Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

We willen biefstuk en in de zon liggen

‘Hij was een messiaanse verschijning. Een grote man, met een imposante baard en een stem als een bronzen klok. Een erudiet man, maar wel eentje met de gave de ingewikkeldste kwesties in begrijpelijke taal uit te leggen. Laurens ten Cate, journalist en PvdA-voorman. Altijd op de bres voor een betere maatschappij.’

 

Daarmee begint, in de Volkskrant, een bespreking van een boek van Ayolt de Groot, ‘Laurens ten Cate – portret van een socialistisch journalist’. Ik lees daarin dat zijn commentaren in de Friese Koerier, voordat hij hoofdredacteur werd van de Leeuwarder Courant, aan het Binnenhof gespeld werden. En dat hij zijn ‘scherpe, geselende stukken, met bijtende ironie’ in een half uur uit zijn schrijfmachine hamerde. (Dat soort grootspraak kunt u overigens het beste met een korreltje zout nemen.)

De grote stukjesschrijver Jan Blokker moet over Ten Cate gezegd hebben: ‘Hij had de hersenpan van een computer, zijn opslaggebied was onvoorstelbaar, de snelheid waarmee hij er feiten uit kon oproepen was weergaloos.’

Ik heb de legendarische krantenman meegemaakt, zij het kort. Hij was eind jaren zeventig, begin jaren tachtig gastdocent op de journalistieke opleiding van de Pers Unie die ik toen als leerling-journalist van het Noordhollands Dagblad in Deventer volgde. Van al die ongetwijfeld buitengewoon boeiende, interessante en leerzame lessen is alleen het college van de heer L. ten Cate te L. mij bijgebleven.

Hij kwam het lokaal binnen, ging aan zijn tafeltje zitten en monsterde het uitgelaten gezelschap jonge honden dat onder zijn priemende, ironische blik weldra zijn rumoer staakte. Hij schraapte zijn keel en de studenten zetten zich schrap. Hij maakte indruk, met zijn hele verschijning, al is dat ‘messiaanse’ niet alleen schromelijk overdreven maar vooral misplaatst. Laten we ophouden iedereen met woeste baard, dito kop en enig charisma meteen messiaanse kwaliteiten toe te dichten. Dat vertroebelt het zicht.

Maar de rest klopt wel. Laurens ten Cate was een uitgesproken figuur met een uitgesproken mening. Wat hij over de journalistiek in het algemeen zei en over de journalist in het bijzonder was voor ons, ambitieuze en jonge leerling-journalisten die nog een vleugje romantiek van het vak koesterden, even slikken, zo niet ontluisterend.

Hoezo, integere hoeders van waarheid en democratie? We waren eenvoudige letterknechten die niet te hoog van de toren moesten blazen. En ook in zijn taal diende de krantenman de eenvoud te eerbiedigen. Een journalist moest kort en beknopt zijn. Schrijven in kale, sobere zinnen. Als Bordewijk dus, dacht ik even verheugd, indachtig diens woorden dat de meester niet op de hurken moest, maar de leerlingen moest laten klimmen. Maar dat bedoelde de bovenmeester uit Ljouwert helemaal niet. Hij was wars van ingewikkelde zinnen of een geparfumeerde stijl om de valse lucht erachter te verbergen. De lezer was dom, wist niks of nog niks. En als hij niet dom was, wat dan nog? Hij had wel iets beters te doen. Hij wilde geïnformeerd worden: goed, feitelijk, betrouwbaar. Een journalist kun je pas serieus nemen als hij, inderdaad, de ingewikkeldste zaken in gewone mensentaal kan vertalen. En graag in correct en leesbaar Nederlands, dames en heren.

Triest was Ten Cates troosteloze einde en eenzame dood in 1984. Dus kort na zijn ‘onvergetelijke’ colleges in Deventer. Daardoor begrijp ik met terugwerkende kracht iets meer van zijn nauwelijks verholen zwartgalligheid.

Ik lees: ‘Op zijn 61ste stierf hij, gedesillusioneerd en verbitterd, op een kaal kamertje, leeggehaald door de deurwaarder. Intussen had hij Den Uyl allang gelijk gegeven: de mensen willen geen verheffing, ze willen ‘biefstuk eten en in de zon liggen’.’

 

december, 2012

UA-37394075-1