg, vertelt hierin over zijn grillige levensloop. Die voerde na de Oktoberrevolutie in 1917 – zijn vader werd in 1922 doodgeschoten tijdens een politieke bijeenkomst van Russische emigranten in Berlijn – via Cambridge, Berlijn en Parijs naar de Verenigde Staten, waar hij zich in 1940 vestigde, zich wijdde aan het verzamelen van vlinders en onder meer Russische literatuur doceerde. De beginzin is klassiek geworden:

 

De wieg schommelt boven een afgrond en het gezond verstand zegt ons dat ons bestaan niet meer is dan een vluchtig kiertje licht tussen twee eeuwigheden van duisternis.’

 

Ook Guus Luijters rekent ‘Geheugen, spreek’ tot het hoogtepunt. In ‘Vladimir Nabokov, de Kleine Biografie – een rijk geïllustreerde levensschets en inleiding op het werk’ vergelijkt hij het romanoeuvre van de Russisch-Amerikaanse schrijver lyrisch met een regenboog die in 1926 met ‘Masjenka’ nogal ‘bleekjes uit de grond komt om in 1974 met ‘Let op de harlekijn’ in vrijwel dezelfde tint te verdwijnen’.

 

En op het hoogtepunt en precies in het midden van Nabokovs leven’, vervolgt Luijters, ‘staat stralend het flonkerende ‘Geheugen, spreek’, middelpunt van het oeuvre. ‘Geheugen, spreek’ is als een zon die al het andere werk verlicht, alles wat eraan voorafging lijkt ernaar toe te werken, alles wat erna kwam, kwam eruit voort.’

 

Het is een mooie, trefzekere uitspraak. En misschien is zij net zo goed van toepassing op twee andere monumentale romans, waarin de schrijver zijn uitzonderlijke kwaliteiten demonstreert, ‘De gave’ (Nabokovs laatste in het Russisch geschreven roman van 458 pagina’s) en ‘Ada’ (een familiekroniek over het geluk in 629 pagina’s uit 1969). Sprankelend proza, waarop Nabokov het patent heeft, extatisch, geestig, subtiel, intelligent, erudiet, intens en bespiegelend, vol verrassende beeldspraak, talrijke literaire verwijzingen, dubbele bodems en woordspelingen, al schiet hij daarin soms wel eens te ver door.

 

EEN HARTSTOCHTELIJK BEWONDERAAR

 

Guus Luijters betoont zich in de Kleine Biografie, een nieuwe reeks van de Bezige Bij, een hartstochtelijk bewonderaar van het werk van Nabokov. Het boekje vormt met de verschijning van de pre-Lolita-novelle ‘De tovenaar’ het staartje, een soort epiloog van het monumentale Nabokov-project, waarmee de Amsterdamse uitgeverij De Bezige Bij in een tijdspanne van zeven jaar al zijn zeventien romans en tientallen verhalen (opnieuw en veelal voorbeeldig door de voortreffelijkste vertalers) zijn vertaald en verschenen in prachtig gebonden uitgaven. Het is een introductie, een inleiding tot de levensloop en het werk van Nabokov, niets meer, niets minder, het is een handzaam gidsje voor wie nog niets of pas ‘Lolita’ of een ander werk van de meester heeft gelezen.

 

Luijters licht (over)enthousiast Nabokovs doopceel. Maar voor wie een diepere beschouwing over Nabokovs oeuvre verlangt, is Luijters bijdrage te mager, te flets. Die lezer heeft meer aan de korte studie ‘Gemaakt op zondag’ die Carel Peeters, literair criticus van Vrij Nederland, enkele jaren geleden schreef, ook in het kader van het Nabokov-project. In dit essay is niet alleen een gepassioneerde bewonderaar aan het woord, maar bovenal iemand die blijk geeft van groot inzicht in het oeuvre en daarover met kennis van zaken helder en onderhoudend kan schrijven:

 

‘Het werk van Nabokov is gemaakt op zondag door een kruising van een paradijsvogel en een condor. Het is gemaakt om de ziel van de lezer mee te voeren, maar niet in een omhelzing.’

 

GRIEZELIG, SPANNEND ALS EEN THRILLER

De ‘pre-Lolita-novelle’, zoals Nabokov het boekje noemde, is meer dan een aangename toegift, meer dan alleen van literair-historische waarde. Het verhaal, geschreven in Parijs in het najaar van 1939, bevat in de kiem van wat jaren nadien de Lolita-geschiedenis zou worden.

Ook hier raakt een oudere man gefascineerd door een tiener. Maar ‘Volsjebnik’, zoals ‘De tovenaar’ in het Russisch heet, is geen portret van Lolita, de overeenkomsten zijn geringer dan de verschillen. Meer nog is dit verhaal, griezelig en spannend als een thriller, een overzichtelijke studie van waanzin gezien door de ogen van een krankzinnige.

Aanvankelijk deed de schrijver zijn novelle af als ‘een levenloos vod’, maar nadat hij het verhaal na de moeizame bevalling van ‘Lolita’ nog eens herlas, trof hem dit ‘prachtig stuk Russisch proza’.

 

Vladimir Nabokov: ‘De tovenaar’. Uit het Russisch vertaald door Marja Wiebes. Nawoord Dimitri Nabokov. Guus Luijters: ‘Vladimir Nabokov’, in de serie Kleine Biografie, De Bezige Bij. Ook de andere boeken – zeventien romans, twee delen verzamelde verhalen – in de Nabokov-serie zijn bij de Amsterdamse uitgeverij verschenen.

 

Januari, 1996    

UA-37394075-1