Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Wim T. Schippers: ‘Ik ben een volstrekt chaotisch persoon’

Wim T. Schippers? Dat is gekkigheid. Die staat voor komische programma’s waarin niets is wat het lijkt. Al is hij misschien nog het bekendst als Ernie uit de Nederlandse versie van Sesamstraat aan wie hij zijn stem leent. In de theaters is zijn ‘krankjorume’ toneelstuk ‘Wuivend graan’ te zien. ,,Ik ben met toneel begonnen om mijn vriendinnetje te imponeren.’’

 

Beeldende kunst, tv(-series), radio, toneel, techniek en wetenschap. Wim T. Schippers (1942) draait er zijn hand niet voor om. Hij is een artistieke duizendpoot die ervan houdt om te ontregelen, in zijn werk, maar ook op straat. Een fietsende dame op de stoep in hartje Amsterdam? Schippers ziet er geen been in om haar als een strenge meester te berispen.

 

Mijn excuses, ober, ik ben zo onbeschaamd geweest om het kopje koffie leeg te drinken. Heeft u een nieuw bakje voor me?’

 

Hij lacht guitig als hij met dit voorval geconfronteerd wordt. ,,Ja, dat doe ik soms’’, zegt hij met zijn karakteristieke stem op een Amsterdams terras waar hij – bril lichtelijk scheef op de neus – het woord neemt om het nauwelijks nog af te staan. ,,Het is een rol die ik speel, mensen uitdagen, uitlokken. Zomaar wat gekkigheid maken. Tegen de ober zeggen: ‘Mijn excuses, ober, ik ben zo onbeschaamd geweest om het kopje koffie leeg te drinken. Heeft u een nieuw bakje voor me?’ Dan weet zo’n man niet waar ie kijken moet! Of op de tramhalte tegen mijn buurman zeggen: ‘Nou, ‘t is wat hè?’ Dat zo’n man je dan vol onbegrip aangaapt en denkt, waar hééft die vent het over? Ofwel is dat het begin van een goed gesprek.’’

,,Ik heb eens gezegd, en dat is me lang nagedragen: Ik gooi er met de pet naar maar wel raak. Soms heb je daar geluk mee. In de eerste ‘Fred Haché Show’ introduceert Haché zichzelf. Hij draagt een bruin kantoorpak en stelt zijn assistent Barend Servet voor. Die draagt een geel pak en staat op enige afstand met een grote oranje lamp voor zijn gezicht. Als je dat ziet, denk je, dit is verkeerd opgenomen. Dat was ook zo, we zaten nog te rommelen met de camera-instelling. Maar het resultaat was zodanig dat we dachten: laat maar zo, zo doen we het!’’

Vervelend

,,Ik sta bekend als de maker van komische programma’s en gekkigheid. Zoals met ‘Sjef van Oekel’. ‘Van Oekels Discohoek’. Evert van der Pik. Ja, die naam alleen al. Kínderachtig, maar het werkt wél. Terwijl artiesten optraden gingen Van Oekel en Van der Pik er gewoon naast staan, een beetje vervelend en gek doen, de boel ontregelen. Paul de Leeuw is dat later ook gaan doen.’’

,,Ik heb gemerkt dat ik met die programma’s heel wat mensen aan het lachen heb gemaakt, ik heb voor wat vrolijkheid gezorgd. Het hoefde niet per se flitsend, want er waren maar een of twee netten. Nu moet je uit een ander vaatje tappen. Daar ben ik best toe bereid, op elke tegenslag van het marktsysteem iets bedenken. Daar word je inventief van. Je kunt er wel op mopperen, maar je kunt er ook iets op verzinnen.’’

 

,,Ik deed performances nog voordat het woord ingeburgerd raakte.”

 

,,Ik heb ook heel wat afgeknutseld. Ik deed performances nog voordat het woord ingeburgerd raakte. Ik maakte installaties – ook zo’n term – ik deed allerlei rare dingen op kunstgebied, waarbij ik schatplichtig ben aan dada. Dat soort dingen vind ik nog steeds prachtig. Wetenschap en techniek interesseren me. Het is jammer dat ik geen natuurkunde heb gestudeerd, maar ja, daar ben ik te ongedisciplineerd voor. Ik ben een volstrekt chaotisch iemand. Ik doe allerlei rare dingen, maar ik pak het wel professioneel aan. Ik wil het wel goed doen.’’

