Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Will van Kralingen: ‘Door je fouten ontdek je hoe het wél moet.’

Ooit hing Will van Kralingen vlak voor elke première kokhalzend boven de afvalbak. Gaandeweg raakte de actrice over haar angst heen en nam haar plezier in toneelspelen alleen maar toe. ,,Acteren is een betaalde hobby van mij. Ik ga met een brede grijns door het land.’’

 

Onlangs schitterde ze als de meedogenloze koningin Elisabeth van Engeland in Schillers klassieke tragedie ‘Maria Stuart’ (1801). Nu staat ze in ‘Kentering van een huwelijk’ naar de gelijknamige roman van de Hongaarse schrijver Sándor Márai (1900-1989). Van de perverse intriges aan het Engelse hof in de zestiende eeuw naar een decadent burgerlijk milieu in Boedapest in het interbellum. Is dat niet een hele omschakeling? ,,Ja, het voelt alsof je stiekem een minnaar hebt’’, zegt Will van Kralingen met haar fluwelen stem en beschaafde dictie. ,,Maar dat zeg ik dan ook hardop: ik wil bij jullie zijn. Zo voelt het wel een beetje, wat krankzinnig is natuurlijk. Maar het gebeurt vanzelf als je zo’n trouwe rakker bent als ik.’’

De voorstelling ‘Maria Stuart’, geregisseerd door haar toneelvader Erik Vos, ontving een prijzende pers, een enthousiast publiek, maar viel niet bij iedereen in de smaak. Na een voorstelling in Amsterdam had iemand in het gastenboek geschreven: ‘Tjonge, jonge, wat een oubolligheid, het is tijd voor een nieuwe tomatenactie.’ Will van Kralingen kan zich er nóg over opwinden. ,,Ik was gechoqueerd. Echt gechoqueerd toen ik dat las. Aangetast. Ik dacht: o, o, jongens, dit is niet waar. Ben ik dan zo oud? Ben ik een ouderwets actrice? Zijn wij hier met z’n allen – ik vind actrice niet zo’n fijn woord – negen ouderwetse toneelspelers met een ouderwetse regisseur? Nee, het is niet waar, wij willen dit stuk op deze manier spelen. Dus als wij streven naar iets oorspronkelijks en een waarachtigheid in de tekst van Schiller kun je niet zeggen dat het dan oubollig is, nee, dat kán niet! Het kan jouw kopje koffie niet zijn, dat is wat anders. Zo’n opmerking maakt iets in mij wakker, het heeft ons aan het denken gezet. Hoe zouden wij als acteurs bijvoorbeeld reageren als wij nu geconfronteerd werden met een mandje eieren?’’

Vriendschap

Inmiddels is de tournee van ‘Maria Stuart’ geëindigd en fixeert Will van Kralingen zich op ‘Kentering van een huwelijk’. Het is de tweede toneelbewerking van een roman van Márai. Eerder was ‘Gloed’ te zien, naar zijn beroemdste boek waarin twee oude mannen op de drempel van de dood hun vriendschap beproeven. ,,Ik begrijp waarom Márai is herontdekt is, het is zo mooi wat je leest. Het is alleen jammer dat ‘Kentering van een huwelijk’ in een voorstelling van een uur en drie kwartier moest worden geperst, want je wilt natuurlijk liever geen woord kwijt.’’

 

,,Obsessief van iemand houden, op jonge of latere leeftijd, maak je een of twee keer in je leven mee. Als je ouder wordt besef je dat je er niet altijd op de juiste manier mee bent omgesprongen.”

 

Het stuk speelt vlak voor de Tweede Wereldoorlog in de welvarende burgerij in Boedapest. Het gaat over een echtscheiding om een dienstmaagd, verteld vanuit drie perspectieven: die van een dame, een heer en het dienstmeisje. Will van Kralingen speelt Ilonka, de dame, die is gescheiden van Peter, gespeeld door Huub Stapel. Saskia Temmink speelt het dienstmeisje. ,,Voor mijn gevoel is Ilonka een vrouw die tussen de bourgeoisie van Peter en de arbeidersklasse in staat. Ze weet hoe ze zich moet gedragen en is daardoor licht burgerlijk. Ik vind haar niet zo’n creatieve vrouw. Ze mist volgens mij een vorm van sociale intelligentie waardoor je zou kunnen weten hoe je met een man moet omgaan.’’

