Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Vonne van der Meer en hoe een zucht een storm ontketent

Een verblijf op Vlieland is voor menige gast niet compleet zonder de eilandboeken van Vonne van der Meer (1952). Vreemd is dat niet. Haar trilogie is populair en niet alleen bij eilandgasten. Een gesprek met de schrijfster over haar (eiland)boeken, het kwaad en bekering, moord en engelen ter ere van de verschijning van haar roman ’Ik verbind u door’ (2005), waarin het venijn als een bacil wordt doorgegeven.

 

‘Moord kan nooit laatste woord zijn’

 

Voor sommige lezers die aan de eilandboeken verknocht zijn, is het even wennen. Haar eerste roman na de Vlielandtrilogie, ’Ik verbind u door’ gedoopt, verschilt nogal van haar populaire drieluik. Ook al blijft de schrijfster zichzelf trouw wat stijl, toon en personages betreft. ,,Misschien nemen ze het me wel kwalijk dat ik niet altijd met de eilandboeken doorga’’, zegt Vonne van der Meer bedachtzaam in haar huis in Naarden. ,,Maar voor mij werd het tijd voor iets anders.”

,,Al zijn er ook mensen die nadat ze de boeken gelezen hebben, tijdens hun volgende vakantie gewoon weer met deel 1 beginnen. En waarom ook niet? Het eerste deel verscheen in 1999. Dat is alweer een poosje geleden. Je kunt dus gerust opnieuw beginnen. Een boek van een ander herlezen vind ik zelf altijd verrassend.’’

Vonne van der Meer is succesvol. Dat was ze van meet af aan, sinds haar debuut ’Het limonadegevoel en andere verhalen’, dat van 1985 dateert en een belofte inhield die ze nadien ook inloste. Bij het grote publiek brak ze door met haar eilandboeken, waarin steeds wisselende gasten bijeenkomen in zomerhuis Duinroos, dat gelegen is op het hoogste duin aan de Badweg op Vlieland. De plek bestaat, het huisje is fantasie. De gasten verkeren veelal in een crisis en proberen met zichzelf in het reine te komen. De trilogie is veelvuldig vertaald en ‘Eilandgasten’ (deel 1) en ‘De avondboot’ (deel 2) zijn verfilmd (door Karim Traïdia). Heeft dat succes haar veranderd? ,,Méér lezers betekent dat meer mensen je aanspreken op je werk. Het schrijven zelf verandert er niet door. Hooguit het leven eromheen enigszins.’’

Spelen haar eilandboeken in een geïsoleerde omgeving, het decor van ‘Ik verbind u door’ is de nerveuze gejaagdheid van alledag, waarin een kleinigheid tot grote gevolgen leidt. Als fysiotherapeute Edith ’s morgens in bed misschien wat toeschietelijker was geweest jegens haar echtgenoot Berend, was er later die dag mogelijk geen gruwelijke moord gepleegd. ,,Door een zucht van haar kon een storm ontstaan, met daarin een dode, wie weet”, zoals op de eerste bladzijde al onheilspellend staat. Of zoals Vonne van der Meer verderop schrijft: ’Ze zeggen wel eens dat door de vleugelslag van een vlinder hier, ergens ver weg een tornado kan ontstaan.’

De schrijfster nu: ,,Ik houd van boeken waarin iets doorgegeven wordt. Meestal gaat het dan om een voorwerp, om iets tastbaars als een accordeon, zoals in Annie Proulx’ roman ’Accordeonmisdaden’. Ik wilde dit laten gebeuren met een emotie, die ergens ontspringt en invloed heeft op uiteenlopende mensen.”

,,Op een dag liep ik in Naarden door de smalle straten van de vesting, zag een grote brede auto. Hoewel hij rustig reed ergerde ik me. Ik moest naar de overkant en stak, opzettelijk heel langzaam, vlak voor die auto over. Die chauffeur gaf pesterig een dot gas. Aan de overkant van de straat begon ik wat in mezelf te foeteren op die kerel. Tegelijkertijd dacht ik: ja, maar de agressie begón bij mij. Stel dat die man de agressie die ík in gang heb gezet en van mij heeft overgenomen óók weer doorgeeft. Wat zal er dan gebeuren?’’