,,Van toneel hield ik helemaal niet, ik vond het ouderwets. Ik ben met het schrijven ervan begonnen om mijn vriendinnetje te imponeren. Nou, dat is gelukt. Zij is gek op toneel. Om aan te tonen dat ik zoiets ook best kon heb ik voor toneelgroep Centrum een paar eenakters geschreven en in 1984 het avondvullende stuk ‘Kutzwagers’. Het was een hit. ‘De Nederlandse Molière is opgestaan of zoiets’, schreef de NRC, terwijl de acteurs ‘m van tevoren flink knepen. Het was ook een behoorlijk idioot stuk, over de vrije wil en determinisme. Dat kon je als je erin geïnteresseerd was heel goed snappen en ook mensen die geen idee hadden, hadden een kostelijke avond.’’

Herdershonden

,,Bij impresariaat Hummelinck Stuurman wilden ze al heel lang dat ik een nieuw stuk voor ze schreef. Dat heeft destijds ook mijn ‘Going to the dogs’ (1986, met herdershonden als ‘acteurs’, ndb) geproduceerd. Heel bijzonder, dat ze dat toen aandorsten. Tot in Amerika heeft men zich daarover verbaasd, ik zat ermee in het Engelse journaal. In 1999 wilde Titus Muizelaar een nieuw stuk van mij regisseren voor Toneelgroep Amsterdam. Dat kon ik niet weigeren. Omdat ik heel lang maar geen idee had wat voor stuk dat moest worden, noemde ik het om te beginnen ‘Zonder titel’, maar daar schoot ik niet veel mee op.’’

,,Toen ik daarover op straat liep te somberen werd ik op de Kloveniersburgwal in Amsterdam aangeklampt door een Engels echtpaar. Ze vroegen me de weg. Ik zei dat ik hier echt niet liep om andere mensen te vertellen waar ze naartoe moesten. Die mensen stonden me verbijsterd aan te kijken. Ik was echt kwaad, dat gezeik. Thuisgekomen kon ik er wel om lachen, ik heb het opgeschreven.’’

 

,,Ik doe wel een hoop, maar af en toe heb ik een zetje nodig. Als ik eenmaal bezig ben, werk ik alsof mijn leven ervan afhangt.”

 

,,Bij Hummelinck Stuurman vonden ze het niet zo aardig van mij dat ik wel met stukken voor anderen afkwam en niet voor hen. Waarop Titus aanbood om niet alleen de hoofdrol te spelen in een nieuw stuk, maar ook beloofde mij bij het schrijven ervan achter mijn vodden te zitten. Ik doe wel een hoop, maar af en toe heb ik een zetje nodig. Als ik eenmaal bezig ben, werk ik alsof mijn leven ervan afhangt. Tegelijkertijd denk ik: alles wat je doet, kun je net zo goed laten. Niet uit pessimistische overwegingen. Ik ben melancholiek nu en dan, dat is normaal, want als je het leven bespiegelt, krijg je dat gauw. Het ís natuurlijk ook allemaal onzin. Maar zolang het gaat probeer ik het plezierig te maken.’’

Moppen

,,‘Wuivend graan’ is een behoorlijk krankjorum stuk. ’Wim, we haten je,’ zeiden de acteurs, toen ze begonnen met repeteren. Het is inderdaad niet gemakkelijk. Er zitten heel ernstige zaken in waar je toch om moet lachen. Ik wil wel dat er iets om te lachen is omdat ik het niet kan laten, maar het moet geen optelsom van moppen worden.’’

,,Titus, die hier hoogleraar ethiek speelt, wilde er graag zo veel mogelijk vrouwen in, dat leek mij ook wel wat. De moeder van de professor, zijn echtgenote, dochter en vriendin. Mannen onder elkaar maken graag grapjes over vrouwen, kinderachtige grapjes, je kent dat wel, echt van die mannenpraat. Als je ouder wordt, wordt het steeds erger. Nee, het wordt niet erger, het wordt raarder. Een vieze oude man word je toch. Ik dacht altijd: het zal toch wel een keer ophouden? Nee dus. Het geeft geen pas.’’

,,Ik wilde iets met ethiek doen, want ik erger me nogal aan Jacobine Geelachtige programma’s met ontzettend geleuter en transcendentaal metafysische kletspraat over dat er meer is tussen hemel en aarde. Wat dat dan ook is, want daar hoor je nooit iets over. De mens is een sociaal dier. Dat is belangrijk voor de instandhouding van de soort. Om egoïstische redenen heeft een mens inlevingsgevoel. Dat is niet iets wat de godsdienst kan claimen, godsdienst heeft het eerder overgenomen. De mens is de enige diersoort die er een god op nahoudt. Wat is de evolutionaire betekenis daarvan? Allemaal reuze interessant. Toen dacht ik, ik voer een ethiekprofessor op die over morele systemen spreekt in een interessante lezing waarop hij zich slecht heeft voorbereid. De lezing wordt verstoord, de boel escaleert.’’

