Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Willem Nijholt: ‘Het was één grote wandluizentroep’

Willem Nijholt is terug. Onverwacht, misschien nog het meest voor hemzelf. De verschijning van zijn boek – het verrassende ‘Met bonzend hart’ met brieven aan Hella S. Haasse – en de 10-dvd-oeuvrebox ‘Een carrière in beeld’ gaat vergezeld met een mediacircus alsof hij in de bloei van zijn carrière is in plaats van een acteur in ruste. ,,Ik kakel altijd, met iedereen.”

 

In 2010 zette toneelspeler, danser en musicalicoon Willem Nijholt met een solo van ‘Oeroeg’, naar het klassieke boek van Haasse, een punt achter zijn vijftigjarige theatercarrière. ,,Ik dacht bij mezelf, mooier kan het niet. In Carré. Een heerlijk theater om in te spelen. Het lijkt heel groot, maar je kunt het bijna in je armen houden. De akoestiek is fenomenaal. Je kunt fluisteren en bent tot in de verste hoek verstaanbaar. Verrukkelijk theater. Ik had de dag ervoor een liesbreuk. De dag erop werd ik eraan geopereerd. Dus ik stond helemaal ingetapet in rubberen banden en toen dacht ik: als ze maar niet denken dat ik net als (de balletdanser) Noerejev iets achter mijn gulp heb gestopt, want die had altijd een soort handdoekje in zijn goed om indruk te maken. Ik weet nog dat ik vroeger danser wilde worden en mijn moeder had meegenomen naar een dansvoorstelling. Mijn moeder zei toen: als jij in zo’n vies broekje op toneel gaat staan, kom ik niet naar je kijken!”

 

‘Hella was mijn vriendinnetje, ik droeg haar tas.’

 

Hij vertelt het smeuïg, met guitige blik. Nog altijd. Willem Nijholt. Eens de jeune premier van het Nederlandse theater én de televisie, ooit uitgeroepen tot de mooiste man van het land. Intussen is hij 77. Oogt broos en ook zijn tred is niet meer zo soepel, maar zodra hij zich behaaglijk en vorstelijk in zijn zetel nestelt in de salon van een chique Amsterdams hotel lijkt de ‘oude Nij’ volmaakt zichzelf. En vertelt de ‘kakelkont’, zoals hij zichzelf noemt, nauwelijks te stuiten over de totstandkoming van zijn brievenboek ‘Met bonzend hart’.

In 2004 begon hij ermee, op verzoek van Hella S. Haasse. De nu 93-jarige schrijfster vroeg hem zijn herinneringen aan zijn jeugd in Nederlands-Indië op te schrijven. ,,Ik heb Hella echt leren kennen bij Rik Felderhof. Het klikte meteen. We maakten samen allerlei grapjes, ook over de flaphoed. Zij was mijn vriendinnetje, ik droeg haar tas. Zo’n gevoel had ik erbij.”

Een paar jaar geleden stelde Haasse hem voor de brieven uit te laten geven. ,,Ik was daar heel huiverig voor. Het is kakelarij van mij, Hella, zei ik. Maar voor mij, Willem, zei ze, ben je toch een beetje een schrijver, je schrijft het zo goed op. Ik dacht, sorry hoor, niet weer zo’n acteur die zo nodig moet gaan schrijven als hij stopt of geen werk meer heeft.” Schoorvoetend ging hij akkoord, zegt hij. ,,Aan de ene kant wilde ik Hella niet teleurstellen, aan de andere kant ben ik natuurlijk ook erg gevleid.”

Zijn brieven in ‘Met bonzend hart’ waaieren uit naar alles wat hem bezighoudt: zijn passies, obsessies, de ziekte (keelkanker) die toeslaat maar die hij overwint, de boeken die hij leest, zijn rijke toneelleven, het goede Franse leven – hij woont immers al jaren in Frankrijk. De verhalen over zijn Indische jeugd, vol vleugjes Tempo Doeloe, vormen het hart van het boek. Dan krijgt zijn taal vleugels. De paradijselijke verhalen uit zijn kindertijd komen in de Tweede Wereldoorlog op wrede wijze ten einde als het gezin Nijholt – moeder, oudere broer, jongere zusje en ‘Willie’ – in het jappenkamp terechtkomt. Zijn vader, een KNIL-militair, werd aan de beruchte Birma-spoorlijn te werk gesteld.

