Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Wislawa Szymborska: ‘Ik praat niet over mezelf’

De mediaschuwe Wislawa Szymborska leeft sinds ze in 1996 de Nobelprijs voor de literatuur ontving in afzondering. Maar John Albert Jansen slaagde erin om de Poolse dichteres voor zijn camera te krijgen. Het resultaat is de mooie documentaire ‘Einde & Begin, een ontmoeting met Wislawa Szymborska’.

 

Hierin leren we haar terloops beter kennen aan de hand van gesprekken met haar en andere markante Polen, met als leidraad haar bedrieglijk eenvoudige, wijze, bezonken en beeldrijke poëzie.

 

De hoogbejaarde maar vitale dame houdt publiekelijk liefst het slot op de mond. Wat ze te zeggen heeft, zegt ze via haar werk. Interviews zijn alleen interessant als mensen over zichzelf praten, zegt ze in de film, en ‘ik houd er niet van om over mezelf te praten’. Dat ze een publieke persoon is geworden, betreurt ze:

 

,,Ik zou overal naartoe willen maar dan zonder optredens of interviews. Gewoon als privépersoon. Als een normale toerist.”

 

Wat de dichteres wél voor de camera zegt snijdt meteen hout: ,,Wie zegt dat het leven niet droevig mag zijn?” Het kon de beginregel van een van haar gedichten zijn. Waarop ze vervolgt: ,,Het leven is maar van tijd tot tijd prachtig. We kennen momenten van bewondering, momenten van puur geluk. Maar het leven zelf? Als we alles optellen is het duidelijk welke richting het opgaat.”

 

Hartsvriendin Ewa Lipska kent de dichteres vrijwel haar hele leven al. En een Poolse literatuurprofessor is als geen ander vertrouwd met haar werk. Toch leidt dit nauwelijks tot verrassende uitspraken. De professor verliest zich in een sleets college, de vriendin verwijlt in weemoedige mijmeringen.

 

Interessanter is zangeres Kora, die bijna twintig jaar geleden met succes een dynamisch gedicht van Szymborska op pittige rockmuziek zette. Zij weet meteen de kern te raken: ,,Szymborska is direct, altijd in de roos. Ze zit vol ongewone humor, een beetje sarcastisch, maar nooit echt kwetsend. Een subtiele dame, delicaat, met een scherpe blik.”

 

FRAGIEL VAN LIJN, GLASHELDER VAN GEEST

 

Szymborska ontmoeten we vooral in huiselijke kring: fragiel van lijf, glashelder van geest. Een tikje meisjesachtig ondeugend. Ze nipt aan een glas cognac, steekt er nog een op en krijgt een presentje in de vorm van Manneke Pis die drank piest. Ze draagt haar werk ontspannen voor, nu en dan in de camera kijkend, alsof ze nooit anders heeft gedaan.

 

Ze leest uit een stapeltje paperassen een selectie uit de oogst van zestig jaar dichterschap, met als decor stemmige en toepasselijke (archief)beelden. Deze worden afgewisseld door de beelden en de stemmen van gewone Poolse passanten op straat of thuis die hetzelfde gedicht voordragen. En dat doen ze soms geëmotioneerd, zoals in het geval van ‘Gelukkige liefde’.

 

Mooi is het om Szymborska’s kleine maar fiere gestalte wat verloren te zien scharrelen tussen hoogwaardigheidsbekleders. Ze knikt en glimlacht even vriendelijk als plichtmatig naar omstanders, observeert de andere gasten met een schuinse of schalkse blik en denkt er zo het hare van.

 

De Polen vereren haar om de wijze waarop ze hun geschiedenis en hun aard, de menselijke dwaasheden en toevalligheden in poëzie weet te vangen. Haar landgenoten – het is haast benijdenswaardig – zijn onverdeeld trots op zo’n beroemde vrouw in hun midden. Andrzej Wajda, de belangrijkste regisseur van de Poolse filmschool, verwoordt zijn bewondering treffend:

 

,,De gedichten van Szymborska zijn als proza die je leest met een dichtgeknepen keel.” Als dan het gedicht ‘Afscheid van het uitzicht’ passeert, met de regels ‘Ik begrijp dat mijn verdriet/ het groen niet tegenhoudt’, snap je meteen wat hij bedoelt.

 

Juni, 2011

 

UA-37394075-1