,,Wat is liefde, waar verlangt een mens naar? Daar gaat het over.

Ilonka is heel obsessief, wanhopig. Wat mag je verwachten van iemand met wie je leeft? Hoe goed ken je zo iemand? En móet je zo iemand ook kennen? Moet hij zich helemaal prijsgeven? Ben je toch niet altijd alleen? Voor dergelijke vragen staat Ilonka. Natuurlijk zit er de teloorgang in van de oude glorietijd en de opkomst van de nieuwe tijd. Maar mijn rol heeft daar niet zoveel mee te maken. Het is meer de figuur van Peter die daar mee te maken krijgt.’’

Heeft ze raakvlakken met dit personage? ,,Obsessief van iemand houden, op jonge of latere leeftijd, maak je een of twee keer in je leven mee. Als je ouder wordt besef je dat je er niet altijd op de juiste manier mee bent omgesprongen. Dat je iemand vrij moet laten en moet verrijken in plaats van leegzuigen. Dat begrijp ik na zoveel jaar, al kan ik niet zeggen dat ik me dan zelf een Ilonka voel. Haar obsessie snap ik nu wel, en van daaruit begin je je rol dan verder uit te bouwen. Dat is de sport van het acteren.’’

Kalf

Will van Kralingen is een tengere gestalte, kleiner dan ze op het toneel lijkt. Ze draagt haar blonde haar in een staart en beschikt over een jeugdige uitstraling, alsof de tijd geen vat op haar heeft. Bijna dertig jaar geleden sloot ze zich na de toneelschool in Amsterdam aan bij toneelgroep De Appel van Erik Vos. Na tien jaar kwam ze bij Het Nationale Toneel terecht. Ze speelde uiteenlopende rollen in stukken van onder anderen Shakespeare, Tsjechov, Ibsen en Bergman. Ze speelde in populaire tv-series als ‘De zomer van ‘45’ en ‘Het wassende water’, en in films als ‘Havinck’ en ‘Wilde mossels’ waarvoor ze beide keren een Gouden Kalf ontving. ,,Dat vind ik heerlijk, die afwisseling.’’

 

,,Toen ik twaalf was stak ik me in de kleren van mijn moeder, droeg hoge hakken en ging als een wildvreemde vrouw, heel chique, bij mijn ouders op visite om een kopje thee te drinken.”

 

Al jong had ze iets met toneelspelen. ,,Toen ik twaalf was stak ik me in de kleren van mijn moeder, droeg hoge hakken en ging als een wildvreemde vrouw, heel chique, bij mijn ouders op visite om een kopje thee te drinken. Dan werd ik warm ontvangen en dacht echt dat ze erin trapten.’’

Passie voor toneelspelen heeft ze nog steeds. ,,Ja. Zeker als je de kans krijgt om de zwaardere stukken met de lichtere af te wisselen. Zo heb ik met Peter Tuinman ‘Slippers’ gedaan Dat was een feest, voor ons en voor de zaal. Daar geniet ik dan ontzettend van, wetende dat ik het seizoen erop iets heel anders ga doen.’’

,,Al is er een aantal dat ik gewoon niet meer kan spelen. Ik had vroeger graag Blanche willen spelen in ‘Streetcar named desire’ van Tennessee Williams. Dat is niet gebeurd, ik had Sonja willen spelen in Tsjechovs ‘Oom Wanja’. Is evenmin gebeurd, want ik speelde Helena. Toen vond ik mezelf daar te onervaren voor. En nu kan het niet meer. Nee, dat kan echt niet meer. Ik merk nu al zelfs dat ik bij bepaalde rollen denk: O ja, leuk! Om even later mezelf te corrigeren: Nee, Will, je bent 55, dat kán helemaal niet meer.’’

