Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Vrouwkje Tuinman: ‘Controledwang houdt me bezig’

Vrouwkje Tuinman (1974) debuteerde in 2004 veelbelovend met de even lyrische als afstandelijke bundel ‘Vitrine’. Kort daarop verscheen ‘Grote acht’ (2005), een fragmentarische roman over een meisje en haar problematische jeugd. De bundel ‘Receptie’ een veelstemmig gedichtenboek, waarin de dichteres een wereld verkent die even gewoon als raadselachtig is.

 

Vrouwkje Tuinman is geboren in Noord-Brabant maar woont in Utrecht sinds haar studententijd. Bloeit de literatuur hier nog steeds?

 

,,Ja, je hebt in Utrecht buitenproportioneel veel dichters en schrijvers. Fijn is vooral dat het hier niet hiërarchisch is. Als op een literaire avond een aantal gelauwerde dichters en een paar nieuwe voorlezen zijn ze allemaal echt in elkaar geïnteresseerd. Men helpt elkaar erg vooruit, wat ook wel eens als een verwijt wordt gebruikt.’’

 

Vitrine’ werd voor een debuut opvallend vaak én positief besproken. Hoe ervoer u dat?

 

,,Ik ben jarenlang filmrecensent geweest. Dan is het heel raar om zelf gerecenseerd te worden, ook omdat ik weet hoe het werkt. Ik ben, zeker wat de bundel betreft, inderdaad erg positief ontvangen. Daarover heb ik verder geen klagen. Raar is het wel om te zien hoe mensen je gedichten interpreteren. Tijdens een voordracht komen er geregeld mensen naar me toe die vertellen dat ze iets mooi hebben gevonden, dat ze het precies zo voelen als jij. Als ze dan gaan uitleggen wát ze precies voelen, blijkt dat iets heel anders te zijn dan wat ik er in heb gelegd, al komt er vaak wel een basisidee overeen. Ze kleuren het vervolgens zelf in. Dat vind ik niet erg, van mij mag iedereen erin lezen wat hij wil. Dat doen recensenten ook, maar dan staat het zwart op wit in een krant of tijdschrift.’’

 

Hoe komt het dat de poëzie zo laat in uw leven kwam?

 

,,Ik heb best leuk literatuuronderwijs gehad op de middelbare school maar poëzie is me tot in de grond tegengemaakt. Ik ben pas poëzie gaan lezen op mijn 22 of 23ste, toen ik literaire evenementen organiseerde. Daar kwamen uiteraard ook dichters en toen dacht ik, goh, dan moet ik ze misschien toch maar eens gaan lezen. Daarvoor las ik alleen de prozaïsten. Intussen heb ik een grote inhaalslag gemaakt, zeker toen ik met Ingmar (Heytze) bloemlezingen ging maken (over seks, drugs en rock-‘n-roll, red.). In de bibliotheek las hij alles van a tot en met m en ik alles van n tot en met z. Voor het daaropvolgende boek deden we dat andersom. Het samenstellen van bloemlezingen was voor mij als een tweede opvoeding.’’

 

U bent ook betrekkelijk laat begonnen met het schrijven van proza en poëzie.

 

,,Toen ‘Vitrine’ verscheen schreef ik nog niet zo lang, ik denk pas anderhalf jaar. Ik heb nooit de ambitie gehad om schrijver te worden, nog steeds niet trouwens. Ik ben musicoloog, doe journalistiek werk, organiseer evenementen, geef les. Ik ben niet geneigd om me in één aspect volledig te verliezen, daar ben ik ook niet het type naar.’’