In haar boek beschrijft ze hoe dat ‘besmettelijk kwaad’ zich als een virus verspreidt. Op de snelweg, in de trein, op kantoor en in het zwembad steken de personages elkaar aan met venijn, wrok en uiteindelijk met fysiek geweld. Zijdelings spelen ook de aanslagen van de elfde september een rol, die ertoe leidden dat in de Nederlandse media weer openlijk over ‘Het Kwaad’ werd gediscussieerd. Voor Vonne van der Meer was dat mede een aanleiding om ‘de vijand’ of ‘het kwaad in jezelf’ te onderzoeken.

In ‘Ik verbind u door’ zit ze haar personages dan ook dicht op de huid. Oók de jonge moordenaar. ,,Ik wil als schrijver niet alleen de gruweldaad beschrijven, maar ook proberen zo dicht mogelijk bij die jongen te komen. Niet dat ik zijn misdaad wil vergoelijken. Maar ik wil het moment laten zien dat hij ten volle beseft wat hij heeft gedaan. Daar zit zijn kans. Er staat letterlijk in het boek: ’Een moord kan nooit het laatste woord zijn’.’’

Het kwaad zit in ons allemaal, wilt u dat ermee zeggen? ,,Ja, en het is de tuinman, Tycho genaamd, in wie het tot uitbarsting komt. Dat is heel ongelukkig. Vooral ook omdat het verder zo’n aardige jongen is. Maar die redeloze drift had hij niet in de hand. Dat is zijn tragiek.’’

,,Op Vlieland hoorde ik op de radio eens een gesprek met een van de gebroeders Anker, de bekende strafpleiters. Hij zei: ‘Als ik voor het eerst de wachtkamer of cel betreed van iemand die een gruwelijke daad heeft gepleegd, breng ik dat eerst met mezelf in verband. Stel dat zo iemand zoiets vreselijks een familielid, je kind of moeder had aangedaan? Maar op de een of andere manier lukt het bij de volgende ontmoetingen toch de moordenaar steeds meer als mens te zien’.’’

Ervaart u zelf iets van de toegenomen onvrede en het venijn in de samenleving? ,,Ik heb geen zin om als vrouw van mijn leeftijd te zeuren dat het allemaal minder wordt. Ik denk wel dat mensen er vroeger sterker in opgevoed werden om de normale beleefdheid in acht te nemen, door voor een ouder iemand in de tram op te staan bijvoorbeeld. Of iemand die met een zware koffer worstelt even te helpen. Je moet oppassen met beweren dat de samenleving onverschilliger is geworden zonder naar jezelf te kijken. Je kunt de strijd tegen onverschilligheid ieder moment zelf aanbinden.”

In ’Ik verbind u door’ wordt niet alleen een negatief gevoel ’doorgegeven’. Er is ook sprake van onbaatzuchtige hulp. Vonne van der Meer: ,,In oorlogstijd of crises veranderen mensen niet alleen in wrede beulen of kille egoïsten, maar soms ook in behulpzame engelen. Dat zag je bij de tsunami-ramp. Het leek alsof heel Nederland klaar zat om weer eens iets goeds op gang te brengen.’’

,,Bovendien ben je dan even minder met je eigen sores bezig. In ’Ik verbind u door’ gebeurt iets dergelijks in de wachtkamer bij de dokter. Iedereen wil zo snel mogelijk geholpen worden. Iedereen heeft er de pest over in dat het zo lang duurt, omdat alle artsen op vakantie zijn en er maar één waarnemer is. En dan komt er zo’n mevrouw met veel blabla binnen, die zegt: ik ben fysiotherapeut, de dokter kent me wel. Deze Edith wil vóór! Niemand weet waarom. Het blijkt dat ze iets nodig heeft voor een ander. Maar dat durft ze niet hardop te zeggen. Op het moment dat ze de deur al uit is, gebeurt er iets waardoor ze het, met steun van iemand anders, wél durft. Dan zie je de omslag.”