 

,,Natuurlijk kun je een moeder spelen zonder er een te zijn, zoals je een moordenaar kunt spelen zonder dat echt te hoeven zijn. Maar als je niet echt moeder bent, is er toch een gevoel dat je niet kent.”

 

,,Toneelspelers die personages hebben gespeeld die een stuk ouder waren dan zijzelf, zeggen terugkijkend vaak: ‘Ik had toch te weinig levenservaring.’ Je groeit vanzelf naar rollen toe. Het is als een boek dat je na tien jaar herleest, daar haal je heel andere dingen uit. Zo is het ook met rollen, die je op bepaalde leeftijd beter niet kan doen.’’

,,Natuurlijk kun je een moeder spelen zonder er een te zijn, zoals je een moordenaar kunt spelen zonder dat echt te hoeven zijn. Maar als je niet echt moeder bent, is er toch een gevoel dat je niet kent. Er zijn alternatieven voor te bedenken, de liefde voor je hond bijvoorbeeld, maar er is een gevoel, dat is onbeschrijflijk. Laatst kreeg mijn zus (de mezzosopraan Miranda van Kralingen, red.), veel later dan ik, een kind. Ze zei: ‘Nou snap ik het, Will. Wát een gevoel is dat!’’

Schuldgevoel

Kentering van een huwelijk’ speelt ze tachtig keer, door het hele land. Is dat niet zwaar? ,,De zwaarste jaren waren toen mijn twee zonen nog klein waren. Als ik daaraan terugdenk snap ik niet hoe ik het toen allemaal gedaan heb, echt niet. Nu zou ik dat niet meer kunnen, ik moet er niet aan denken. Niet omdat het zo zwaar was, ik heb het nu ook heel zwaar gehad met ‘Maria Stuart’, maar uit schuldgevoel, dat vreet energie.”

,,Ik kon aan de kinderen merken wanneer de repetitieperiode lang was. Dan werden ze ongedurig en huilerig, dan kwam ik ze vaak in mijn bed tegen ’s nachts, vond ik ze daar ergens. Nu dat schuldgevoel niet meer nodig is, kan ik nog meer van mijn werk genieten. Me er nog meer instorten, dan is me niks teveel.’’

Film

Film is een andere passie van haar. Toch is het alweer een poosje geleden dat ze voor het laatst in de bioscoop te zien was. ,,Een beetje weinig hè? Maar ja, hoe werkt zoiets? Als je het heel druk hebt in mijn vak en je hebt kinderen, betekent het dat je wel ja tegen sommige dingen kunt zeggen, maar dan kom je helemaal niet meer thuis. Hoe meer repetitieperiodes je hebt hoe vaker je nee moet zeggen. En als je vaak nee hebt gezegd, komt er een periode dat ze je niet eens meer bellen. Ik heb een aantal rollen afgeslagen die mijn carrière misschien net een andere wending hadden kunnen geven. En op gegeven ogenblik kom je op een leeftijd dat ze je niet nodig hebben en als je dan niet tot de happy few behoort die bankable zijn, want zo werkt het natuurlijk ook, word je niet gevraagd. Ik heb eens zo’n sterk staaltje meegemaakt dat de regisseur mij echt wilde, maar dat de producent zei: ‘Die? Nee, ik wil een naam.’ En kom in onze filmwereld dan maar eens uit die vicieuze cirkel.’’

 

,,Iets meer zelfvertrouwen zou prettig zijn geweest ja. Of overmoed. Noem het maar overmoed, iets meer overmoed.”

 

Maar Will van Kralingen ís toch een naam? ,,Nee hoor. Niet voor film. Ik denk dat ik als toneelspeler meer bekend ben dan dat mensen er nu zo heftig naar verlangen om mij op het witte doek te zien. Het heeft ook te maken met het vakje waarin je gestopt wordt. En nogmaals, ik ben niet bankable, en nu is mijn kop niet meer bankable. Op een gegeven moment houdt het op, of je moet in de moeder of oma rollen vervallen. Oma haal ik nog net niet en moeders zijn er genoeg.’’