 

,,Ik schreef columns voor verschillende bladen, zo’n zeven per maand, dat vond ik toch wel veel. Voor mijn gevoel moest ik mijn ideeën kwijt op een te korte baan en in een te korte spanningsboog uitwerken. Ik hield steeds ideeën over en daar wilde ik meer mee doen. Ik schreef verhalen die als hoofdstukken in ‘Grote acht’ terechtkwamen. Ik raakte aardig op streek met dat boek. Ik hield daar, om het oneerbiedig te zeggen, opnieuw ideeën van over. Die vereisten weer een andere vorm, die van poëzie. En dat uiteindelijk ‘Vitrine’ eerder verscheen dan ‘Grote acht’ is min of meer toeval. Ik had ze gelijktijdig geschreven. Maar je gaat niet debuteren met twee boeken tegelijk.’’

 

In ‘Vitrine’ is veelal een zoekend en hunkerend meisje of jonge vrouw aan het woord die op eigenzinnige wijze naar haar omgeving kijkt en deze probeert te bezweren.

 

,,Misschien is mijn eerste bundel inderdaad meisjesachtiger. Aan de andere kant toch ook weer niet, gezien dat afstandelijke. ‘Vitrine’ werd trouwens ook wel hard en rauw genoemd. Ik stop er soms expres iets in wat je als zoet zou kunnen interpreteren. Voor mij verhoogt dat de spanning. Zelf vind ik de bundel niet heel vrouwelijk. Hij is wel vrouwelijker dan ‘Receptie’. Maar als je hem vergelijkt met bundels van veel andere jonge vrouwen valt dat toch wel mee?’’

 

VITRINE

 

’s Ochtends breek ik een wijnglas.

Ik zeg een ik bedoel mijn. Ik heb

één wijnglas. Had, één.

 

Alles is verschoven sinds ik ben

verloren. Sinds mijn orde van achter

het vertrek aan alles ruimen, sporen

wissen, niet meer werkt. Nu

spaar ik stukjes hem.

 

De mens is een verzamelaar. Ik ben,

en wat ik niet vastleg is niet gebeurd.

Ik wil dat alles is gebeurd. Ik vind.

 

’s Middags vind ik een hemd

en as onder mijn boekenkast, haartjes

van zijn borst en baard, een bonnetje

van de muziek, lege flessen,

alles leg ik in bed.

 

Bij nader inzien toch een doos, en

’s avonds nog mijn portglas gebroken.

Niet één, maar mijn. Nu geen.

 

,,Het titelgedicht ‘Vitrine’ was in de besprekingen een van de drie meest geciteerde gedichten. Voor de meeste lezers, zo bleek, gaat dat gedicht over net gedumpt zijn, terwijl ik juist een nieuwe liefde beschrijf. Wanneer je zoiets overkomt, begint je leven van zijn sokkel te schuiven. Het is volgens mij logisch dat wat ik beschrijf het gevoel van een nieuwe liefde is, 98 procent vindt dat het hoort bij gedumpt zijn. Ik vind het prima dat de meeste mensen het zo uitleggen. Ik geloof dat het grondidee wel is overgekomen. Overigens gaat dat gedicht ook heel erg over vorm.’’

 

In de nieuwe bundel ‘Receptie’ is de variatie groter, breekt de dichter meer uit de eigen wereld. Deze poëzie heeft net als die in ‘Vitrine’ twee kanten. Ze is licht en donker, speels en ernstig; enerzijds kwetsbaar, intiem en zacht, anderzijds afstandelijk en hard, op het onderkoelde af. Waarom koos u voor de titel ‘Receptie’ die een dozijn verschillende betekenissen heeft?

 

,,Receptie, ontvangst, dat mag je van mij op alle manieren interpreteren, al zetten we geen taartje of hotel op de omslag. Voor mij heeft receptie te maken met de manier waarop de wereld al dan niet bij je binnenkomt, hoe je door anderen wordt ontvangen. Er komen in de bundel tamelijk veel gedichten voor waarin mensen de waarheid verdraaien of proberen te vervormen of andere mensen naar hun beeld proberen te scheppen. Dat is weer een omgekeerde vorm van ontvangst.’’

