Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Willem Jan Otten, een zoekende, gelovige schrijver

Willem Jan Otten is bekroond met de P.C. Hooftprijs 2014, ’s lands hoogste literaire onderscheiding. Het werk van Otten (1951), schrijver van poëzie, beschouwingen, romans en toneelstukken, onderscheidt zich door een originele en scherpe manier van waarneming.

 

Helemaal als een verrassing komt de bekroning van Ottens oeuvre niet. Zijn naam gonsde al jaren rond onder de ‘bookmakers’. Bovendien had hij de Constantijn Huygens Prijs (voor zijn gehele oeuvre, 1999) al op zak. Een prijs die geldt als de opmaat voor de P.C. Hooftprijs, waaraan een bedrag van 60.000 euro is verbonden.

 

WIE GEVONDEN HEEFT, HEEFT SLECHT GEZOCHT’

 

Willem Jan Otten, getrouwd met schrijfster Vonne van der Meer, krijgt de prijs officieel voor zijn beschouwend proza. Maar we mogen aannemen dat er tegelijk zijn poëzie en ander proza mee worden bekroond. Otten is als auteur immers zoveel meer dan essayist. Hij is een zoekende schrijver (‘Wie gevonden heeft, heeft slecht gezocht’) en een gevoelige denker, die in zijn romans, poëzie, toneel en beschouwingen een antwoord probeert te vinden op zijn levensvragen. In zijn poëzie en proza verkent de fijnzinnige stilist de grens tussen leven en dood. Zo zien zijn gedichten er van de buitenkant gepolijst uit, daaronder zit een fascinerende, filosofische, spirituele, duistere laag.

 

BEKERING TOT HET KATHOLICISME

 

In 1999 deed Ottens bekering tot het katholieke geloof veel stof opwaaien. In tegenstelling tot veel van zijn generatiegenoten bewandelde hij daarmee de omgekeerde weg. Hij viel niet van zijn geloof, maar raakte juist in de ban van het christendom. En dat laat zijn sporen na in zijn werk, vooral in dat van ongeveer de laatste twintig jaar. Die ommezwaai maakte van hem een zelfbewuste, overtuigde en bijna fanatieke gelovige, die desondanks een weifelaar is gebleven.

 

Maar anders dan bij een ’bekeerling’ als Gerard Reve, die zich in de jaren zestig tot rooms-katholiek liet dopen maar die daar een eigen invulling aan gaf, getuigt Otten vaak van een zekere ernst. Hij schrijft over zijn worstelingen, ook met het geloof, maar hij is geen religieuze schrijver. Over zijn bekering zei hij:

 

,,De doop heeft me veranderd; vroeger was ik stelliger, polemischer, nu heb ik al snel het gevoel dat ik voor mijn beurt spreek.’’

 

In 2007 ontving hij overigens een eredoctoraat in de theologie van de Universiteit Utrecht. Die onderscheiding kreeg hij voor de manier waarop hij in een geseculariseerde samenleving schrijft over levensbeschouwelijke vraagstukken.

 

 

EEN MUZIKAAL MILIEU

 

Willem Jan Otten (4 oktober, 1951, Amsterdam) groeide op in een muzikaal milieu. Het gezin Otten verhuisde in 1959 naar Laren. Zijn ouders scheidden toen Willem Jan acht jaar was. Hij studeerde filosofie en Engels, werkte als toneel- en literatuurrecensent en dramaturg. Hij debuteerde als dichter in 1973 met ‘Een zwaluw vol zaagsel’.

 

Vijf jaar later volgde zijn eerste toneelstuk ‘Henry II’. Zijn bekendste toneelstuk is ‘Een sneeuw’ (1983). Hij schreef verder toneelstukken als ‘Braambos’ (2004) en ‘Alexander’, over Alexander de Grote. Voor de nieuwe Gijsbrecht van Amstel-traditie door Het Toneel Speel schreef hij enkele jaren geleden nieuwe reien, die radicaal afwijken van de oorspronkelijke van Vondel.

 

In 1990 debuteerde hij als romanschrijver met ‘Een man van horen zeggen’, de monoloog van een dode. Daarna volgden de romans ‘De wijde blik’ (1992), over kijken en bekeken worden, en ‘Ons mankeert niets’ (1994), over een dokter die een fout heeft gemaakt en zich moet verantwoorden. Het boek raakte toen aan het heftig gevoerde euthanasievraagstuk. In 2005 werd zijn roman ‘Specht en zoon’ bekroond met de Libris Literatuur Prijs. Dat verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een schilderij, met als rode draad de worsteling van een kunstenaar met de materie, met zijn schaamte, verwarring en twijfel. ‘Specht en zoon’ is opgenomen in de speciale canon van christelijke literatuur.

 

EEN FASCINATIE VOOR PORNOGRAFIE

 

In zijn eerste essaybundel ‘Denken is een lust’ (1985) schreef Otten onverbloemd over zijn fascinatie voor pornografie, waarin mensen eenvoudig inwisselbaar zijn en hun identiteit hebben afgelegd. In ‘Het museum van licht’ (1991) bundelde hij zijn kijkervaringen bij het (her)zien van klassieke films. In zijn essaybundel ‘Waarom komt U ons hinderen’ uit 2006 uit hij onder meer zijn bewondering voor de grote Russische schrijver Dostojevski. In zijn Verwey-lezing, vorig jaar, in het kader van zijn gastschrijverschap aan de Universiteit Leiden, zette hij zijn kijk op en de noodzaak van kunst uiteen. Voor Willem Jan Otten zijn geloof en literatuur verwant:

,,Literatuur is een goede manier om je te laten raken, en dat helpt je bij het begrijpen van het geloven.’’

 

De P.C. Hooftprijs wordt Willem Jan Otten op donderdag 22 mei 2014 in het Letterkundig Museum in Den Haag uitgereikt.

 

December, 2013

 

Een licht ingekorte versie verscheen in de kranten aangesloten bij De Persdienst.

 

UA-37394075-1