Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Was Xanthippe een kijvende feeks en Calypso een egoïstische seksbom?

Was Xanthippe inderdaad zo’n kijvende feeks en Calypso een egoïstische seksbom, zoals beiden zijn overgeleverd uit de klassieke oudheid?

 

Volgens Maja Pellikaan-Engel (1937) niet. De rol van de vrouw in de geschiedenis van de (westerse) filosofie is volgens haar sowieso veronachtzaamd en toe aan een grondige herziening. De Bergense classica, filosofe en oud-lerares klassieke talen aan het Murmellius Gymnasium in Alkmaar schreef er een prikkelend boek over: ’Het recept van Calypso’.

In haar boek laat de schrijfster de lezer met andere ogen kijken naar wereldberoemde teksten uit de klassieke oudheid en legt ze een link naar onze tijd. Hierbij passeren grote antieke denkers als Socrates, Seneca, Cicero en Augustinus. Maar ook vrouwelijke filosofen als Hypatia, Hildegard von Bingen, Christine de Pissan, Hannah Arendt en Simone de Beauvoir, voor wier gedachtegoed Maja Pellikaan-Engel een lans breekt.

Bovendien laat ze, verrassend genoeg, de filosofie 800 jaar voor Christus beginnen bij Homerus, wiens ‘Odyssee’ en ‘Ilias’ de oudste werken van de Griekse literatuur vormen. ,,Er is in de loop der tijd een canon ontstaan waarin men de filosofie 600 jaar voor Christus laat beginnen bij Thales van Miletus. Dat doe ik niet. Bij Homerus kun je de bron al aantreffen. In zijn werk zitten allerlei morele principes verwerkt, waarmee hij een grondslag legde voor het filosofisch denken. Hij formuleert ingewikkelde kwesties juist heel handzaam. En zo simpel dat ook gewone mensen het allemaal kunnen snappen. Homerus sprak in zijn tijd voor een groot publiek. Hij was een rondtrekkende zanger, blind. Hij gold in de Griekse cultuur als een leraar. En Homerus, dat heb ik als lerares wel ervaren, is nog altijd een heerlijke schrijver om les over te geven. Zijn verhalen spreken de leerlingen aan, net als ridderverhalen.”

In haar boek behandelt ze een aantal teksten uit de klassieke oudheid die vaak deel uitmaken van de lesstof op de middelbare school. Dat doet ze kritisch, maar ze kiest tegelijk voor een verrassende invalshoek. Veel van de teksten heeft ze in een ‘feministisch perspectief’ gezet. Misplaatst vindt ze dat allerminst. Ze beroept zich daarbij allereerst op, jawel, Homerus die in de ‘Odyssee’ het ‘eerste feministische betoog van onze westerse beschaving’ schreef. In zijn verhaal over Odysseus figureert Calypso, een ‘seksbom’, die op haar eiland onze arme held dwong tot liefde met haar en ontrouw jegens zijn eigen vrouw Penelope. Pellikaan-Engel nam de oorspronkelijke Griekse tekst nog eens grondig door en kwam tot een heel andere conclusie: Calypso kun je óók zien als een mooi, sensueel en intelligent personage. Hetzelfde geldt voor Xanthippe, de vrouw van Socrates. Was zij werkelijk zo’n onmogelijk mens? Nee, constateert de Bergense, ze was zo’n kwaaie nog niet. Het was haar beroemde echtgenoot die ,,zich nogal inconsequent en egoïstisch gedroeg”.

Vrouwen kortom komen er in de filosofie nogal bekaaid vanaf. Pellikaan-Engel wijt dat aan de overgeleverde teksten uit de oudheid die vrijwel uitsluitend door mannen zijn geschreven en door mannen beoordeeld. Mondjesmaat worden vrouwelijke filosofen genoemd. En dat is nog steeds het geval. ,,Een bekend Amerikaanse classicus, die de filosofie behandelt tot aan de Renaissance, noemt bijvoorbeeld maar twee vrouwelijke filosofen, Hipparchia en Hipatia. En over Hipparchia zegt ie alleen dat ze de liefde in het openbaar met haar man bedreef. Maar geen woord over de boodschap die ze voorstond – ze verzette zich tegen de dubbele moraal.’’