 

Voorstelling ‘Wuivend graan’ van Wim T. Schippers. Regie Titus Tiel Groenestege. Met Nelly Frijda, Anke van ’t Hof, Kees Hulst, Raymonde de Kuyper, Titus Muizelaar, Olga Zuiderhoek en Randy Fokke.

 

September, 2007

 

Bert & Ernie doen we pas dertig jaar’

 

Wim T. Schippers leent al meer dan dertig jaar zijn stem aan Ernie uit Sesamstraat. ,,Het programma is goed en liefdevol gemaakt’’, zegt hij over het immens populaire tv-programma. ,,In de sketches gebruik ik soms moeilijke woorden of cabaret uit 1950, wat kinderen helemaal niet kunnen kennen. Als kinderen het niet snappen, is dat niet erg. Als je alleen maar doet wat ze al weten is dat toch saai? Als jongetje las ik ook boeken die me boven de pet gingen. Nu weet ik wel dat niet iedereen zo is, maar kinderen zijn van nature onderzoekend ingesteld.’’

,,Ernie speelt trompet. Dat doe ik mijn hele leven al. Kan ik op de Bert & Ernie-cd’s af en toe trompet spelen. Met zo’n 400 van die gekke, idiote liedjes sta ik ingeschreven bij de Buma/Stemra. De cd’s mogen wij (Schippers en Paul Haenen die de stem van Bert doet, red.) maken omdat Jim Henson, de bedenker van Sesamstraat – een genie – ons de beste buitenlandse vertolkers van Ernie & Bert vond.’’

,,Ik word er niet dagelijks maar wel vaak op aangesproken. Ernie zus, Ernie zo. Het is krankzinnig. Gisteren vroeg een violiste mij om een handtekening op een cd voor haar kinderen. Ik vind het nog steeds ontzettend leuk om te doen. We doen het pas dertig jaar en het gaat al vrij aardig.’’

 

Wim T. Schippers in vogelvlucht

 

Wim T. Schippers werd op 1 juli 1942 geboren in Groningen. Hij groeide op in Bussum. Na zijn kunstopleiding maakte hij a-dynamische kunst, geïnspireerd op het dadaïsme. In 1962 goot hij onder het oog van tv-camera’s op het strand bij Petten een flesje limonade in zee uit, een vorm van conceptual art. Befaamd is verder zijn ‘Pindakaasvloer’. Hij werkte vanaf 1967 mee aan het legendarische tv-programma Hoepla. Vanaf 1971 bedacht hij mede de ‘Fred Haché Show’ en ‘Barend is weer bezig’. Daarna volgden ‘Sjef van Oekel’ (Dolf Brouwers) en ‘Van Oekels Discohoek’; in 1984 de serie ‘Op zoek naar Jolanda’, in 1989 ‘We zijn weer thuis’. Voor de radio maakte hij Ronflonflon met Jacques Plafond. Voor het toneel schreef hij ‘Going to the dogs’ (1986), ‘Relapsus’ (Orkater, 1995) en ‘Zonder titel’ (Toneelgroep Amsterdam, 2000). In 1997 was in het Centraal Museum in Utrecht ‘Het beste van Wim T. Schippers’ te zien. Met de Technische Universiteit Delft ontwikkelde hij het mechatronische apparaat ‘Het is me wat’, waardoor het lukte om de zwaartekracht middels magnetische sturingssystemen schijnbaar op te heffen. In 1993 kreeg hij de Lira-prijs, in 2005 de Jacobus van Looyprijs, beide voor zijn gehele oeuvre. Tussen 1995 en 2002 presenteerde Schippers de Nationale Wetenschapsquiz. Sinds 1976 doet hij in Sesamstraat de stemmen van Graaf Tel, Kermit de Kikker en Ernie.

 

Schippers op dvd

 

Het verzameld tv-werk van Wim T. Schippers is verschenen op dvd onder de titel ‘Schippers televisiepraktijken sinds 1962’. Het eerste deel verschijnt deze maand. De dvd’s komen niet op chronologische volgorde uit. ,,Dat heb ik zelf zo gewild, anders wordt het zo’n leerstuk’’, zegt Schippers. ,,Het begint met ‘We zijn weer thuis’ en de Hachéshow. Het wordt bij elkaar een flink pak. Het zou altijd al eens gebeuren, maar het kwam er nooit van.’’

Schippers beschouwt de uitgave als een goedmakertje van de VPRO. Indertijd stopte hij als presentator van de Wetenschapsquiz na onmin met de VPRO die de vragen te vroeg in de omroepgids had afgedrukt. ,,Ze hebben er nu spijt van dat ze me eruit gegooid hadden. De kijkcijfers van het programma zijn daarna gekelderd. Het is nooit meer geworden wat het was. En daar lach ik nu wel om, niet uit leedvermaak, want ik hield echt van dat programma.’’

 

September, 2007

UA-37394075-1