Trefzeker en navoelbaar beschrijft hij de mensonterende toestanden in het jappenkamp. ,,Het was één grote wandluizentroep. Wat ik vergeten ben te schrijven is dat mijn moeder met een aantal vrouwen capes moest maken voor de Jappen. En dan spraken ze af dat ze in elk cape drie wandluizen mee naaiden. Dat was haar manier om wraak te nemen. Maar als dat ooit uitgekomen was, waren ze verrot geslagen. Maar zo was mijn moeder.”

Terloops en ingehouden schrijft hij over de moeilijke naoorlogse jaren in Nederland, dat toen vooral bezig was om zijn eigen wonden te likken en geen oog had voor de Indische gemeenschap, ‘de eerste asielzoekers’ van na 1945. Het oorlogsleed in Nederlands-Indië werd tot woede van Nijholt veel te lang veronachtzaamd.

 

‘Er gaat geen dag voorbij of ik denk wel aan haar.’

 

In de naoorlogse jaren had hij het gevoel dat hij mislukt was. Fluisterzacht: ,,Ja. Absoluut. Daar heb ik nog niet zoveel over geschreven, want dat is een héle slechte en treurige periode in mijn leven geweest. Tien jaar sappelen. Het was ellendig. Mijn moeder werd gruwelijk ziek, echt gruwelijk ziek. Gillen van de pijn. En in de jaren vijftig was kanker een ziekte waar je twee aspirientjes tegen kreeg. Ze overleed veel te jong. Het is zo lang geleden… Er gaat geen dag voorbij of ik denk wel aan haar.”

Het heeft hem levenslang pijn gedaan dat zij hem nooit op het toneel heeft mogen zien. En hij wilde per se aan het toneel. Uitvoerig beschrijft hij de naïviteit waarmee hij die nieuwe wereld betrad. ,,Het was alsof ik door elkaar geschud werd. Op de toneelschool kwam ik pas thuis. Zo voelde het. Maar dat ik binnen tien jaar met Ank van der Moer een grote rol zou spelen en met Guus Hermus een schermgevecht zou doen in ‘Cyrano’. Dat ik vijftien jaar later zelfs naast Wim Sonneveld op het toneel zou staan, nee, dat kwam niet in me op.” Uitbundig: ,,Het eerste wat ik mocht doen was met een speer op het toneel staan en ‘Te wapen!’ roepen. Náááhhh, dat hebben ze bij de première in Nijmegen tot in Amsterdam kunnen horen!”

 

‘Ben je beroemd dan?’

 

Zijn carrière nam daarna een hoge vlucht. ,,Dat ik Wim Sonneveld ooit als tegenspeler zou hebben! Dat ik hem ooit mocht aanraken! Ik zat in Frankrijk bij hem achterop op de brommer. Ik durfde hem niet vast te pakken. Man! Hij gaf gas, ja, toen moest ik wel. En dan komen er nu wel eens mensen naar me toe die zeggen, o, ik bewonder u zo. Ik heb het daar met Ton Lutz eens over gehad toen ik in ‘Oebele’ zat. Toen vroeg een stel meisjes mij een handtekening. Ik zei: je moet een handtekening vragen aan deze meneer. Dat is een héle grote acteur. ‘Hoezo dan? Ben je beroemd dan?’ Dat is heel pijnlijk. Het is alweer heel lang geleden, maar toen wist ik: dat gebeurt mij ook een keer.”

En zo geschiedde: ,,Ik speel in ‘Hamlet’, Claudius. Ivo van Hove regisseert. Antonie Kamerling zit er met een héél klein rolletje in. Ik had met hem een tv-spel gedaan. Dat was heel goed, leuk werken met hem. We lopen samen op het Leidseplein. Komen er meisjes op hem afrennen. Peter! Peter! Want hij heette Peter in de soap ‘Goede tijden, slechte tijden’.” Voor (de oude) Nijholt hadden ze geen oog.

In zijn boek passeren gave anekdotes over zijn theatercarrière. Er zijn warme herinneringen aan de collega’s die de acteur als jonge man bewonderde: Ank van der Moer, Conny Stuart, Wim Sonneveld. Over sommige collega’s schrijft hij prijzend, over anderen genadeloos. ,,Genadeloos? Maar zo is het precies gebeurd!”