Genegeerd worden doorgaans ook belangrijke vrouwelijke denkers als Hildegard von Bingen, een 12e-eeuwse non, componist, geleerde en filosoof, en Christine de Pissan, die zo’n twee eeuwen later leefde. ,,Interessant bij Von Bingen is dat zij de leer van Augustinus aanvalt, de filosoof en grote kerkvader die vooral bezig was met wat slecht is en het verdringen van lust en begeerte. Von Bingen zegt over dat laatste juist: o god nee, dat is juist heerlijk! Het is het paradijs! Die vrouw heeft een enorm oeuvre op haar naam staan, maar je leest nauwelijks iets over haar. Hetzelfde geldt voor Christin de Pissan. Zij stelt tegenover de ‘Stad Gods’ (De Civitate Dei) van Augustinus – een stad van mannelijke helden – een stad van vrouwen, want er zijn tenslotte ook heel belangrijke vrouwen geweest.’’

Dat de (academische) filosofie nog altijd een mannelijk bolwerk is, ondervond Pellikaan-Engel aan den lijve. ,,Ik werd bij een sollicitatie niet aangenomen, hoewel ik de enige doctor was onder de sollicitanten. Maar ja, ik was een vrouwelijke doctor. Een mannelijke doctorandus kreeg de baan”, zegt ze laconiek maar niet berustend. ,,Mannen nemen vrouwen liever niet serieus.’’ Al zijn er gelukkig uitzonderingen, vergoelijkt ze, zoals Jostein Gaarder, die in zijn bestseller ‘De wereld van Sophie’ de geschiedenis van de filosofie op originele wijze te lijf gaat.

De liefde voor de klassieken zat er bij Maja Pellikaan al vroeg in. ,,Toen ik als kind op het gymnasium kennismaakte met de klassieke oudheid bezag ik die als een wondere wereld. Ik stelde mezelf toen al bepaalde vragen. Op school en later op de universiteit had men het altijd maar over grote schrijvers, over keizers, over de chique evenementen uit de klassieke oudheid. Maar in mijn hart dacht ik aan de vrouwen die niks te zeggen hadden. En aan de slaven. Zo had je in de oudheid ook in de slavernij enorme verschillen. Je had slaven in huis die relatief goed werden behandeld, die geld verdienden en zich ook vrij konden kopen, als ze oud werden en niks meer konden.”

,,En je had de slavernij in de landbouw. Seneca bijvoorbeeld was puissant rijk, hij had ook landerijen in Egypte. In mijn boek haal ik daarover de volgende anekdote aan. Hij staat op de kade en wacht op de postboten met de opbrengsten van zijn landbouwgoederen. Hij stond helemaal niet stil bij de positie van de slaven die de landerijen van hem onder de hete zon bewerkten. Als kind zat ik daar over in. In de buurt van Athene had je zilvermijnen, die waren dertig centimeter hoog. Daar moesten jonge jongens dan in. Denk je eens in, met hun dunne lijfjes moesten ze die smalle stoffige gangen in om het zilver eruit te pulken. Daar werden ze hartstikke ziek van. Die jongens waren na twee jaar dood. Dat zijn van die dingen waarover zo weinig geschreven en gezegd is en waarvan ik als kind dacht, o mijn god, wat vreselijk!’’

,,Neem Cicero, die verheerlijkt de helden die toch maar mooi Carthago hebben platgegooid. Als meisje stelde ik me dat voor en ik vond dat vreselijk. Ik zag die verwoeste stad voor me, al die dode mensen. Daar ging men wel erg gemakkelijk aan voorbij! Die karaktertrek heb ik altijd behouden. Ik wil eerst weten hoe de vork in de steel zit.’’

