Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Vriendschap en verraad bij Juan Gabriel Vásquez

De Colombiaanse schrijver Juan Gabriel Vásquez (1973, Bogotá) is al ‘de nieuwe Márquez’ genoemd. Zijn roman ‘De informanten’ werd wereldwijd met superlatieven onthaald, en niet ten onrechte.

 

Iedereen vertelt leugens’

 

Over de Tweede Wereldoorlog is uitputtend geschreven, maar er dient zich altijd weer iets nieuws aan. Wat gebeurde er bijvoorbeeld met de Joodse Duitsers die naar Zuid-Amerika vluchtten? En daaraan gelinkt, met de Duitsers en nazisympathisanten die indertijd in die landen zorgden voor een bloeiende economie? In Colombia werd een groot aantal van hen geïnterneerd nadat het land in 1941 eieren voor zijn geld koos, met Duitsland brak en zich achter de geallieerden schaarde.

Het vormt het decor van de roman ‘De informanten’, die grotendeels speelt in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá. De verteller is de jonge journalist Gabriel Santoro die, in de jaren negentig van de vorige eeuw, het duistere verleden uitspit van zijn vader, de briljante geleerde Gabriel Santoro senior, professor in de retorica.

Hij komt hiertoe dankzij zijn biografie van de Joodse Sara Guterman, een vriendin van zijn vader, die aan de vooravond van WO II met haar familie Duitsland moest ontvluchten. Het boek wekt de woede op van zijn vader, die in een recensie gehakt maakt van het werk van zijn zoon. Deze reageert gekwetst en verbijsterd. Hij ontdekt dat er meer achter zit en ontrafelt met groot raffinement diens verborgen geschiedenis. Dat doet hij aan de hand van gesprekken met informanten van allerlei slag, ook van de minder eerbare soort, onder wie degenen die in de oorlog hun buren of vrienden met (mogelijke) nazi-sympathieën aangaven.

Vásquez snijdt in ‘De informanten’, een nuchtere titel voor een panoramische roman, grote thema’s aan als vriendschap en verraad, schuld en boete. Waarom verraadt een mens zijn beste vriend? Hoeveel leugens kan een mens verdragen? Is wie eenmaal liegt altijd een leugenaar? Een mens is nooit wie je denkt dat hij is, wil Vásquez maar zeggen. En als je denkt dat je weet wat er is gebeurd, blijkt het toch weer nét even anders te liggen. Geen mens is zuiver op de graat. Geen mens onschuldig. ,,Iedereen vertelt leugens,’’ aldus de verteller. ,,Het erge is dat we erachterkomen.’’

Dat getuigt van een pessimistische visie, maar daarmee is ‘De informanten’ nog geen somber boek. Daarvoor is Vásquez’ realistische roman met postmoderne trekjes een te genuanceerde en – voor de verteller – louterende zoektocht naar de drijfveren van de door eigenbelang gedreven mens, die als het erop aankomt alleen staat in een sadistisch universum. Vásquez’ roman doet wat betreft thematiek sterk denken aan de bestseller ‘Nachttrein naar Lissabon’ van de Zwitserse schrijver Pascal Mercier. Wie dat boek niet kon weg leggen kan zijn hart ophalen aan ‘De informanten’. Dit biedt evenzeer veel stof tot nadenken zonder zich te verliezen in quasi diepzinnigheden en tegelwijsheden.

Dat Vásquez naast schrijver ook journalist is (evenals zijn beroemde landgenoot Gabriel Gárcia Márquez) zal niet verbazen. Zijn eenzelvige verteller is in de eerste plaats verslaggever, maar dan een van de bedrieglijk objectieve soort: ‘Ik ben zo iemand die de deurtjes van andermans badkamerkastje opent om te kijken wat voor parfums, pijnstillers of voorbehoedsmiddelen hij gebruikt; ik open nachtkastjes, doorzoek ze, ik kijk, maar zoek geen geheimen; een oude portemonnee of een slaapmaskertje doet me net zoveel als een vibrator of een liefdesbrief.’ Hij graaft diep in andermans sores, maar wenst zelf buiten schot te blijven, al slaagt hij daar gaandeweg steeds minder in.

Juan Gabriel Vásquez, woonachtig in Barcelona, is al ‘de nieuwe Márquez’ genoemd. En al is ‘De informanten’ een onevenwichtige roman – Vásquez vervalt soms in herhalingen, tegen het einde zakt de spanning in – op grond van deze prestatie valt nog veel van hem te verwachten. In de Spaanstalige landen zijn inmiddels twee andere romans van zijn hand verschenen, waarover de superlatieven opnieuw niet van de lucht zijn. Hoezeer vergelijkingen met Gárcia Márquez verder ook mank mogen gaan, de Latijns-Amerikaanse literatuur, die na de hausse van twintig jaar geleden in de aandacht van de lezers is weggezakt, heeft er een groot schrijver bij die de oude meester bijkans naar de kroon steekt.

 

Juan Gabriel Vásquez: ‘De informanten’ (Los informantes, 2004). Vertaald uit het Spaans door Brigitte Coopmans. Uitgeverij Signatuur, 287 blz.

 

Juli, 2008 

UA-37394075-1