 

‘Ik hijs het vanavond niet, zei Sonneveld, ik ben zo moe’

 

Is Sonneveld zijn grote voorbeeld? ,,Nou, hij zou nooit een echt grote rol hebben kunnen spelen. Professor Higgens in ‘My fair lady’, deed hij voortreffelijk, maar op zijn Sonnevelds. Ik heb van hem geleerd wat het is om genereus op het toneel te zijn. Let wel, hij stond zichzelf achter de coulissen ook op te vreten. Zei ie: ik hijs het vanavond niet, ik ben zo moe, maar dan kwam hij op en stónd hij er.”

Wie Nijholts veelal sprankelende proza leest, verbaast het dan niet dat wijlen Willem Brakman een van zijn favoriete Nederlandse schrijvers is. Temerig: ,,Jááá, Brakman! Zijn zinnen zijn als guirlandes! De hééérlijke fantasie van die man. Ik heb hem een keer ontmoet, ben op hem afgestapt en schaamde me dood. Want ik vind het zelf zo erg als mensen op mij afstappen en zeggen, meneer Nijholt, mag ik u een hand geven? Ja, natuurlijk mogen ze dat. Ik ben Nijholt en dan krijgt u een hand. Ik zei de schrijver: Meneer Brakman, ik wil u zo graag de hand drukken want ik geniet ontzettend van uw werk. Zei hij: Wat zal mijn vrouw jaloers op mij zijn als ik dit vertel. Later hoorde ik dat hij iemand toen vroeg: Zou hij het echt menen dat hij me leest?”

 

‘En af en toe lachen ze ons ook wel een beetje uit.’

 

Willem Nijholt woont alweer jaren in Frankrijk, in Cordelle, een klein dorp in de buurt van Lyon. Frankrijk is hem dan ook steeds meer onder de huid gaan zitten. ,,Je gaat daar ook wonen om een beetje Fransman te worden. Ik kakel altijd, met iedereen. Je hebt er zoveel van die leuke kleine winkeltjes. Ben (zijn levensgezel, red.) zegt wel eens, laat mij maar boodschappen doen, jij blijft altijd zo lang weg. Ik vind het leuk om met die mensen een praatje te houden. En af en toe lachen ze ons ook wel een beetje uit. Het is toch wel een beetje raar, twee van die ouwe, dikke, grijze mannen die dan door dat dorp heen lopen. Zie je ze wel eens kijken, daar heb je ze weer.”

Nederland kan hem steeds minder bekoren. Hij versombert: ,,Ik ben Amsterdammer, zo voel ik het. En ik zie de stad vergrauwen, de hufterigheid. Het is ongelooflijk als je dat vergelijkt met Frankrijk. Daar groet men je nog vriendelijk. Ik wil niet té negatief zijn. Ik heb de oorlog overleefd. Als ik dan zie hoe mensen, kinderen weer geterroriseerd worden door oorlogen, ben ik blij dat ik niet zo lang meer leef. Misschien… Als ik de kinderen van mijn nichtje, voor wie ik een beetje als een grootvader ben, zie spelen, denk ik wel eens, wat gaan die allemaal nog meemaken?”

 

Willem Nijholt: ‘Met bonzend hart’, 340 blz., uitgeverij Querido.

 

EEN CARRIÈRE IN BEELD

 

Tegelijk met ‘Met bonzend hart’ is van Willem Nijholt de luxe uitgevoerde dvd-box ‘Een carrière in beeld’ verschenen. Inclusief een 32 pagina’s tellend, rijk geïllustreerd boekje met daarin een inleidend essay van Annemarie Oster. Nijholt, die een halve eeuw acteerde, zong, danste en presenteerde, selecteerde voor de 10-dvd-box hoogtepunten uit zijn oeuvre, al was de keuze relatief beperkt want lang niet alles is bewaard gebleven. Een box met veel nostalgische beelden en aanstekelijke liedjes, musicals, tv-spelen en -films, reportages, liedjes- en showprogramma’s, jeugdsentiment (‘Oebele is hupsakee!’), interviews en zo verder. Nijholt: ,,Ik heb ook wel rare dingen gedaan, maar er staan zeker drie héél goede toneelrollen van me op: ‘Respect’, ‘Wie aus weiter Ferne…’ en ‘Maarten en Maarten’. Drie zeer serieuze tv-spelen, geregisseerd door Eric Oosthoek, de beste tv-regisseur die ik heb meegemaakt.”

‘Een carrière in beeld’, 10 dvd’s, Music Products bv.

 

september, 2011

UA-37394075-1