Maja Pellikaan-Engel gaf van 1977 tot 1997 les in klassieke talen op het Murmellius Gymnasium. Hoe heeft ze dat ervaren? ,,Ik vond het lesgeven leuk. Daarnaast vond ik het belangrijk dat mensen enig inzicht krijgen in de beschaving waarvan zij deel uitmaken. Latijn en Grieks zijn lastige talen, maar intelligente kinderen kunnen dat wel aan. Als je nog een puber bent, dan lijkt twee of twee en een halfduizend jaar reuze veel, maar bij het volwassen worden ga je zien dat dit eigenlijk niet zo heel lang is. De tijd van Romeinen en Grieken ligt dan niet eens zo heel ver achter ons en sporen uit die tijd nog altijd overal herkenbaar aanwezig.”

,,De belangstelling voor de klassieken en voor filosofie is behoorlijk groot. Enerzijds merk je dat aan de vele boeken die uitkomen, veel vertalingen ook, die worden verkocht en gelezen. Het zelfstandig gymnasium bloeit. Het Murmellius Gymnasium bijvoorbeeld telt nu iets van zevenhonderdvijftig leerlingen.”

Ze schreef haar prikkelende, toegankelijke en voortreffelijk geschreven boek – in willekeurige volgorde – voor de leek, de gymnasiast en de hoogleraar. ,,Het moest beknopt, het moest helder. Ik wil begrepen worden, ook door intelligente jongelui van een jaar of zestien, die liefst wel een beetje ontwikkeld zijn.” Maar, zo ambitieus is ze wel, ze beoogt méér. ,,Ik vind het daarnaast belangrijk dat het ook in het Engels en Duits zou verschijnen. Opdat meer mensen er kennis van kunnen, want de kennis gaat wel een beetje verloren. Er zijn toch al niet zoveel mensen die de klassieke talen goed beheersen. Weliswaar zijn er de gymnasia waar nog Latijn en Grieks worden onderwezen, maar het is wel een mindere soort van kennis dan die wij vroeger kregen. Dat was ook niet altijd goed, want je werd enorm doorgezaagd. Het was vroeger soms te gek wat je op school kreeg. Je moest steeds vertalen, dertien uur Latijn en Grieks per week. Al kon je op een gegeven moment wel Plato en Tacitus lezen. Dat zit er tegenwoordig niet meer in.’’

,,Ik wil niet opscheppen, maar er zijn ontzettend weinig mensen in de wereld die het hele terrein van de filosofie kunnen overzien. Men is gespecialiseerd in oud-Grieks, in Homerus of in Plato. In de hele wetenschap heeft iedereen maar een klein partje. Ik beheers ze natuurlijk ook niet echt goed. Ik heb bijvoorbeeld al dat werk van Hildegard von Bingen ook niet gelezen. Ben je mal, dat kan ook helemaal niet! Dat geldt voor al die schrijvers. Maar ik heb er wel behoorlijk kennis van genomen.”

Ze wil met haar boek wetenschappelijke kringen wakker schudden. ,,Het moest wetenschappelijk verantwoord zijn. Inmiddels heb ik op mijn boek allemaal positieve reacties ontvangen. Nu ben ik benieuwd hoe de wetenschap gaat reageren. Kritisch nadenken, dat is het kenmerk van de filosofie. Daarom hoop ik te bewerkstelligen dat mensen hun mening heroverwegen, dat ze bij zichzelf te raden gaan en denken: waren mijn inzichten altijd wel juist?”

 

Maja Pellikaan-Engel: ‘Het recept van Calypso’. Klassieke teksten in een hedendaags filosofisch perspectief. Uitgeverij Damon, Budel, 112. blz.

 

Oktober, 2004 

UA-37394075-1