Nico de Boer Teksten

Nico de Boer Teksten

Beweeg over de plank met de pijltjes op het toetsenbord, of zoek direct op een titel of auteur:

Wislawa Szymborska: ‘Verschrikkelijk om over jezelf te lezen’

Ze is wars van publiciteit en bemoeizucht. Toch is er nu de eerste biografie verschenen van Nobelprijswinnares Wislawa Szymborska (1923), ‘Prullaria, dromen en vrienden’. Tegelijk kwam een nieuwe bundel van de Poolse dichteres uit, ‘Dubbele punt’, gedichten van vertrouwd hoog niveau.

 

Dat Wislawa Szymborska tegen de tijdgeest in de publiciteit schuwt, is niet verrassend: ,,Ik ben een nogal ouderwets en geremd iemand die moeite heeft om over zichzelf te vertellen. Of misschien ben ik juist wel een vooruitstrevend iemand, misschien verdwijnt in een volgend tijdperk de mode wel zich in het openbaar bloot te geven.’’

Zo’n uitspraak is tekenend voor de Nobelprijswinnares van 1996 die nooit dol is geweest op huldebetoon en plichtplegingen. De poëzie, daar draait het om, verder geen poeha a.u.b. Dat er desondanks nu een boek over het leven en werk van de ook in Nederland geliefde dichteres is verschenen, is te danken aan het doorzettingsvermogen van haar biografen Anna Bikont en Joanna Szczesna, die haar vertrouwen wisten te winnen.

 

Zo weten we nu dat ze een verwoed verzamelaarster is van lijsten, noten, citaten en bibliografieën, en dat ze een uitgesproken zwak heeft voor vogels, honden, katten, apen, Thomas Mann (‘een wonder, die man!’), Federico Fellini en Ella Fitzgerald. Dat ze in plaats van brieven zelfgemaakte ansichtkaarten verstuurt, vlijtig geplakte collages van idioterieën, atleten, bevallige ballerina’s, grappige engeltjes enz.

 

Uit hun royale levensschets rijst het beeld op van een soevereine, geëmancipeerde vrouw die voor zover mogelijk haar eigen weg is gegaan, wars van literaire grillen en politieke winden. Een volstrekt authentieke geest. De auteurs hebben bovendien rijkelijk kunnen putten uit ‘Onverplichte lectuur’, de bonte verzameling geestige, prachtig geschreven erudiete feuilletons die de dichteres gedurende zo’n veertig jaar over de meest uiteenlopende boeken schreef voor Poolse bladen. Het door Szymborska besproken boek, zelden literaire fictie, vormde slechts een aanleiding om uit te weiden over een detail of iets wat haar aan het hart ging. Die feuilletons leverden een schat aan informatie op over de dichteres, over haar smaak, opvattingen en gewoonten.

Daardoor wisten we al, en haar biografen vullen dit aan met tal van anekdotes, wetenswaardigheden en lezenswaardige trivialiteiten, dat de grande dame van de Poolse literatuur in halfliggende positie schrijft. Dat ze over van alles en nog wat rake en intieme dingen zegt en schrijft zonder al te persoonlijk te worden. Dat ze dol is op de kunst van Vermeer en op allerlei kitsch, prullaria, curiosa en buitensporigheden, zoals de koninklijke toiletten van Buckingham Palace. Dat ze op z’n tijd een horrorfilm niet versmaadt en vanwege haar passie voor het wonderbaarlijke medium bijna geen film slecht vindt maar daarentegen toneel verafschuwt. Dat ze pedanterie op waarde weet te schatten. Dat ze een verwoed verzamelaarster is van lijsten, noten, citaten en bibliografieën, en een uitgesproken zwak heeft voor vogels, honden, katten, apen, Thomas Mann (‘een wonder, die man!’), Federico Fellini en Ella Fitzgerald. Dat ze in plaats van brieven zelfgemaakte ansichtkaarten verstuurt, vlijtig geplakte collages van idioterieën, atleten, bevallige ballerina’s, grappige engeltjes enz. Dat ze bijzonder hecht aan hygiëne, een groot schaamtegevoel bezit en daardoor terughoudend is in het luchten van emoties en uitventen van creatieve beproevingen. Dat ze door haar oude vader, die zich graag een zoon had gewenst, is grootgebracht (geen gesnotter, geen gesim). Dat ze jarenlang een appartement bewoonde dat zo klein was – De La noemde ze het zelf – dat er geen gewone meubels in pasten, maar waar ze wel in haar element was.