,,Als mensen horen dat er ergens aan het andere eind van de wereld een kind met spoed medicijnen nodig heeft omdat het anders binnen een paar dagen doodgaat, vinden ze het helemaal niet zo erg om nog een kwartier langer te wachten. Niet dat ze ineens allemaal veranderen in Moeder Theresa’s, maar even zijn ze van zichzelf verlost.’’

U introduceert in uw boek een engel als verteller. Heeft u iets met engelen? ,,Het opvoeren van een engel in mijn boek kwam voort uit mijn wens om een verteller te hebben, die in vogelperspectief boven de situatie zeilt en personages voor iets onaangenaams probeert te behoeden. Maar hij kán dat niet, want uiteindelijk dragen ze zelf de verantwoordelijkheid voor hun daden. Bij mij is hij niet de beschermengel die het kind bij de spoorwegovergang tegenhoudt. Deze engel laat de mens uiteindelijk vrij, bijna als een schrijver.’’

Een jaar of tien geleden bekeerde u zich tot het rooms-katholicisme. Heeft die engel ook iets te maken met uw religieuze beleving? ,,Wie of wat ik ben, kan ik uiteraard niet scheiden van hoe ik schrijf. Iets van die religieuze beleving zit ongetwijfeld in het boek. Maar niet nadrukkelijk. Mijn personages hoeven ook niet op mij te lijken. Tegelijkertijd is het niet te vermijden dat ze allemaal íets van me mee krijgen. Neem Fransje, de kluizenares. Bij haar contemplatieve manier van leven kan ik me nu meer voorstellen dan twintig, dertig jaar geleden. Omdat ik nu zelf iemand ben die bidt, die voor andere mensen bidt. De engel is eveneens zo’n fantasie die ik twintig jaar geleden niet gehad zou hebben.’’

Zelf is ze niet gelovig opgevoed. ,,Het is inderdaad laat in mijn leven gekomen. Me laten dopen was een grote beslissing die ik iets na mijn veertigste heb genomen. Ik ben er uit vrije wil ingesprongen. Intuïtief voelde ik dat het goed was om gehoor te geven aan wat ik in de kerk ervoer. Zodat ik ook ter communie kon gaan, nu ja, alles mee kon vieren. Ik wilde niet alleen toeschouwer zijn.’’

,,Als je op latere leeftijd zo’n ingrijpende keuze maakt, is je houding volkomen anders. Ik had geen last van frustraties, zoals mijn gereformeerd opgevoede en katholieke vrienden. Ik ben er als volwassene met de bagage van een veertigjarige ingedoken. Heb me verdiept in middeleeuwse mystici, onder wie Eckhardt. Dat heeft me bijzonder veel gegeven. Op het ogenblik ben ik romans aan het lezen, als een soort inhaalslag, maar er zijn periodes dat ik uitsluitend religieuze boeken lees.’’

Vonne van der Meer verblijft met grote regelmaat op Vlieland om even op adem te komen of om in alle rust te schrijven, net als haar man, de (toneel)schrijver, essayist en dichter Willem Jan Otten. Is er een kans dat ze nog een vierde eilandboek schrijft? ,,Voor mezelf had ik na drie boeken het gevoel: het is goed zo. Wat ik kwijt wilde, heb ik verteld. Het moet me wel blijven inspireren. Bij schrijven van het derde eilandboek had ik wel eens de sensatie van een déjà vu. Het speelt immers steeds op dezelfde plek. Dan kreeg ik bij een zin als ’zwijgend liepen ze de Badweg af’ een onrustig gevoel: heb ik dat niet al eens eerder geschreven? Voordat ik me niet echt vrij meer voelde, moest ik weg. Al sluit ik niet uit dat ik ooit nog een keer terugkeer naar Duinroos.’’

 

Vonne van der Meer: ’Ik verbind u door’. Uitgeverij Contact, 176 blz. De eilandboeken ’Eilandgasten’ (1999), ’De avondboot’ (2001) en ’Laatste seizoen’ (2002) zijn ook in een cassette verschenen.

 

Februari, 2005

UA-37394075-1