 

De gedichten in ‘Receptie’ zijn op drie na in de eerste persoon enkelvoud geschreven, een ‘ik’ die je gemakkelijk zou kunnen verwarren met de dichteres zelf.

 

,,Ik werk het beste vanuit de ik-vorm. Er staan een paar gedichten in die ik ent op dingen die ik uit mijn omgeving ken, van controlezuchtige ex-en tot moeders van kinderen – figuren die ik zelf niet ben. En er is een gedicht vanuit het perspectief van een dier. Dat ben ik natuurlijk ook niet zelf.’’

 

,,Schrijven is het uitvergroten van een klein beeld. Ik kan pas iets goed opschrijven als ik het in mijn hoofd onder een microscoop leg. Als men de ik dan toch verwart met de maker, moet ik dat misverstand maar op de koop toe nemen. Daarnaast ben ik het natuurlijk wél zelf. Ik schrijf het op deze manier op en niet anders. Een ander zou het heel anders doen.’’

 

Receptie’ opent met de regel: ,,Er zit een haai in mij, een kreeft, een grasparkiet.’’ Het zijn niet de enige dieren die in uw bundel voorkomen.

 

,,Ach, ik houd van dieren. Ik had als kind vroeger geen poppen, maar knuffels van dieren. Ik leef met een dier, dat is me tot nu toe niet zwaar gevallen, terwijl het me sinds ik uit huis ben nog niet gelukt is om met een mens te leven. Het is heel banaal, ik word gewoon heel blij van dieren. Je kunt mij blij maken door mij een klein poesje te laten zien.’’

 

Scherm

 

De ene helft mag van de ander niet weten wat buiten

gebeurt. Recept van middag tot nacht: binnenblijven

op de bank. De telefoon onthoofd. Kijken precies tot

aan het glas. Niet aan slapen denken. Als toch gedacht,

stop denken. Niet afdwalen van het stoppen. De ene helft

mag niet weten dat bij de ander nog licht brandt.

Watten in oren duwen, het gezicht begraven

in pluche. Gedachten met klittenband buitensluiten.

Stop. De ene helft mag van de ander niet weten.

 

,,‘Scherm’ gaat over niet kunnen slapen. Dat je daaraan niet mag denken want als je daaraan denkt kun je niet slapen. Dit is voor mijn doen een vrij uitgesponnen gedicht met veel herhalingen, wat ik nooit doe, maar die vorm hoort bij de inhoud. Het gaat, weliswaar vergeefs, over een poging om jezelf te bezweren. Dat probeer ik in dit gedicht ook letterlijk te doen. Daarmee heeft het iets heel kwetsbaars, vind ik. Het is een vrij hysterisch beeld, zoals ik wel vaker nogal hysterische beelden beschrijf, al zeg ik het zelf. Tegelijkertijd is het inderdaad heel afstandelijk. De ik probeert de hysterie op een rationele manier te bezweren.’’

 

,,Niet-slapen is een subthema in het boek. Dat is wel degelijk autobiografisch. Ik weet niet hoe het is om een enge ziekte te hebben. Ik weet wel iets van slapeloosheid. Dus heb ik dat als kader genomen voor gedichten die over vormen van receptie gaan, over miscommunicatie, onbegrip tussen artsen en patiënten, tussen psychologen en patiënten, die voornamelijk in hun eigen hoofd kijken en naar zichzelf luisteren, zodat er vaak geen sprake is van een tweespraak.’’

 

,,Het heeft deels te maken met controledwang. Dat thema houdt me nogal bezig, geloof ik. Als een hond wil slapen, legt hij zijn kop neer en dan slaapt ie. Hij kan een knop omdraaien. Mensen met al hun gedachten, patronen en reflectie kunnen dat niet. Ik vind het interessant dat je bijna alle aspecten van je leven kunt controleren en regelen behalve dat.’’

 

Vrouwkje Tuinman: ‘Receptie’, 48 blz, uitgeverij Nijgh & Van Ditmar.

 

December, 2006

UA-37394075-1