En het buitenland? ,,Dat durfde ik niet, want ik ben ook nog eens een keer een grote schijterd. Dat ben ik altijd gebleven en zal ik ook altijd blijven, behalve als ze mij aanvallen, dan denk ik, wacht effe, dat bepaal ik nog altijd zelf, dat is natuurlijk zo inconsequent als de pest, maar ik ben onzeker en dus om nou te zeggen, jongens, hé buitenland, here I come, nee. Ik ben één keer, jaren geleden, benaderd door Kubrick, die wilde een demo, hij had ‘Havinck’ gezien, hij wilde dat hoofd wel eens zien. Ik was toen een stuk jonger, ik was 43.

Ik ben daar niet op ingegaan. Ik had in het vliegtuig kunnen stappen en iedereen dood kunnen laten vallen, maar dat heb ik niet gedaan. Ik heb het ook niet echt geambieerd, anders had ik het wel gedaan.’’

Lijdt ze onder het gebrek aan zelfvertrouwen? ,,Iets meer zelfvertrouwen zou prettig zijn geweest ja. Of overmoed. Noem het maar overmoed, iets meer overmoed. Zo van jongens, dat doe ik wel even, en als het fout gaat, nou dan gaat het maar fout. Maar dat durf ik dus niet, terwijl ik tijdens het repeteren als acteur heel veel fouten durf te maken. Hoe meer, hoe beter. Heerlijk. Door je fouten ontdek je hoe het wél moet.’’

Prullenmand

,,Vroeger was ik bang op de première. Ik stond te kokhalzen in de hoek van de kleedkamer. Echt boven de prullenmand. Ik word niet goed, ik word ziek, ik word gek, ik wil niet, ik wil niet, waarom doe ik dit? Dat is voorbij. Nu denk ik, zeker als ik er vertrouwen in heb: ha fijn, jongens, hopla, we gaan lekker spelen. En die vreugde wordt alleen maar groter.’’

 

,,Een publiek dat van je houdt is een warm bad. Dat is een feest, zeker voor een onzeker dier als ik.”

 

,,Toen ik voor de eerste keer een monoloog deed ontdekte ik dat ik een publiek heb dat behoorlijk van me houdt. Dat is een warm bad. Dat is een feest, zeker voor een onzeker dier als ik. Ik word er niet ijdel of zelfingenomen van, nee.’’

Na de voorstelling is het niet: kom op jongens, inpakken en wegwezen? ,,O nee, nee, nee totaal niet, dat ligt me niet. De mensen zijn van levensbelang. Toen ik op tournee was met ‘Slippers’ gingen Peter Tuinman en ik na afloop nog wat met bezoekers praten. Waren wij steeds zo’n beetje de laatsten, al speelden we in Kerkrade. Het is leuk om de mensen te spreken en hun reacties te horen, want daar doe je het toch voor? Waar doe je het anders voor?’’

Voor brood op de plank, wellicht? ,,Ja, dat ook, acteren is een betaalde hobby van mij. Ik ga niet met tegenzin naar mijn werk, zeker niet als je gelijkgestemden om je heen hebt. Dan krijg je mij absoluut niet stuk. Dan ga ik met een brede grijns door het land, behalve als er files zijn en die heb je tegenwoordig ook ’s nachts vanwege wegwerkzaamheden.’’

In ‘Wie is er bang voor Virginia Wolf’ van Albee speelde ze de grofgebekte Martha, geen rol die je meteen met haar in verband zou brengen. ,,Waarom zou een vrouw die zich grof uit ook meteen een grove vrouw moeten zijn? Dat vind ik lulkoek. Ik vond het juist hartstikke leuk dat ik als vrij fragiel type, aan de buitenkant dan, die rol mocht spelen. Heerlijk. Ik vind het zelf ook soms heerlijk om in kleine kring ineens enorm grove taal uit te slaan. En dat uit Will d’r mond, is dan de reactie, dat kán gewoon niet! O, nee, kan dat niet? Dat kan wél!’’

 

Voorstelling ‘Kentering van een huwelijk’ van Sándor Márai. Spel: Will van Kralingen, Huub Stapel en Saskia Temmink. Regie Ursul de Geer. Vertaling Henry Kammer.

 

Juli, 2008

UA-37394075-1