 

,,Dank voor uw gedicht met de foto. U hebt een fraai gestrikte stropdas.”

 

En verder komen we te weten dat ze haar gymnasiumjaren bij de zusters Ursulinen genoot, waar ze op hoog niveau Latijn leerde dat haar later uitstekend van pas kwam. Ze had als tijdschriftredactrice een zwak voor debutanten, hoewel ze meedogenloos kon reageren op poëzie die ze naar de prullenmand verwees (,,Dank voor het gedicht met de foto. U hebt een fraai gestrikte stropdas”). Haar geloof gaf ze weldra op, zij het dat volgens haar niemand helemaal ongelovig is. En vindt ze Dostojevski’s gedachte dat als God niet bestaat alles is toegestaan niet alleen angstaanjagend, maar ook flauwekul. Ze hield zich in het communistische Polen afzijdig van de politiek. Al was het voor haar een schok om te horen dat vadertje Stalin een schurk was.

En de liefde? Szymborska, lezen we, had als wufte bakvis veel aanbidders. Een aanhouder schreef haar: ,,Ik hou van je, met heel mijn ziel. Ik kom morgen onder je raam, als het wat beter weer wordt.’’ Ze was als jonge vrouw een knappe verschijning ,,zonder een schaduw van damesachtige lichtzinnigheid’’. Ze trouwde in 1948 met schrijver Adam Wlodek van wie ze in 1954 scheidde, maar ze bleven vrienden. Vriendschap heeft volgens Szymborska ook meer te bieden dan de liefde. Of, in haar eigen woorden: ,,De charme van de liefde berust gedeeltelijk op een zekere vorm van voortdurende bedreiging. Vriendschap daarentegen verschaft een groter gevoel van veiligheid.’’

 

In ‘Prullaria, dromen en vrienden’ valt er nauwelijks een woord van kritiek, en zo wel dan zijdelings of op vergoelijkende wijze.

 

Szymborska huiverde toen ze deze biografie onder ogen kreeg. ,,Het is een verschrikkelijk gevoel over jezelf te lezen’’, zei ze. Onbegrijpelijk is dat niet, maar in dit geval onnodig. In ‘Prullaria, dromen en vrienden’ valt er nauwelijks een woord van kritiek, en zo wel dan zijdelings of op vergoelijkende wijze. Het is weliswaar geen hagiografie, maar het boek, dat de levensloop van Szymborska losjes volgt van haar geboorte tot de naweeën van haar uitverkiezing tot Nobelprijslaureaat, ademt vooral bewondering. Een volwaardige biografie is het niet, eerder een voorzichtige aanzet.

Een plezierig leesboek is het wél. Zo een dat Szymborska vermoedelijk graag over een andere dichter zou lezen – met veel citaten, noten, poëzie, snedigheden, aansprekende anekdoten en uiteraard veel plaatjes, collages en foto’s om je in te verliezen als een kind in het spel. Zo’n boek waarover ze een spits en geestig stukje zou kunnen schrijven voor haar feuilleton ‘Onverplichte lectuur’. Niet om zich te verdiepen in de hoofdpersoon, want in de kunst gaat het om het werk en is de schepper immers maar bijzaak. Nee, om bijvoorbeeld een columnpje lang te fabuleren over De La waarin hij woont als een goudvis in zijn kom.

 

Anna Bikont en Joanna Szczesna: ‘Wislawa Szymborska – Prullaria, dromen en vrienden’, biografie. Uit het Pools vertaald door Karol Lesman, 330 blz, uitgeverij De Geus.

 

Augustus, 2007 

UA-37394075-1