Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Wislawa Szymborska 1923-2012 Wat ze schreef was altijd raak

Wislawa Szymborska schreef ‘poëzie met een kwinkslag’, die in haar bedrieglijke eenvoud toch heel diep ging en nooit vrijblijvend was. 

Toen de Poolse dichteres in 1996 verrassend de Nobelprijs voor de literatuur ontving, was ze buiten haar eigen land vrijwel onbekend. Daarna werd zij wereldwijd een geliefd en veelgelezen dichteres. Ook bij ons. Haar verzamelbundel ‘Einde en begin’ werd, voor poëziebegrippen, een bestseller.

Szymborska was een zeer begaafde, erudiete en vooral eigenzinnige dichteres. En dat bleef ze tot op hoge leeftijd. Fragiel van lijf, glashelder van geest. Een tikje meisjesachtig ondeugend.

In haar eigen land werd ze op handen gedragen. De Polen vereren haar om de wijze waarop ze hun geschiedenis, hun aard, de menselijke dwaasheden en toevalligheden in haar poëzie wist te vangen. De Poolse minister van Buitenlandse Zaken Radek Sikorski twitterde kort na haar dood geschokt dat haar verscheiden een ,,onherstelbaar verlies is voor de cultuur van Polen”.

Ze was van meet af aan een soeverein dichteres die voor zover mogelijk haar eigen weg ging, wars van literaire grillen en politieke winden. Een volstrekt authentieke geest die aan de zijlijn naar het menselijke gewoel keek. Ze schuwde de publiciteit. ,,Ik houd er niet van om over mezelf te praten”, zei ze. Het viel haar daarom moeilijk om na haar bekroning met de Nobelprijs mee te doen aan het mediacircus. Van huldebetoon en plichtplegingen moest ze niets hebben. De poëzie, daar ging het om. En die is direct en vrijwel altijd in de roos.

Haar gedichten zitten vol geestigheden, soms een beetje sarcastisch en getuigen van een delicate, scherpe blik. Een van haar beroemdste gedichten is ‘Een foto van 11 september’, waarin ze de beelden van springende mensen uit de wolkenkrabbers in adembenemende regels weet te vangen: ‘Een foto hield ze levend tegen/ en bewaart ze nu/ boven de aarde naar de aarde toe.’ Of neem het volgende voor haar typerende gedicht: ‘Ik neem het de lente niet kwalijk/ Dat ze weer is aangebroken./ Ik reken het haar niet aan / Dat ze als elk jaar trouw / Haar plichten vervuld.// Ik begrijp dat mijn verdriet/ Het groen niet tegenhoudt./ Als het sprietje buigt,/ Dan alleen in de wind.’

Szymborska genoot haar gymnasiumjaren bij de zusters Ursulinen, werkte jarenlang als redactrice bij literaire tijdschriften en hield zich in het communistische Polen afzijdig van de politiek. Ze debuteerde in de jaren vijftig, al kwam haar eerste werk niet door de censuur. Ze schreef bijna een halve eeuw achtereen in een gave stijl voor Poolse bladen over de meest uiteenlopende onderwerpen en boeken.

Ze was een knappe verschijning toen ze in 1948 trouwde met schrijver Adam Wlodek van wie ze in 1954 scheidde, maar ze bleven vrienden. Ze was geen veelschrijver, haar oeuvre is bescheiden. Maar wat ze schreef was bijna altijd raak. Of zoals haar vriend, de beroemde Poolse regisseur Andrzej Wajda, ooit zei: ,,De gedichten van Szymborska zijn als proza die je leest met een dichtgeknepen keel.”

 

Februari, 2012

UA-37394075-1